3. Om de sluitnok te verstellen, draait u de hendel
omhoog om deze los te maken (Figuur 21).
4. Plaats de plaat en de sluitnok op zodanige wijze in
de sleuf dat de machine de gewenste afvoer heeft.
5. Draai de hendel terug om de plaat en de sluitnok
vast te zetten (Figuur 21).
6. Als de nok de plaat niet op zijn plaats houdt of
deze te vast zit, moet u hendel losmaken en aan de
sluitnok draaien. Draai aan de sluitnok totdat u de
gewenste sluitdruk hebt verkregen.
Figuur 21
1. Sluitnok
2. Hendel
Positie van afvoerplaat
instellen
De volgende figuren zijn uitsluitend bedoeld als
aanbeveling voor gebruik. De instelling is afhankelijk
van de soort gras, het vochtgehalte en de hoogte van
het gras.
Opmerking: Als het motorvermogen afneemt en de
rijsnelheid van de maaimachine hetzelfde blijft, opent u
de plaat.
Positie A
Dit is de volledig achterwaartse positie. Deze positie
wordt aanbevolen voor de volgende gevallen.
• Maaiomstandigheden met kort, licht gras.
• Droge omstandigheden.
• Kleine hoeveelheid maaisel.
• Werpt maaisel verder weg van de maaimachine.
3. Draai aan de nok om de
sluitdruk te verhogen of te
verminderen
4. Sleuf
Positie B
Zet de plaat in deze positie als u het maaisel opvangt.
Positie C
Dit is de volledig open positie. Deze positie wordt
aanbevolen voor de volgende gevallen.
• Maaiomstandigheden met hoog, dicht gras.
• Vochtige omstandigheden.
• Vermindert het energieverbruik van de motor.
• Maakt hogere rijsnelheid mogelijk in zware
omstandigheden.
• Deze positie biedt dezelfde voordelen als de Toro
SFS maaimachine.
23
Figuur 22
Figuur 23