Onderhouden remmen
Parkeerrem afstellen
Controleer of de parkeerrem goed is afgesteld.
1. Stel de remhendel buiten werking (hendel omlaag).
2. Meet de lengte van de veer; deze moet 74 mm zijn
tussen de sluitringen (Figuur 48).
Figuur 48
1. Remhendel
2. Veer (74 mm)
3. Stelmoeren
4. Kraag op remstang
3. Als bijstelling vereist is, volg dan de volgende
stappen:
A. Draai de contramoer onder de veer los en draai
de moer direct onder de gaffel aan (Figuur 48).
B. Draai de moer totdat de lengte correct is.
C. Draai de twee moeren samen vast en herhaal deze
procedure aan de andere kant van de machine.
4. Draai de moeren naar rechts om de veer korter te
maken en naar links om de veer langer te maken.
5. Stel de parkeerrem in werking, met de hendel
omhoog.
6. Meet de afstand tussen de taatsroller en de kraag op
de remstang. De lengte tussen de ringen moet 5 tot
7 mm zijn (Figuur 48).
7. Als bijstelling vereist is, volg dan de volgende
stappen:
A. Draai de contramoer direct onder de gaffel los.
B. Draai de onderste stelmoeren totdat de afstand
correct is (Figuur 48).
C. Draai de contramoer bij de gaffel vast.
5. 5 tot 7 mm
6. Contramoer en gaffel
7. Draaipen
Onderhoud riemen
Riemen controleren
Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Alle
riemen op slijtage en scheurtjes
controleren.
Controleer de riemen op scheuren, gerafelde randen,
schroeiplekken of andere schade. Vervang beschadigde
riemen.
Drijfriem van maaidek
vervangen
Tekenen dat een riem aan het slijten is, zijn: gieren
tijdens het draaien van de riem, slippen van de messen
tijdens het maaien, gerafelde randen, schroeiplekken en
scheuren. Vervang de riem als u een van deze tekenen
gewaar wordt.
1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de
neutraalstand en stel de parkeerrem in werking.
2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en
wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand
zijn gekomen alvorens de bestuurderspositie te
verlaten.
3. Verwijder de drijfriemkappen op de buitenste assen.
4. Draai de arm van de vaste spanpoelie los en beweeg
deze om de spanning van de spanpoelie te halen
(Figuur 49).
1. Arm van de vaste
spanpoelie
2. Vierkant gat
3. Vaste spanpoelie
5. Verwijder de oude riem.
6. Monteer een nieuwe riem door de riemgeleider en
over de poelies (Figuur 49).
7. Plaats een dopsleutel met een kort verlengstuk of
een onderbrekerstang in het vierkante gat in de arm
van de vaste spanpoelie (Figuur 50).
40
Figuur 49
4. Drijfriem van maaidek
5. Riemgeleider
6. Veerbelaste spanpoelie