Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Programmeerbare Parameters En Functionaliteiten; Legenda Van De Symbolen; Gemeenschappelijke Parameters - Nice Spider Installatievoorschriften En Waarschuwingen

Reductiemotor
Inhoudsopgave
11

PROGRAMMEERBARE PARAMETERS EN FUNCTIONALITEITEN

11
PROGRAMMEERBARE PARAMETERS EN FUNCTIONALITEITEN
Op de volgende pagina's worden alle parameters en functionaliteit van de besturingseenheid met de respectieve referentiewaarden vermeld. Met uitzondering van
enkele parameters die alleen gelezen kunnen worden, kunnen zo goed als alle beschikbare parameters met behulp van alle compatibele interfaces van Nice worden
gewijzigd.
a
LET OP: Nice behoudt zich het recht voor om de referentiewaarden en de functionaliteiten zonder voorafgaande kennisgeving te
wijzigen.

11 1 LEGENDA VAN DE SYMBOLEN

In deze legenda worden de symbolen weergegeven en beschreven die op de volgende pagina's worden gebruikt.
= Automatische procedure
Z
= Handmatige procedure
A
= Parameter multi kaart
c
= Instelling lichte poort
e
= Instelling zware poort
k
= Parameter alleen-lezen - (parameter niet wijzigbaar)
d

11 2 GEMEENSCHAPPELIJKE PARAMETERS

Naam
Deze parameter maakt het mogelijk een andere naam dan de originele aan de automatisering toe te kennen, om de identificatie ervan te vergemakkelijken (bijv. "poort
noordzijde"). De naam mag uit maximaal 24 tekens bestaan, inclusief spaties.
Geheel (0
63, standaard = 0)
4
Het geheel is een nummer dat verplicht moet worden toegekend aan iedere reductiemotor, ontvanger of andere inrichting die in een BusT4-netwerk kan worden
aangesloten, om de "homezone" ervan aan te geven. Vervolgens zal het tijdens het gebruik van de automatiseringen binnen een samengestelde installatie mogelijk
zijn alle inrichtingen met hetzelfde geheelnummer tegelijkertijd aan te sturen.
Adres (1
127, standaard = 3)
4
Het adres is een nummer dat verplicht moet worden toegekend aan iedere reductiemotor, ontvanger of andere inrichting die in een BusT4-netwerk kan worden
aangesloten, om deze inrichting te onderscheiden van de andere inrichtingen van een geheel. Het is dus noodzakelijk dat de inrichtingen van een geheel allemaal
een verschillend adres hebben.
Groep (0
15, standaard = 0)
4
Deze functie maakt het mogelijk om aan een inrichting die moet worden aangestuurd (bijvoorbeeld een reductiemotor of een andere inrichting die in een BusT4-net-
werk kan worden aangesloten), een nummer toe te kennen dat aangeeft dat de inrichting in kwestie tot een bepaalde "aansturingsgroep" behoort.
Van een zelfde groep kunnen meerdere inrichtingen deel uitmaken die ook tot verschillende gehelen behoren. Er kunnen maximaal 14 groepen met inrichtingen
worden aangemaakt, en eenzelfde inrichting kan in 4 verschillende groepen worden opgenomen.
– tegelijkertijd verschillende in een groep opgenomen inrichtingen aan te sturen, ook als deze tot verschillende gehelen behoren:
– één enkele ontvanger, geïnstalleerd in een van de tot de groep behorende inrichtingen, gebruiken om alle inrichtingen die van deze groep deel uitmaken aan te
sturen.
Versie firmware
d
Met deze functie kan de firmware-versie van een inrichting worden weergegeven.
Versie hardware
d
Met deze functie kan de hardware-versie van een inrichting worden weergegeven.
Serienummer
d
Met deze functie kan het serienummer dat een inrichting op eenduidige wijze identificeert, worden weergegeven. Dit nummer is voor elk inrichting anders, ook als
de inrichtingen van hetzelfde model zijn.
44 – NEDERLANDS
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Spider800Spider1200bl

Inhoudsopgave