Download Print deze pagina

Volvo S80 2008 Instructieboekje pagina 173

04 Comfort en rijplezier
Botswaarschuwing met automatische rem*
N.B.
Ook als u de waarschuwingsafstand hebt
Lang
ingesteld op
, kunnen de waarschu-
wingen voor uw gevoel soms laat worden
afgegeven (bijvoorbeeld als het snelheids-
verschil groot is of als uw voorligger sterk
afremt).
Instellingen controleren
U kunt de actuele instellingen controleren op
04
het display van de middenconsole. Open het
menu en ga naar
Instellingen van de auto
Inst. botswaarschuwing
Beperkingen
In de felle zon en bij lichtschitteringen alsook
het gebruik van een zonnebril is het op de voor-
ruit geprojecteerde waarschuwingslampje
soms moeilijk te ontdekken. Dat is ook mogelijk
als u niet recht vooruit kijkt. Houd de waar-
schuwingszoemer daarom altijd ingeschakeld.
*
172
Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
N.B.
Het visuele waarschuwingssignaal kan
korte tijd buiten werking worden gesteld,
wanneer de temperatuur in het interieur bij-
voorbeeld door de felle zon te hoog is opge-
lopen. Als dit gebeurt, wordt er een waar-
schuwingszoemer afgegeven ook al hebt u
dit uitgeschakeld via het menusysteem.
Waarschuwingen kunnen eveneens uit-
blijven bij een zeer geringe afstand tot
de voorligger of bij relatief grote stuur-
en pedaalbewegingen zoals bij een zeer
actieve rijstijl.
(zie pagina 118).
WAARSCHUWING
Als de radar- of camerasensor op grond van
de verkeerssituatie of anderszins proble-
men heeft voorliggers te ontdekken, is het
mogelijk dat het systeem pas laat, onterecht
of helemaal geen waarschuwing geeft en
remt.
Bij hoge rijsnelheden (meer dan 70 km/h) is
het bereik waarbinnen de sensoren lang-
zaam rijdende of stilstaande voorliggers
kunnen registreren beperkt, waardoor er
minder efficiënt of helemaal niet voor der-
gelijke voertuigen wordt gewaarschuwd.
In het donker wordt er mogelijk niet gewaar-
schuwd voor langzaam rijdende of stil-
staande voorliggers.
De botswaarschuwing maakt gebruik van
dezelfde radarsensor als die van de adaptieve
cruisecontrol. Voor meer informatie over de
radarsensor en de beperkingen ervan (zie
pagina 163).
Wanneer het systeem geen of pas laat waar-
schuwingen afgeeft, treedt de remassistent
mogelijk niet of pas laat in werking.
Als u vindt dat er te vaak wordt gewaarschuwd
en de signalen als storend ervaart, kunt u de
waarschuwingsafstand verkleinen. Het sys-
teem waarschuwt dan minder snel en minder
vaak.
Beperkingen van de camerasensor
De camerasensor van de auto maakt gebruikt
van de drie hulpfuncties botswaarschuwing
met automatische rem, Driver Alert Control (zie
pagina 176) en Lane Departure Warning (zie
pagina 179).
N.B.
Houd de voorruit vóór de camerasensor vrij
van sneeuw, ijs, condens en vuil.
Plak of monteer geen stickers of andere
voorwerpen op de voorruit in het gebied
vóór de camerasensor, omdat één of meer
systemen die gebruik maken van de camera
daardoor mogelijk niet goed of helemaal
niet werken.
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Xc60 2008