4 2 3 FUNCTIES VAN DE TOETSEN OP DE BESTURINGSEENHEID
Op de besturingseenheid bevinden zich 4 toetsen: deze kunnen op verschillende
manieren reageren naargelang van de status waarin de besturingseenheid zich
bevindt.
PROGRAMMERINGSMODUS
A
f
– scrolt vooruit door het programmeringsmenu
– verhoogt de waarde van de parameter die op dat moment gewijzigd wordt
met één punt
B
g
– opent de configuratie van de geselecteerde parameter
– bevestigt de geselecteerde waarde van de gekozen parameter
C
h
– scrolt achteruit door het programmeringsmenu
– verlaagt de waarde van de parameter die op dat moment gewijzigd wordt
met één punt
D
i
– niet ingeschakeld
NORMALE WERKING
A
f
– voert een opening uit
B
g
– stopt de lopende manoeuvre onmiddellijk
– schakelt bij stilstaande motor het gebruikerslicht uit
– deze toets gedurende 3 seconden indrukken verleent u toegang tot het pro-
grammeringsmenu
C
h
– voert een sluiting uit
D
i
– hiermee kunnen radiocommando's opgeslagen worden in het geheugen of
geannuleerd worden
14 – NEDERLANDS
4 3
ADRESSERING VAN DE AANGESLOTEN
INRICHTINGEN MET BLUEBUS-SYSTEEM
Het systeem "BlueBUS" biedt de mogelijkheid om de besturingseenheid via
adressering met speciale jumpers de fotocellen te laten herkennen en de correc-
te detectiefunctie toe te kennen.
Adressering dient zowel op TX als op RX uitgevoerd te worden (waarbij de jum-
pers op dezelfde manier geplaatst moeten worden); hierbij dient u na te gaan of
er geen andere stellen fotocellen met hetzelfde adres bestaan.
In een automatisering voor kantelpoorten kunnen de fotocellen zoals in onder-
staande afbeelding worden geïnstalleerd.
30
1 I I
F O T O
m
Aan het einde van de installatieprocedure, of nadat er foto-
cellen of andere inrichtingen zijn verwijderd, moet de herken-
ningsprocedure worden uitgevoerd (zie de paragraaf "Herken-
ning van inrichtingen")
a
LET OP! Plaats de volgende fotocellen niet naast elkaar:
FOTO met FOTO 2
FOTO II met FOTO 3
FOTO 1 met FOTO 2 II
Zie de hierna vermelde "Tabel 6"
2
F O T O
2 I I
F O T O