7 3 2 GEHEUGENOPSLAG IN "MODUS 2"
Tijdens de uitvoering van de procedure opgegeven in "Tabel 14" slaat de ontvanger slechts één toets van alle toetsen op de zender op; daarbij wordt de door de
installateur gekozen functionaliteit toegewezen.
Om nog meer toetsen op te slaan, moet u de procedure voor iedere toets die u wilt opslaan van bij het begin herhalen.
De uitgevoerde opslag zal één enkele geheugenplaats innemen en aan de opgeslagen toets zal het commando worden gekoppeld dat door de installateur is geko-
zen in de "Lijst met commando's" van de besturingseenheid van de automatisering (zie "Tabel 10").
GEHEUGENOPSLAG IN MODUS 2 (EN IN UITGEBREIDE MODUS 2)
Op de besturingseenheid
Kies het commando dat u wenst op te slaan uit de commando's vermeld in "Tabel 10" en noteer het
identificatienummer (n).
Druk zoveel keren op de toets "Radio" als overeenkomt met het identificatienummer (n) van het
gekozen commando en laat de toets daarna los. De led "R" knippert evenveel keren.
Op de zender die u in het geheugen wilt opslaan
Indien unidirectioneel, houdt u binnen 10 seconden de toets ingedrukt die u wilt opslaan en laat
u deze los zodra de led "R" op de besturingseenheid de 1e van de 3 voorziene keren groen heeft
geknipperd (= opslag correct uitgevoerd). (*2)
Indien bidirectioneel, drukt u binnen 10 seconden op de toets die u wilt opslaan en laat u
deze meteen ook weer los; de led "R" op de besturingseenheid knippert 3 keer groen. De
afstandsbediening trilt kort ter bevestiging dat de koppeling is uitgevoerd. (*2)
(*2) - Als er nog andere zenders zijn waarop hetzelfde commando moeten worden opgeslagen, herhaalt u de sequentie op de toets van elke volgende zender binnen
15 seconden na de eerste 10 seconden. De procedure wordt automatisch beëindigd na het verstrijken van deze tijdspanne.
a
Let op! Het is niet mogelijk om de aanleerprocedure onmiddellijk te onderbreken. Indien nodig (bijvoorbeeld om ongewenste koppe-
lingen te vermijden), koppelt u de voedingszekering F2 los, wacht daarna 30 seconden en steek ze vervolgens opnieuw in.
7 3 3 GEHEUGENOPSLAG VAN EEN NIEUWE ZENDER "VLAKBIJ DE ONTVANGER".
a
Let op! Alleen voor unidirectionele zenders.
Tijdens de uitvoering van de procedure opgegeven in "Tabel 15" ontvangt een nieuwe zender dezelfde radio-instellingen van een zender die al in de besturingseen-
heid is opgeslagen.
De uitvoering van deze procedure voorziet geen directe actie op de toets "Radio" van de besturingseenheid, alleen de aanwezigheid van de zender binnen het
ontvangstbereik van de ontvanger.
De geheugenopslag "vlakbij de ontvanger" kan worden verhinderd door de functionaliteiten van de ontvanger te blokkeren zoals beschreven in paragraaf "Blokke-
ring (of deblokkering) van opslagprocedures uitgevoerd via de procedure "vlakbij de besturingseenheid" en/of via de "activeringscode"".
GEHEUGENOPSLAG VAN EEN NIEUWE ZENDER "VLAKBIJ DE ONTVANGER"
Beschrijving
Op de nieuwe zender houdt u de toets ingedrukt die u wilt opslaan. Wacht 7 seconden en laat de
toets terug los
Op de al opgeslagen zender voert u de volgende sequentie 3 keer uit: de opgeslagen toets die u wilt
kopiëren langzaam indrukken en vervolgens loslaten.
Op de nieuwe zender drukt u 1 maal op dezelfde toets die bij aanvang van de procedure werd
ingedrukt, en vervolgens laat u deze los.
(*2) - Als er nog andere zenders zijn waarop hetzelfde commando moeten worden opgeslagen, herhaalt u de sequentie op de toets van elke volgende zender binnen
15 seconden na de eerste 10 seconden. De procedure wordt automatisch beëindigd na het verstrijken van deze tijdspanne.
7 3 4 GEHEUGENOPSLAG VAN EEN NIEUWE ZENDER VIA DE "ACTIVERINGSCODE" VAN EEN OUDE ZENDER DIE AL IN DE
ONTVANGER IS OPGESLAGEN
a
Let op! Alleen voor zenders met codering "O-Code" en "BD"
In het geheugen van de zenders met codering O-Code en BD is een (geheime) "activeringscode" opgeslagen waarmee een nieuwe zender die u in de ontvanger
wilt opslaan, kan worden geactiveerd.
Voor de uitvoering van deze activering dient u de instructiehandleiding van de zender te lezen en moet u over een oude zender beschikken die al is opgeslagen in
dezelfde ontvanger waarin u de nieuwe zender wilt opslaan.
a
De activeringscode kan alleen worden overgedragen tussen twee identieke zenders met dezelfde radiocodering.
Wanneer de nieuwe geactiveerde zender dan achteraf wordt gebruikt, zal hij naar de ontvanger (bij de eerste 20 transmissies) de instructie, de eigen identificatiecode
en de ontvangen "activeringscode" verzenden. De ontvanger zal dan de activeringscode van de oude zender herkennen en automatisch de identificatiecode van
de nieuwe zender opslaan.
De ongewenste geheugenopslag van zenders via de "activeringscode" kan worden verhinderd door de functionaliteit van de ontvanger te blokkeren (zie paragraaf
"Blokkering (of deblokkering) van opslagprocedures uitgevoerd via de procedure "vlakbij de besturingseenheid" en/of via de "activeringscode"").
Symboliek
...(n)
Symboliek
x 7 sec.
Tabel 14
Tabel 15
NEDERLANDS – 23