03 Bestuurdersmilieu
Verlichting
opritverlichting. Voor een beschrijving van het
menusysteem (zie pagina 118).
Approach-verlichting
U activeert de Approach-verlichting met de
transpondersleutel (zie pagina 41) om de ver-
03
lichting van de auto op afstand in te schakelen.
Wanneer de functie via de transpondersleutel
wordt geactiveerd, gaan de parkeerlichten, de
richtingaanwijzers, de verlichting van de bui-
tenspiegels, de kentekenplaatverlichting, de
plafondlampjes in het interieur en de instap-
verlichting branden.
De duur van de Approach-verlichting kan wor-
den ingesteld onder
Instellingen van de auto
Lichtinstellingen
Voor een beschrijving van het menusysteem
(zie pagina 118).
*
86
Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
Lichtbundel aanpassen
Lichtbundel linksrijdend verkeer.
Duur
naderingslicht.
Lichtbundel rechtsrijdend verkeer.
Om verblinding van tegenliggers te voorkomen
kunt u de lichtbundel van de koplampen aan-
passen voor links- en rechtsrijdend verkeer. Bij
de juiste lichtbundel wordt ook de berm beter
verlicht.
Bi-Xenon - en actieve Bi-
Xenon
koplampen*
Hendel voor aanpassing lichtbundel.
Normale stand – de juiste lichtbundel voor
het land waarin de auto werd afgeleverd.
Aangepaste stand – stand voor de tegen-
overgestelde lichtbundel.
WAARSCHUWING
Omdat de xenonkoplampen voorzien zijn
van een ontstekingsgedeelte dat een hoge
spanning opwekt, moet u er voorzichtig
mee omgaan.