6. Sluit de computer en alle apparaten aan op het stopcontact en zet deze vervolgens aan.
7. Druk op <F1> om door te gaan wanneer het bericht dat de geheugengrootte is veranderd wordt weergegeven.
8. Meld u aan bij de computer.
9. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram My Computer (Deze computer) op uw Windows-bureaublad en klik op Properties (Eigenschappen).
10. Klik op het tabblad General (Algemeen).
11. Controleer de hoeveelheid weergegeven geheugen (RAM), om te verifiëren of het geheugen juist is geïnstalleerd.
Geheugen verwijderen
LET OP:
Voordat u aan een van de procedures in dit gedeelte begint, dient u de veiligheidsinstructies te lezen die met de computer zijn
meegeleverd. Voor meer informatie over veiligheid kunt u de homepage voor regelgeving raadplegen op www.dell.com/regulatory_compliance.
KENNISGEVING:
Voorkom elektrostatische ontladingen en schade aan inwendige onderdelen door uzelf te gronden met een speciale polsriem of
door regelmatig een ongeschilderd metalen oppervlak op de computerbehuizing aan te raken.
1. Voer de procedure
Voordat u aan de computer gaat werken
2. Druk de borgklemmen aan de uiteinden van de geheugenmoduleconnector naar buiten.
3. Pak de module vast en trek deze omhoog.
Indien de module moeilijk is te verwijderen, dient u de module voorzichtig heen en weer te bewegen terwijl u deze omhoog trekt.
Terug naar inhoudsopgave
uit.