Download Print deze pagina

Volvo S80 2008 Instructieboekje pagina 256

Banden met "spikes"
Winterbanden met "spikes" moeten de eerste
500–1000 km rustig worden ingereden, zodat
de "spikes" hun positie in kunnen nemen. Zo
gaan de banden en vooral de "spikes" langer
mee.
N.B.
De wettelijke bepalingen voor het gebruik
van banden met "spikes" verschillen van
land tot land.
Profieldiepte
Ritten bij ijs, sneeuw(modder) en lage tempe-
raturen vergen meer van de banden dan
zomerse ritten. Daarom adviseert Volvo een
minimale profieldiepte van 4 mm voor winter-
banden.
Sneeuwkettingen gebruiken
Het gebruik van sneeuwkettingen is alleen toe-
gestaan op de voorwielen (geldt ook voor
modellen met voorwielaandrijving).
Rijd nooit sneller dan 50 km/h met sneeuwket-
tingen. Rijd evenmin op sneeuwvrije wegen,
omdat zowel de sneeuwkettingen als de ban-
den daardoor overmatig slijten. Maak nooit
gebruik van sneeuwkettingen met zogeheten
snelsluitingen, omdat de ruimte tussen de
schijfremmen en de wielen te gering is.
BELANGRIJK
Gebruik originele sneeuwkettingen van
Volvo of vergelijkbare sneeuwkettingen die
zijn afgestemd op het model en de band- en
velgafmetingen. Vraag een erkende Volvo-
werkplaats om advies.
Bandenspanningscontrolesysteem
(TPMS)*
Het bandenspanningscontrolesysteem
(TPMS, Tyre Pressure Monitoring System)
waarschuwt de bestuurder, wanneer de span-
ning in één of meer banden te laag is. Het
systeem maakt gebruik van sensoren in de
ventielen van de banden. Bij snelheden van ca.
40 km/h controleert het systeem de banden-
spanning. Als de spanning dan te laag is, gaat
het waarschuwingslampje op het instrumen-
tenpaneel branden en verschijnt er een mel-
ding op het display.
Controleer het systeem altijd na het verwisse-
len van wielen om er zeker van te zijn dat de
vervangende wielen compatibel zijn met het
systeem.
Voor informatie over de juiste bandenspanning
(zie pagina 264).
06 Onderhoud en specificaties
Ook mét dit systeem moet u het normale
onderhoud aan de banden blijven plegen.
BELANGRIJK
Als er een storing optreedt in het banden-
spanningscontrolesysteem, gaat het waar-
schuwingslampje op het instrumentenpa-
neel branden. Bovendien verschijnt de
BANDENSP.SYSTEEM
melding
SERVICE VEREIST
zaken hebben. Het is bijvoorbeeld mogelijk
dat er een wiel gemonteerd werd met een
sensor die niet past bij het bandenspan-
ningscontrolesysteem van Volvo.
Bandenspanningscontrolesysteem
afstellen
Om de aanbevolen bandenspanning van Volvo
aan te kunnen houden is het mogelijk het ban-
denspanningscontrolesysteem af te stellen,
bijvoorbeeld bij een zware belading.
N.B.
De motor mag daarbij niet lopen.
U verricht dergelijke afstellingen met de knop-
pen op de middenconsole (zie pagina 118).
1. Pomp de banden tot de juiste spanning op
en activeer de sleutelstand I of II.
*
Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
Wielen en banden
. Dit kan meerdere oor-
255
06
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Xc60 2008