deze zelfde opening dienen als hydraulische ingangsaansluiting (precies zoals de aansluiting met de indicatie "IN" op vlak C, die als alternatief dient).
Het paneel van de gebruikersinterface bestaat uit een display en toetsenbord en dient om het systeem in te stellen, de status ervan op te vragen en
eventuele alarmen te communiceren. Het systeem kan in 2 verschillende configuraties worden geïnstalleerd: horizontaal (afb.4) of verticaal (afb.5).
3.1 Beschrijving van de geïntegreerde inverter
De geïntegreerde elektronische besturing van het systeem is van het type met inverter en maakt gebruik van stromings-, druk- en
temperatuursensoren, die eveneens in het systeem zijn geïntegreerd. Door middel van deze sensoren schakelt het systeem zichzelf automatisch in
en uit, volgens de eisen van de gebruiker, en is het in staat storingscondities te detecteren, te voorkomen en te signaleren. De besturing door middel
van een inverter waarborgt diverse functies, waarvan, voor de pompsystemen, het handhaven van een constante druk aan de perszijde en
energiebesparing de belangrijkste zijn.
– De inverter is in staat de druk van een hydraulisch circuit constant te houden door de draaisnelheid van de elektropomp te variëren. Bij werking
zonder inverter kan de elektropomp niet moduleren, en wanneer het gevraagde debiet stijgt neemt de druk noodzakelijkerwijze af, of omgekeerd;
hierdoor is de druk te hoog bij lage debieten of is de druk te laag wanneer het gevraagde debiet toeneemt.
– Door de draaisnelheid te variëren in functie van de momentele vraag van het gebruikspunt, beperkt de inverter het vermogen dat wordt afgegeven
aan de elektropomp tot de druk die minimaal noodzakelijk is om te verzekeren dat aan de vraag wordt voldaan. De werking zonder inverter voorziet
dat de elektropomp altijd is ingeschakeld, en uitsluitend op het maximale vermogen.
Het systeem is zo door de fabrikant geconfigureerd dat aan de meeste installatiesituaties wordt voldaan, d.w.z.:
– werking met constante druk;
– setpoint (gewenste constante drukwaarde): SP = 3.0 bar
– Verlaging van de druk voor herstart:
– Anticyclingfunctie:
Deze en andere parameters kunnen echter voor elke installatie op zich worden ingesteld. In par. 7-8-9 worden alle instelbare grootheden geïllustreerd:
druk, tussenkomst van beveiligingen, draaisnelheden enz.Er zijn vele andere bedrijfswijzen en verdere opties mogelijk. Door middel van de diverse
mogelijke instellingen en de beschikbaarheid van configureerbare ingangs- en uitgangskanalen is het mogelijk de werking van de inverter aan te
passen aan de eisen van verschillende installaties. Zie par. 7-8-9..
3.2 Geïntegreerd expansievat
Het systeem heeft een geïntegreerd expansievat met een totale inhoud van 2 liter. Het expansievat heeft de volgende belangrijkste functies:
– het systeem elastisch maken zodat het behoedt wordt tegen waterslagen;
– een waterreserve verzekeren die, in het geval van kleine lekken, de druk in het systeem zo lang mogelijk handhaaft en zo onnodige herstarts van
het systeem, die anders continu zouden plaatsvinden, uitstelt;
– bij opening van het gebruikspunt, de waterdruk verzekeren gedurende de seconden die het systeem bij inschakeling nodig heeft om de juiste
draaisnelheid te bereiken.
Het geïntegreerde expansievat heeft niet tot taak een zodanige waterreserve te scheppen dat de ingrepen door het systeem worden beperkt (vraag
van het gebruikspunt, niet door lekken in het systeem). Het is mogelijk een expansievat met de gewenste inhoude aan het systeem toe te voegen. Dit
vat dient te worden verbonden op een punt van de persinstallatie (niet de aanzuiging!). Bij horizontale installaties is aansluiting mogelijk op de
ongebruikte persopening. Bij de keuze van de tank moet er rekening mee worden gehouden dat de hoeveelheid water die wordt afgegeven ook een
functie is van de parameters SP en RP die op het systeem kunnen worden ingesteld (par. 6-7). Het expansievat is voorgevuld met lucht onder druk
via de klep die toegankelijk is vanuit de technische ruimte (afb.3, punt 1). De voorvulwaarde waarmee het expansievat door de fabrikant wordt geleverd
stemt overeen met de standaardinstelling van de parameters SP en RP, en voldoet hoe dan ook aan de volgende vergelijking:
Pair = SP – RP – 0.7 bar
Dus, door de fabrikant:
Als er andere waarden worden ingesteld voor de parameters SP en/of RP, moet de klep van het expansievat worden geregeld door lucht af te voeren
of in te brengen totdat opnieuw wordt voldaan aan bovenstaande vergelijking (bv.: SP=2,0 bar; RP=0,3 bar; laat lucht uit het expansievat totdat de
druk van 1,0 bar bereikt wordt op de klep).
Het niet aanhouden van bovenstaande vergelijking kan leiden tot storingen in het systeem of voortijdige breuk van het membraan in het
expansievat.
Gezien de inhoud van het expansievat van slechts 2 liter moet de manometer bij het uitvoeren van een eventuele luchtdrukcontrole heel
snel worden geplaatst: bij kleine volumes kan het verlies van ook maar een beperkte hoeveelheid lucht een aanzienlijke drukval
Afb. 4
RP = 0.3 bar
Uitgeschakeld
Waarbij:
Pair = waarde van de luchtdruk in bar
SP = Setpoint (7.3) in bar
RP = Drukverlaging voor de
herstart (7.5.1) in bar
Pair = 3 – 0.3 – 0.7 = 2.0 bar
NEDERLANDS
143
Afb. 5