UITBREIDINGSMODULES
Het product
Beschrijving
Kenmerken input
IN 3 = potentiaalvrij contact (COM - IN3)
4 Input
IN 4 = potentiaalvrij contact (COM - IN4)
MLAE44
4 Output
IN 5 = potentiaalvrij contact (COM - IN5)
IN 6 = potentiaalvrij contact (COM - IN6)
2 Input
IN 3 = potentiaalvrij contact (COM - IN3)
MLAE22
2 Output
IN 4 = potentiaalvrij contact (COM - IN4)
2 Input
IN 3 = potentiaalvrij contact (COM - IN3)
MLAE21
1 Output
IN 4 = potentiaalvrij contact (COM - IN4)
10 1 4 HERKENNING VAN ANDERE INRICHTINGEN
Normaal gesproken wordt de procedure voor het aanleren van inrichtingen die
op "BlueBUS"en op de "STOP"-ingang zijn aangesloten, tijdens de installatiefa-
se uitgevoerd; als er inrichtingen worden toegevoegd of verwijderd, is het echter
mogelijk om de herkenning opnieuw uit te voeren.
53
GND
Stop
12V OSE
Bluebus
Aerial
Doe het volgende:
1
druk tegelijkertijd op de toetsen
ingedrukt
2
laat de toetsen los wanneer de leds "L1" en "L2" snel gaan knipperen (na
ongeveer 3 seconden)
3
wacht enkele seconden tot de besturingseenheid het herkennen van de
inrichtingen voltooit
4
aan het einde van deze fase moet de led "Stop" branden, moeten de
leds "L1" en "L2" uitgaan, terwijl de leds "L1...L8" gaan branden op
basis van de toestand van de ON-OFF-functies die ze representeren.
m
Nadat er inrichtingen toegevoegd of verwijderd zijn, moet de
opleveringstest van de automatisering opnieuw worden uitge-
voerd, in overeenstemming met de aanwijzingen in paragraaf
"Test"
en
en houd ze
f
g
Kenmerken output
OUT3 = Open Drain (max. 10 W = 24 V - 0,4 A)
OUT4 = Open Drain (max. 10 W = 24 V - 0,4 A)
OUT5 = Open Drain (max. 10 W = 24 V - 0,4 A)
OUT6 = Open Drain (max. 10 W = 24 V - 0,4 A)
OUT3 = Open Drain (max. 10 W = 24 V - 0,4 A)
OUT4 = potentiaalvrij contact met relais in uitwisseling (230 V AC - 5 A)
OUT3 = Open Drain (max. 10 W = 24 V - 0,4 A)
10 1 5 AANSLUITING VAN EEN RADIO-ONTVANGER TYPE SM
(OPTIONEEL ACCESSOIRE)
De besturingseenheid heeft een aansluiting voor radio-ontvangers met SM-con-
nector (optionele accessoires) die tot de familie OXI, OXIBD enz. behoren.
Hiermee kan de besturingseenheid op afstand worden bediend via radiozenders.
Alvorens over te gaan tot de installatie van een ontvanger, moet de werking van
de interne radio worden geblokkeerd (zie paragraaf "Programmering eerste
niveau (ON-OFF)") en de elektrische voeding naar de besturingseenheid wor-
den uitgeschakeld.
Een ontvanger wordt als volgt geïnstalleerd:"Afbeelding 54".
1
verwijder de uitsparing (A);
2
plaats de ontvanger (B) in de hiervoor bedoelde ruimte op de elektroni-
sche printplaat van de besturingseenheid;
3
start de besturingseenheid opnieuw op.
54
B
Voor de beschikbare commando's en de opslagmodaliteiten verwijzen we naar
de modaliteiten voorzien voor de programmering van de geïntegreerde ra-
dio-ontvanger. (zie hoofdstuk "RADIOPROGRAMMERING").
Tabel 30
A
NEDERLANDS – 39