3.1 Elektrische onderdelen
Alle elektrische voedings- en interfaceaansluitingen worden beschreven in het bedradingsschema dat met de unit wordt
geleverd.
De installateur dient de volgende onderdelen te leveren:
• Voedingskabels (aparte goot).
• Kabels voor onderlinge verbinding en interfaces (aparte goot).
• Thermo-magnetische stroomonderbrekers van het juiste formaat (zie elektrische gegevens).
3.2 Elektrische aansluitingen
Voedingscircuit:
Sluit de voedingskabels direct aan op de algemene terminals in het framework van de unit. Afhankelijk van de sectie van
de kabel die wordt gebruikt en de doorvoer, moet het toegangspaneel worden geboord. Er kan oOok kan een fl exibele
leiding met drie toevoerfasen en aarding worden gebruikt.
Zorg voor complete bescherming tegen binnendringen van water in het aansluitpunt.
Regelingscircuit:
Het regelingscircuit wordt aangedreven met 24 VAC. Elke unit is uitgerust met een supplementair
transformatorregelingscircuit van 230/24V. Er zijn geen extra voedingskabels voor de regelaar vereist.
Alleen in gevallen met een optionele aparte opslagtank is het nodig om de antivriesverwarming apart van stroom te voorzien.
Elektrische verwarmers
De unit heeft een geïntegreerde antivriesverwarming in de verdamper. Ieder circuit heeft een elektrische weerstand
ingebouwd in de compressor om de olie warm te houden en te voorkomen dat het koudemiddel naar binnen loopt.
De werking van de elektrische weerstanden valt alleen onder de garantie bij een constante voeding. Als de unit tijdens de
winterstop niet van stroom kan worden voorzien, pas dan ten minste twee van de procedures toe die worden beschreven
in de sectie "Installatie - Mechanisch" in "Vorstbescherming" .
Alarmrelais - elektrische aansluitingen
De unit is uitgerust met een alarmrelais dat van status verandert als er een alarmmelding optreedt in een van de
koelcircuits. Verbind de aansluitingen zoals beschreven in het bedradingsschema op de unit (aansluiting 'X') een visueel
of geluidsalarm of een extern toezichtsysteem.
BMS om de werking te controleren. Zie het bedradingschema van de unit voor bedrading.
Schakelaar aan/uit op afstand: elektrische verbinding.
De unit heeft een digitale ingang waarmee deze op afstand kan worden bediend zoals beschreven in het
bedradingsschema van de unit (aansluiting 'X'). De ingang kan worden aangesloten op een opstartklok, een schakelaar
of een BMS. Eenmaal gesloten start de microprocessor de opstartprocedure en zet dan de waterpomp en vervolgens
de compressoren aan. Als het contactpunt wordt geopend, start de microprocessor de uitschakelprocedure van de unit.
Het contactpunt moet schoon zijn.
Externe reset van het waterinstelpunt - Elektrische aansluiting (optioneel)
Het instelpunt van de unit kan worden aangepast via een extern analoog 4-20 mA-signaal.
De signaalkabel moet direct op de aansluitkaart 'X' worden aangesloten, zoals beschreven in het bedradingsschema.
De signaalkabel moet zijn afgeschermd zijn en mag niet dicht langs de voedingskabels van de elektronische regeling lopen.
Aansluiting elektrische kaart 'X' van eindgebruiker.
Raadpleeg het bedradingsschema dat zich in de unit bevindt.
3.3 Elektrische aanbevelingen
WAARSCHUWING! Hoogspanning op condensator!
Koppel de elektrische voeding, inclusief voeding op afstand, los. Schakel en ontlaad alle start-/draai-werkingprocessen
en condensators van de motor uit en ontlaad ze voordat onderhoud wordt uitgevoerd. Volg de correcte
blokkeringsprocedures om ervoor te zorgen dat de voeding niet per ongeluk kan worden ingeschakeld.
Raadpleeg voor variabele frequentie-aandrijvingen of andere componenten voor energie-opslag van Trane of andere
fabrikanten de betreffende documentatie van de leverancier voor de wachttijd voor het ontladen van de condensatoren.
Controleer met een geschikte voltmeter of alle condensatoren zijn ontladen.
DC-buscondensatoren blijven onder hoogspanning nadat de ingangsspanning is uitgeschakeld. Volg de correcte
blokkeringsprocedures om ervoor te zorgen dat de voeding niet per ongeluk kan worden ingeschakeld.
Wacht na het loskoppelen van de ingangsstroom 5 minuten bij voor units die voorzien zijn van EG-ventilatoren en wacht
20 minuten bij voor units die voorzien zijn van de variabele frequentieregeling (0 V DC) voordat u de interne componenten
aanraakt. Het niet opvolgen van deze instructies kan de dood of ernstig letsel tot gevolg hebben.
CG-SVX042C-NL
Elektrische installatie
49