ALGEMENE AANBEVELINGEN EN
1
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE VEILIGHEID
1
ALGEMENE AANBEVELINGEN EN VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE VEILIGHEID
1 1
ALGEMENE WAARSCHUWINGEN
a
LET OP! Belangrijke aanwijzingen voor de veiligheid. Volg alle
voorschriften op, want een niet correct uitgevoerde installatie
kan ernstige schade veroorzaken.
a
LET OP! Belangrijke aanwijzingen voor de veiligheid. Het is
belangrijk dat deze instructies worden opgevolgd voor de vei-
ligheid van de personen. Bewaar deze instructies zorgvuldig.
a
Volgens de meest recente Europese wetgeving moet de re-
alisatie van een automatisering voldoen aan de geharmoni-
seerde normen van de geldende Machinerichtlijn zodat een
verklaring van veronderstelde overeenstemming van de auto-
matisering afgegeven kan worden. In verband hiermee mogen
alle werkzaamheden voor de aansluiting op de elektrische
voeding, de eindtest, de inbedrijfstelling en het onderhoud van
het product uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalifi-
ceerd, deskundig monteur.
a
Om ieder risico op een onvoorziene terugstelling van het ther-
mische onderbrekingsmechanisme te vermijden, mag dit ap-
paraat niet worden gevoed via een externe regelaar zoals een
timer, noch worden aangesloten op een circuit dat regelmatig
wordt in- of uitgeschakeld.
a
Bevestig op permanente wijze een etiket of een plaatje met
deze afbeelding (minimale hoogte 60 mm) op de poort "Af-
beelding 1"
1
LET OP! Volg de onderstaande waarschuwingen:
– Voordat u met de installatie begint, dient u de "Technische kenmerken
van het product" na te gaan, in het bijzonder om te weten of dit pro-
duct geschikt is voor het automatiseren van uw geleide onderdeel. Als
het product niet geschikt is, mag u NIET overgaan tot de installatie.
– Het product mag niet worden gebruikt voordat de inbedrijfstelling
heeft plaatsgevonden zoals gespecificeerd in het hoofdstuk "Eindtest
en inbedrijfstelling".
– Voordat u met de installatie van het product begint, dient u te con-
troleren of al het te gebruiken materiaal in optimale staat en geschikt
voor gebruik is.
– Het product is niet geschikt om gebruikt te worden door personen
(inclusief kinderen) met fysieke, zintuiglijke of mentale beperkingen of
personen die onvoldoende kennis en/of ervaring hebben.
– Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
– Laat kinderen niet met de bedieningselementen van het product spe-
len. Houd de afstandsbedieningen buiten het bereik van kinderen.
– Op het voedingsnet van de installatie moet een uitschakelapparaat
worden aangesloten (niet meegeleverd) met een openingsafstand
tussen de contacten die volledige uitschakeling mogelijk maakt in de
omstandigheden die gelden voor overspanningscategorie III.
– Behandel het product tijdens de installatie met zorg en voorkom dat
het wordt geplet, dat er tegen wordt gestoten, dat het valt of dat het
in aanraking komt met welke vloeistoffen dan ook. Plaats het product
niet in de buurt van warmtebronnen en stel het niet bloot aan open
vuur. Hierdoor kan het beschadigd raken, waardoor storingen of ge-
vaarlijke situaties kunnen ontstaan. Als dit gebeurt, stop de installatie
dan onmiddellijk en neem contact op met de klantenservice.
– De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor materiële scha-
de of persoonlijk letsel die voortvloeien uit de niet-naleving van de
montage-instructies. In die gevallen is de garantie op materiaalfouten
uitgesloten.
– Het A-gewogen afgegeven geluidsdrukniveau bedraagt minder dan
70 dB(A).
– Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden die door de gebruiker
kunnen worden uitgevoerd mogen niet worden toevertrouwd aan kin-
deren, tenzij zij onder toezicht staan.
– Voordat u werkzaamheden aan de installatie uitvoert (onderhoud, rei-
niging), moet het product altijd worden losgekoppeld van de netvoe-
ding en eventuele batterijen.
– Controleer de installatie regelmatig, in het bijzonder de kabels, de
veren en de steunen om eventuele verstoringen van de uitbalance-
ring en tekenen van slijtage of beschadiging op te merken. Gebruik
het apparaat nooit als het gerepareerd of opnieuw afgesteld moet
worden; een storing in de installatie of onjuiste uitbalancering van de
automatisering kan tot letsel leiden.
– Het verpakkingsmateriaal moet volgens de plaatselijk geldende voor-
schriften afgevoerd worden.
– Het product mag niet buitenshuis worden geïnstalleerd.
– Houd toezicht op bewegende poorten en houd personen op afstand
tot de poort volledig geopend of gesloten is.
– Wees voorzichtig wanneer u de handmatige bediening (handmati-
ge beweging) gebruikt, omdat een geopende deur onverwacht kan
dichtvallen door verzwakte of defecte veren, of als de poort uit even-
wicht is.
– Controleer maandelijks of de bewegingsmotor de beweging omkeert
wanneer de poort een voorwerp van 50 mm hoog op de grond raakt.
Stel de motor indien nodig opnieuw af en controleer deze, omdat een
niet-correcte afstelling een gevaar kan vormen (bij bewegingsmotoren
die een beveiligingssysteem tegen blokkering hebben dat reageert op
contact met de onderste rand van de poort).
– Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze worden vervan-
gen door de fabrikant of door de technische ondersteuningsdienst,
of in ieder geval door een monteur met een vergelijkbare kwalificatie
om ieder risico uit te sluiten.
a
Let op! Als er een automatische poort aanwezig is, kan de
poort onverwacht open of dicht gaan. Zorg dat er geen obsta-
kels zijn in het traject van de poort.
a
Koppel de netvoeding los tijdens het reinigen of andere onder-
houdswerkzaamheden.
a
De automatisering mag niet worden gebruikt met een poort
die een ingebouwde voetgangersdeur heeft (de automatise-
ring kan niet in werking worden gesteld met de voetgangers-
deur)
a
Controleer na de installatie of het beschermingssysteem te-
gen beknelling naar behoren werkt.
NEDERLANDS – 3