Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave
RP: instelling van de
drukverlaging voor
herstart
OD: type installatie
AD: configuratie van het
adres
MS: matenstelsel
Grootheid
Druck
Temperatuur
Flusso
AS: koppeling van apparaten
Hiermee kan de modus voor aan-/loskoppeling worden geopend met de volgende apparaten:
– e.sy
Andere e.sybox-pomp voor werking in een pompgroep die wordt gevormd door maximaal 4 elementen.
– e.sylink
Besturingseenheid in- en uitgangen e.sylink.
– DEV
Eventuele andere compatibele apparaten.
Op de pagina AS worden de pictogrammen van de verschillende aangesloten apparaten weergegeven met hun identificatieacroniem en het
bijbehorende ontvangstvermogen eronder. Un' Een permanent brandend pictogram geeft aan dat het apparaat verbonden is en correct functioneert;
een doorgekruist pictogram geeft aan dat het apparaat geconfigureerd is als onderdeel van het netwerk, maar niet gedetecteerd wordt.
Op deze pagina worden niet alle apparaten weergegeven die in de ether aanwezig zijn, maar alleen de apparaten die deel uitmaken van
ons netwerk. Door alleen de apparaten van het eigen netwerk te zien is werking van meerdere analoge netwerken mogelijk die tegelijkertijd
bestaan in de actieradius van de draadloze verbinding zonder verwarring te scheppen; op deze manier geeft de gebruiker geen elementen
weer die niet tot het pompsysteem behoren.
Vanaf deze menupagina kan een element worden aan- of afgekoppeld van het persoonlijke draadloze netwerk. Bij het starten van de machine bevat
het menu-item AS geen enkele verbinding, aangezien er geen apparaten verbonden zijn. In deze conditie verschijnt de tekst "No Dev" en is de led
COMM uit. Apparaten kunnen alleen door middel van handelingen voor aan-/afkoppeling door de gebruiker worden toegevoegd of verwijderd.
Verbinding van apparaten:
Door "+" 5 sec in te drukken gaat de machine over naar de zoekstatus voor de verbinding met draadloze apparaten. Deze status kan worden afgeleid
uit het met regelmatige tussenpozen knipperende COMM-led. Zodra twee machines in een nuttig communicatieveld deze status hebben, maken ze
verbinding, indien mogelijk. Als de koppeling niet mogelijk is voor een of beide machines, eindigt de procedure en verschijnt op elke machine een
pop-up met de melding "koppeling niet mogelijk". Een koppeling kan niet mogelijk zijn omdat al het maximale aantal aanwezig is van het apparaat dat
men probeert te koppelen, of omdat het te koppelen apparaat niet wordt herkend. In dit laatste geval moet de procedure vanaf het begin worden
herhaald. De zoekstatus voor koppeling blijft actief totdat het te koppelen apparaat gevonden is (ongeacht het resultaat van de koppeling); als het in
Drukt de drukverlaging ten opzichte van de SP-waarde uit die herstart van de pomp veroorzaakt. Als de setpointdruk
bijvoorbeeld 3,0 [bar] bedraagt en RP is 0,5 [bar], vindt de herstart plaats bij 2,5 [bar]. RP kan worden ingesteld van
een minimum van 0,1 tot een maximum van 1 [bar]. In bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld bij een setpoint dat
lager is dan RP zelf) kan hij automatisch worden beperkt. Om het de gebruiker gemakkelijker te maken verschijnt
op de instellingspagina van RP de effectieve herstartdruk ook onder het RP-symbool.
Mogelijke waarden zijn 1 en 2, hetgeen staat voor een starre of een elastische installatie. Bij het verlaten van de
fabriek is de waarde 1 ingesteld, die geschikt is voor de meeste installaties. Als er sprake is van drukschommelingen
die niet gestabiliseerd kunnen worden aan de hand van de parameters GI en GP, moet de waarde 2 worden
ingesteld.
BELANGRIJK: in de twee configuraties veranderen ook de waarden van de regelparameters GP en GI. Daarnaast
zijn de waarden van GP en GI die zijn ingesteld in modus 1 ondergebracht in een ander geheugen dan de waarden
van GP en GI die zijn ingesteld in modus 2. De waarde van GP in modus 1 wordt derhalve bij overgang naar modus
2 vervangen door de waarde van GP in modus 2, maar wordt bewaard en kan worden teruggevonden bij terugkeer
in modus 1. Een zelfde waarde die te zien is op het display heeft een ander gewicht in de ene of de andere modus,
aangezien het controle-algoritme verschilt.
Dit is alleen van betekenis bij een aansluiting met meerdere pompen. Deze parameter stelt het communicatie-adres
in dat moet worden toegewezen aan het apparaat. De mogelijke waarden zijn: automatisch (default) of een
handmatig toegekend adres. Handmatig ingestelde adressen kunnen de waarden 1 tot en met 4 krijgen. De
configuratie van de adressen moet homogeen zijn voor alle apparaten waaruit de groep bestaat: ofwel automatisch
voor alle apparaten, ofwel handmatig. Het is niet toegestaan gelijke adressen in te stellen. Zowel bij gemende
toewijzing van adressen (enkele handmatig, andere automatisch) als in het geval van identieke adressen wordt een
fout gesignaleerd. De foutsignalering verschijnt met een knipperende E in plaats van het adres van de machine.
Als de gekozen toewijzing automatisch is, worden bij elke inschakeling van het systeem adressen toegekend die
kunnen afwijken van de vorige keer, maar dit is niet van invloed op de juiste werking.
Hiermee wordt het matenstelsel van de meeteenheden angloamerikaans, te weten het internationale of het Britse
stelsel. De weergegeven grootheden worden weergegeven in Tabel 14.
OPMERKING: De stroming in angloamerikaans meeteenheden (gal/ min) wordt uitgedrukt met een conversiefactor
van 1 gal = 4,0 liter, hetgeen overeenkomt met een metrische gallon.
Weergegeven meeteenheden
Meeteenheid
bar
°C
l / min
NEDERLANDS
MENU INSTALLATEUR
Grootheid
psi
°F
gal / min
159
Tabel 14: Matenstelsel meeteenheden
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave