– Relaisuitgangen
– Druksensor op afstand
– Aansluiting op ethernet
In de volgende tekst geven we met de term 'functies van besturingseenheid' het geheel van de hierboven genoemde functies aan die door de
verschillende besturingseenheden worden aangeboden.
7.1.1 Beschikbare functies besturingseenheden
De functies die, afhankelijk van het type besturingseenheid, beschikbaar zijn, zijn opgesomd in de tabel 6 Beschikbare functies besturingseenheden..
Functie
Digitale ingangen met opto-isolatie
Uitgangsrelais met NO contact
Druksensor op afstand
Netaansluiting
7.1.2 Elektrische aansluitingen van in- en uitgangen
Zie de handleiding van de besturingseenheid.
7.1.3 Werking in veiligheidsmodus
In het geval gebruik wordt gemaakt van de functies van de ingangen of de afstandsensor, bij uitvallen van de communicatie of een fout van de
besturingseenheid, schakelen de e.sybox en de besturingseenheid in veiligheidsmodus met de configuratie die als het minst schadelijk wordt
beschouwd. Wanneer de veiligheidsmodus wordt geactiveerd, verschijnt in het display een knipperend pictogram dat een kruis binnen een driehoek
voorstelt. Het gedrag van de e.sybox in geval van uitvallen van de communicatie is in onderstaande tabel beschreven.
Instelling e.sybox
In=0
Functie ingang gedeactiveerd
In
=1, 2
(2)
Geen water, gesignaleerd door
vlotter
in
=3, 4
(2)
Hulpsetpoint Pauxn
in
=5, 6
(2)
Systeem disable
in
=7, 8
(2)
Systeem disable+ reset storingen
en waarsch.
in =9
Rest storingen en waarsch.
in
=10, 11, 12,
(2)
13 Functie Kiwa (signaal lage
druk in ingang)
PR=0
Afstand-druksensor gedeactiveerd
PR=1
Gebruik afstand-druksensor
De activering van de functie die hoort bij deze cel + willekeurig welke andere functie in veiligheidsmodus veroorzaakt een stop van het systeem. In
(1)
dit geval toont het systeem de belangrijkste oorzaak van de stop.
I door een komma gescheiden nummers geven de mogelijke waarden aan die kunnen worden ingesteld voor de functie in kwestie. Voor wat betreft
(2)
de besturingseenheid daarentegen: als de communicatie verbroken wordt, wordt het relais 1 ingeschakeld volgens de instellingen van O1 (zie tab
21), waarbij het wegvallen van de communicatie als een foutconditie wordt beschouwd.
7.1.4 Instelling van de functies vanaf besturingseenheid
De default-waarde van alle ingangen en van de afstand-druksensor is DISABLE, om ze te kunnen gebruiken moeten ze dus worden geactiveerd door
de gebruiker, zie par 7.6.15 – Instelling van de digitale hulpingangen IN1, IN2, IN3, IN4, par druksensor 7.5.6 - PR: Afstand-druksensor.
De uitgangen zijn als default geactiveerd, zie functies uitgangen par 7.6.16 - Instelling van de uitgangen OUT1, OUT2. Als er geen enkele
besturingseenheid geassocieerd is, worden de functies van ingangen, uitgangen en afstand-druksensor genegeerd en hebben geen enkel effect, hoe
ze ook zijn ingesteld. De parameters die aan de besturingseenheid gekoppeld zijn (ingangen, uitgangen en druksensor) kunnen ook worden ingesteld
als de verbinding afwezig of zelfs niet tot stand gebracht is. Indien de besturingseenheid geassocieerd is (deel uitmaakt van het wireless netwerk van
de e.sybox), maar door problemen afwezig of niet zichtbaar is, zullen de parameters die gekoppeld zijn aan de functies, wanneer ze worden ingesteld
op een waarde anders dan disable, knipperen om aan te geven dat ze hun functie niet kunnen vervullen.
e.sylink
•
•
•
Geen geassocieerde
besturingseenheid
Functie geactiveerd
(vanaf ingang of via menu)
Geen
actie
Geen
Stop van het systeem F1
actie
Geen
Activering overeenkomstige
actie
Geen
Stop van het systeem F3
actie
Geen
Stop van het systeem F3 +
actie
reset storingen en waarsch.
Geen
Rest storingen en waarsch.
actie
Geen
Stop van het systeem F4
actie
Geen
actie
Geen
Setpoint op afstandsensor
actie
Tabel 7: Interventie van de veiligheidsmodus.
NEDERLANDS
Tabel 6: Beschikbare functies besturingseenheden.
Gedrag e.sybox
Geassocieerde besturingseenheid
Gedetecteerde
besturingseenheid
Functie niet geactiveerd
(vanaf ingang of via
menu)
Geen
Geen
actie
actie
Geen
actie
Geen
hulpsetpoint
actie
Geen
actie
Geen
actie
Geen
actie
Geen
actie
Geen
Geen
actie
actie
Geen
actie
151
Besturingseenheid niet gedetecteerd of in fout
Veiligheidsmodus
Geen
actie
Stop van het systeem
(1)
Activering van de laagste druk van de ingestelde
hulpsetpoints
Stop van het systeem
(1)
Stop van het systeem
(1)
Geen
actie
Stop van het systeem
(1)
Geen
actie
Het afstandsetpoint wordt genegeerd