Sym-
Betekenis
bool
Richtingaanwijzers links
Richtingaanwijzers rechts
Richtingaanwijzers aanhanger
Het symbool knippert wanneer u de richting-
aanwijzers gebruikt met een aanhanger achter
de auto. Als het symbool sneller knippert dan
normaal is een van de richtingaanwijzers op de
auto of op de aanhangwagen kapot.
Uitlaatgasreinigingssysteem
Bij een storing in het uitlaatgasreinigingssys-
teem kan het lampje gaan branden. Rijd de
auto naar een erkende Volvo-werkplaats om
het systeem te laten controleren.
Storing in ABS
Als het symbool brandt, is het systeem defect.
Het normale remsysteem van de auto werkt
dan nog wel, zij het zonder ABS-regeling.
1. Breng de auto zo spoedig mogelijk tot stil-
stand en zet de motor af.
2. Start de motor opnieuw.
3. Als het symbool echter blijft branden, moet
u de auto naar een erkende Volvo-werk-
plaats rijden om het systeem te laten con-
troleren.
Mistachterlicht
Dit symbool brandt wanneer u het mistachter-
licht hebt ingeschakeld.
Stabiliteitssysteem
Het knipperende symbool geeft aan dat het
stabiliteitssysteem werkt. Als het symbool con-
tinu brandt is er sprake van een storing in het
systeem.
Voorgloeifunctie motor (diesel)
Het symbool gaat branden wanneer de motor
wordt voorverwarmd. De voorverwarming start
als de temperatuur lager wordt dan 2 °C. De
auto kan worden gestart als het symbool
gedoofd is.
Laag peil in brandstoftank
Wanneer het lampje gaat branden is het brand-
stofpeil te laag. Tank dan zo spoedig mogelijk.
Informatie, lees displaymelding
Als er een afwijking is in een van de systemen
in de auto, gaat het informatiesymbool bran-
den en verschijnt er een melding op het dis-
play. U verwijdert de melding met behulp van
de knop READ (zie pagina 120). De melding
verdwijnt automatisch na enige tijd (afhankelijk
van de defecte functie). Het informatiesymbool
kan ook gaan branden in combinatie met
andere symbolen.
03 Bestuurdersmilieu
Instrumenten, schakelaars en bediening
N.B.
Wanneer de servicemelding verschijnt, kunt
u het lampje doven en de melding verwijde-
ren met de knop READ. Ook als u niets doet
gebeurt dat enige tijd later automatisch.
Groot licht aan
Het symbool brandt, wanneer u het groot licht
voert of grootlichtsignalen geeft.
Richtingaanwijzers links/rechts
Beide richtingaanwijzersymbolen knipperen bij
gebruik van de alarmlichten.
Controle- en waarschuwingssymbolen
Sym-
Betekenis
bool
Lage oliedruk
Parkeerrem aangezet
Airbags (SRS)
Gordelwaarschuwing
Dynamo laadt niet bij
03
A
67