13. Draai de moer naar 75-80 8-9 N-m, draai hem dan
los en draai hem weer vast naar 2-3 N-m. Zorg dat
de as niet buiten de moeren uitsteekt.
14. Plaats de guards weer over de wiel-hub en plaats
het wiel in de asvork. Draai de zwenkbout en draai
de moer geheel vast.
Belangrijk: Controleer om beschadiging van
verzegeling en lagers te voorkomen de afstelling
van de lagers vaak. Draai het zwenkwiel rond.
De band mag niet vrij draaien (meer dan 1 of 2
omwentelingen) of zijspeling hebben. Als het
wiel vrij draait, stel dan het draaimoment op
de afstandsmoer in tot sprake is van een kleine
hoeveelheid vertraging. Pas opnieuw kleefstof toe.
Smeerpunten
Pomp vet in de smeernippels volgens het tijdschema op
de instructiesticker Controle en Onderhoud (Figuur 30).
Punten waar dunvloeibare olie of
sproeismering moet worden gebruikt
Onderhoudsinterval: Om de 150 bedrijfsuren
• Actuator van de stoelschakelaar
• Draaipunt van de remhendel
• Lagerbussen van de remstang
• Bronzen lagerbussen van de rijhendels
Figuur 30
Maaidek en riemspanpoelies
smeren
Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer
het maaidek en de assen.
Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de
arm van de pompaandrijfriem.
Smeren met Nr. 2 vet op lithium- of molybdeenbasis
voor algemene doeleinden.
Belangrijk: Controleer elke week of de assen van
het maaidek overvloedig zijn gesmeerd.
1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de
vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in
werking.
2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en
wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand
zijn gekomen alvorens de bestuurderspositie te
verlaten.
3. Verwijder de drijfriemkappen.
4. Smeer de drie aslagers onder de poelies totdat er
vet bij de onderste afdichtingen naar buiten komt
(Figuur 31).
5. Pomp vet in de arm van de spanpoelie op het
maaidek (Figuur 31).
6. Smeer de pompriem-arm onder het motordek.
30
Figuur 31