06 Onderhoud en specificaties
Wielen en banden
Gereedschap, terugplaatsen
Plaats het gereedschap en de krik na gebruik
op de juiste manier terug. De krik past alleen
als deze in de juiste opbergstand wordt gezet.
Plaats het blok schuimrubber en het reserve-
wiel in omgekeerde volgorde terug.
06
Let erop dat er op het bovenste blok schuim-
rubber een pijl staat. Deze pijl dient naar de
voorkant van de auto wijzen.
BELANGRIJK
Bewaar gereedschap en krik op de daar-
voor bestemde plaats in de kofferbak wan-
neer u ze niet nodig hebt.
*
258
Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
Wielen verwisselen
Verwijderen
Zet een gevarendriehoek zie pagina 216 op, als
u een wiel langs een drukke weg moet verwis-
selen. Zorg ervoor dat de auto en de krik* op
een stevige en horizontale ondergrond staan.
1. Haal de handrem aan en schakel de eerste
versnelling in of zet de keuzehendel in
stand P, als de auto een automatische ver-
snellingsbak heeft.
WAARSCHUWING
Controleer of de krik intact is, goed
gesmeerde schroefdraadwindingen heeft
en vrij van vuil is.
N.B.
Gebruik de krik die bij de auto hoort.
2. Neem het reservewiel, de krik en de wiel-
sleutel erbij die onder de mat in de koffer-
bak liggen.
3. Plaats wielblokken voor en achter de wie-
len die op de grond blijven staan. Gebruik
daarvoor grote houten blokken of grote
stenen.
4. (Voor auto's met stalen velgen) Wrik de
wieldop los met het uiteinde van een wiel-
sleutel of trek hem met de hand los.
5. Draai de wielbouten ½–1 slag linksom los
met de wielsleutel.