Download Print deze pagina

Algemene Informatie; Overige Alarmfuncties; Alarm - Volvo S80 2008 Instructieboekje

Algemene informatie

Het alarm gaat af, als:
een portier, de motorkap of het kofferdek-
sel wordt geopend;
een verkeerde sleutel wordt gebruikt of als
het contactslot wordt gemanipuleerd
er een beweging in de passagiersruimte
wordt waargenomen (als er een bewe-
gingsmelder aanwezig is);
de auto wordt opgetakeld of weggesleept
(op auto's met een niveausensor*);
de accukabel wordt ontkoppeld;
iemand de sirene probeert los te koppelen.
Als er een storing in het alarmsysteem is opge-
treden, verschijnt er een melding op het infor-
matiedisplay. Neem dan contact op met een
erkende Volvo-werkplaats.
N.B.
De bewegingsmelders laten het alarm
afgaan, wanneer er bewegingen in het inte-
rieur worden waargenomen. Het alarm kan
dan ook afgaan als u bij het parkeren van de
auto een van de zijruiten laat openstaan of
gebruik maakt van een elektrische interieur-
verwarming. Sluit daarom voordat u de auto
verlaat alle ruiten en stel de interieurverwar-
ming dusdanig in dat deze geen warme
lucht omhoogblaast.
N.B.
Voer nooit zelf reparaties aan of wijzigingen
in het alarmsysteem uit. Dergelijke ingrepen
kunnen van invloed zijn op de verzekerings-
voorwaarden.
Alarmindicatie
Een rode led op het dashboard geeft de status
van het alarmsysteem aan:
de led is uit – het alarm is uitgeschakeld
de led licht om de twee seconden eenmaal
op – het alarm is ingeschakeld;
de led knippert snel vanaf het moment van
uitschakelen van het alarm (tot aan het
moment dat u de transpondersleutel in het
contactslot steekt en sleutelstand I wordt
bereikt) – het alarm is afgegaan.
02 Sloten en alarm
Alarm activeren
Druk op de vergrendelingstoets op de
transpondersleutel.
Alarm deactiveren
Druk op de ontgrendelingstoets op de
transpondersleutel.
Geactiveerd alarm uitschakelen
Druk op de ontgrendelingstoets op de trans-
pondersleutel of steek de transpondersleutel in
het contactslot.

Overige alarmfuncties

Automatische herinschakeling van het

alarm

De functie voorkomt dat u de auto verlaat zon-
der het alarm in te schakelen.
Als u geen van de portieren noch het koffer-
deksel binnen twee minuten na uitschakeling
van het alarm opent wanneer de auto met de
transpondersleutel ontgrendeld (en het alarm
gedeactiveerd) werd, wordt het alarm automa-
tisch opnieuw ingeschakeld. De auto wordt
bovendien opnieuw vergrendeld.
Alarmsignalen
Bij alarm gebeurt het volgende:
Er klinkt 30 seconden lang een sirene. De
sirene heeft zijn eigen accu die volledig
*
Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.

Alarm*

02
57
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Xc60 2008