Figuur 63
1. 26,7 cm voor 60in
maaidekken en 28,2 cm
voor 52in maaidekken
2. Voorste moer
3. Contramoer van veer
4. Voorste wartel
Onderhoud van de
maaimessen
Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor scherpe
maaimessen. Scherpe messen snijden het gras goed af
zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en
kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor
het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten.
Controleer elke dag of de maaimessen scherp zijn en of
ze versleten of beschadigd zijn. Vijl regelmatig kerven
en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig
is. Als een mes beschadigd of versleten is, moet u dit
onmiddellijk vervangen door een origineel Toro-mes.
Om het slijpen en vervangen te vergemakkelijken, is het
handig extra messen in voorraad te hebben.
Een versleten of beschadigd mes kan breken en
een stuk van het mes kan worden uitgeworpen
in de richting van de gebruiker of omstanders en
ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen.
• Controleer op gezette tijden het maaimes op
slijtage of beschadigingen.
• Vervang een versleten of beschadigd mes.
Controleer de messen om de 8 bedrijfsuren.
5. Contramoer van wartel
6. Drukmoer
7. Voorste steunarm
8. Grote ring
Vóór controle en onderhoud van de
maaimessen
Parkeer de maaimachine op een horizontaal oppervlak,
schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking.
Draai het contactsleuteltje op UIT. Verwijder het
sleuteltje.
De maaimessen controleren
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks
1. Controleer de snijranden (Figuur 64). Als de
snijranden niet scherp zijn of inkepingen vertonen,
moet u de messen verwijderen en deze slijpen. Zie
Maaimessen slijpen.
2. Controleer de messen, met name het gebogen
deel (Figuur 64). Als u beschadiging, slijtage of
groefvorming in dit deel constateert (Figuur 64),
moet u het mes direct vervangen.
1. Snijrand
2. Gebogen deel
Controle op kromme messen
1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de
vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in
werking.
2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en
wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand
zijn gekomen alvorens de bestuurderspositie te
verlaten.
3. Draai de messen totdat de uiteinden in de
lengterichting liggen (Figuur 65). Meet de afstand
tussen een horizontaal oppervlak en de snijrand,
positie A, van de messen (Figuur 65). Noteer deze
afstand.
49
Figuur 64
3. Slijtage/gevormde sleuf
4. Scheur