4. INSTALLATIE
– Het systeem is ontwikkeld voor gebruik binnenshuis. Voor installaties in de open lucht en/of die rechtstreeks blootgesteld worden aan
weersinvloeden, wordt geadviseerd om een bescherming te gebruiken die is afgestemd op de installatiesituatie, om te waarborgen dat het
systeem in elke conditie goed zal functioneren.
– Het systeem is ontworpen om te werken in omgevingen met een temperatuur die tussen 0 °C en 50 °C blijft (op voorwaarde dat er
voor elektrische voeding wordt gezorgd: zie par.7.6.14 "antibevriezingsfunctie").
– Het systeem is geschikt om drinkwater te behandelen.
– Het systeem mag niet worden gebruikt voor het pompen van zout water, afvalwater, ontvlambare, bijtende of explosieve vloeistoffen
(bv. petroleum, benzine, verdunningsmiddelen), vetten, oliën of voedingsmiddelen.
– Het systeem kan water aanzuigen waarvan het niveau niet dieper is dan 8 m (hoogte tussen het waterpeil en de aanzuigopening van
de pomp).
– Verbind geen leiding met de opening van 1'' ¼ waarin de terugslagklep zit, zie afb. 26
– Als het systeem wordt gebruikt voor de watertoevoer in huis, moeten de lokale voorschriften in acht worden genomen van de instanties
die verantwoordelijk zijn voor het waterbeheer.
Als u niet zeker bent dat er geen vreemde voorwerpen aanwezig zijn in het te pompen water, moet er aan de ingang van het systeem een filter worden
gemonteerd dat geschikt is om de onzuiverheden tegen te houden.
Door een filter aan te brengen op de aanzuiging nemen de hydraulische prestaties van het systeem af in verhouding tot het belastingverlies
dat door het filter zelf wordt veroorzaakt (in het algemeen geldt dat hoe groter het filtervermogen, des te sterker de daling van de prestaties).
Kies het gewenste type configuratie (verticaal of horizontaal), rekening houdend met de aansluitingen naar de installatie, de positie van het
gebruikersinterfacepaneel, de beschikbare ruimten volgens onderstaande aanwijzingen. Andere configuraties van de installatie zijn mogelijk door
gebruik te maken van DAB interfaceaccessoires: zie de betreffende paragraaf (par. 11.2, 11.3).
4.1 VERTICALE CONFIGURATIE
TVerwijder de 4 steunpootjes van het onderblad van de verpakking en schroef hen helemaal in de messing zittingen van vlak C. Stel het systeem op
de gewenste plaats op, rekening houdend met het ruimtebeslag van afb.7.
– De afstand van minstens 10 mm tussen vlak E van het systeem en een eventuele muur is verplicht om ventilatie via de roosters te verzekeren.
– De afstand van minstens 270 mm tussen vlak B van het systeem en een obstakel wordt aanbevolen om eventueel onderhoud te kunnen plegen
op de terugslagklep zonder het systeem te hoeven afkoppelen van de installatie.
– De afstand van minstens 200 mm tussen vlak A van het systeem en een obstakel wordt aanbevolen om het deurtje te kunnen verwijderen en
toegang te krijgen tot de technische ruimte.
Als de ondergrond niet vlak is, moet het pootje dat geen ondersteuning heeft worden uitgeschroefd om de hoogte ervan te regelen tot hij contact
maakt met de ondergrond, zodat het systeem stabiel staat. Het systeem moet namelijk veilig en stabiel worden geplaatst, en de verticaalheid van de
as moet worden gegarandeerd: het systeem mag niet hellen.
4.1.1 Hydraulische aansluitingen
Breng de aansluiting aan de ingang van het systeem tot stand via de opening op vlak F die wordt aangeduid met "IN" op afb.7 (aanzuigingsaansluiting).
Verwijder daarna de dop met behulp van het meegeleverde gereedschap of een schroevendraaier. Breng de aansluiting aan de uitgang van het
systeem tot stand via de opening op vlak F die wordt aangeduid met "OUT" op afb.7 (persaansluiting). Verwijder daarna de dop met behulp van het
meegeleverde gereedschap of een schroevendraaier. Alle hydraulische aansluitingen van het systeem op de installatie waarmee hij kan worden
verbonden zijn van het type met vrouwelijk schroefdraad 1" GAS, gemaakt van messing.
Als u het product met de installatie wilt verbinden via verbindingsstukken met een diameter die groter is dan de normale afmeting van de
slang van 1" (bijvoorbeeld de ring, in het geval van uit 3 delen bestaande verbindingsstukken), moet worden verzekerd dat het mannelijke
schroefdraad van 1"GAS van de verbinding zelf minstens 25 mm uitsteekt uit de hierboven genoemde maat (zie afb.8)
NEDERLANDS
Anticycling-beveiliging
Amperometrische beveiliging naar de motor
Bescherming tegen abnormale voedingsspanningen
Beschermingen tegen overtemperatuur
200 mm
10 mm
Afb. 7
145