Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Opstarten; De Installatie Per Unit Opstarten; Opstartprocedure - Trane Cmac Se Series Installatiehandleiding

Inhoudsopgave

Opstarten

6.1. Opstarten
Start de unit door de AAN/UIT-knop in te drukken. Vanaf het moment dat u een verzoek indient om de unit te starten
tot aan het moment waarop u de (eerste) compressor start verstrijkt een vaste tijdsperiode. Na uitschakeling wordt
de regeling van de unit zo ingesteld dat de compressor een ingestelde tijd zal besteden bij de volgende start.
Controleer de rotatierichting van de ventilatoren en compressoren. Keer twee fasen van voeding om wanneer deze
fout is. Zorg ervoor dat alle veiligheidsvoorzieningen juist werken. Controleer de temperatuur van het water dat uit
de verdamper komt en pas de regelingsinstellingen aan. Controleer het oliepeil.

6.2 De installatie per unit opstarten

Terwijl het systeem in werking is, moet u hitte in het circuit krijgen voordat u koelenergie aan de voorzieningen geeft
om ervoor te zorgen dat elk onderdeel van de unit wordt beschermd en optimaal wordt gebruikt.
Hiervoor moet u op de volgende manier handelen:
• start de unit;
• wacht totdat de temperatuur van het inlaatwater naar de unit volgens regime is;
• start de onderdelen.
Volg deze bovenstaande procedure voor iedere stop in de installatie, voor de duur om de temperatuur van het water
binnenin te verhogen.

6.3 Opstartprocedure

Opstarten van unit (alleen geautoriseerd personeel)
1. Open met de schakelaar gesloten het elektrische paneel en sluit de compressor uit (raadpleeg het bedradingsschema
op de unit). Sluit het paneel en zet de schakelaar op 'AAN' (om de unit onder spanning te zetten ).
2. Wacht totdat de microprocessor en regelaar starten. Zorg ervoor dat de temperatuur van de olie hoog genoeg is.
De olietemperatuur moet ten minste 5 °C hoger zijn dan de verzadigingstemperatuur van het koelmiddel in de
compressor.
3. Zet de unit 'AAN' en wacht totdat de unit wordt aangegeven op het scherm-Aan.
4. Zet de pompen (indien met omvormer) op de maximale snelheid.
5. Controleer of het verlies aan belasting van de verdamper gelijk is aan dat van het project en corrigeer indien
noodzakelijk. Het verlies van belasting moet worden gemeten bij de aansluitingen van de verdamperleidingen
die standaard zijn geplaatst. Meet de verliezen aan belasting niet op punten waar zich kleppen en/of fi lters
ertussen bevinden.
6. Controleer op lucht bij het reinigen van het fi lters en vervolgens bij het afvoeren van het systeem.
7. Zet de pomp terug naar de fabrieksinstellingen.
8. Schakel de stroom uit (naar stand-bymodus) en zorg ervoor dat de pompen na ongeveer 2 minuten stoppen.
9. Controleer of de lokale temperatuur van het instelpunt op de vereiste waarde is ingesteld door op de knop
Instellen te drukken.
10. Zet de hoofdschakelaar op 'UIT'. Open de kast. Activeer de compressoren opnieuw. Sluit de kast. Draai de
hoofdschakelaar naar "AAN" (om de unit van stroom te voorzien).
11. Wacht totdat de microprocessor en de regelaar starten. Zet circuit 1 'AAN'
12. Wacht ongeveer 1 minuut na het starten van de compressor tot het systeem begint te stabiliseren.
13. Controleer de druk van verdamping en condensatie van het koelmiddel.
14. Controleer de start van de ventilatoren afhankelijk van de toename in condensordruk in de koelmachinemodus,
of de afname van de verdampingsdruk in de terugwinningsmodus. De ventilatoren worden gestopt in de
koelmachine- + terugwinningsmodus.
15. Controleer na de periode die nodig is voor de stabilisatie van het koudemiddelcircuit of de vloeistofi ndicator
die is geplaatst op de inlaatleiding naar de overdrukklep volledig is gevuld (geen bellen), en of de vochtindicator
'Droog' aangeeft. Bellen binnen de vloeistofi ndicator kunnen duiden op een lage hoeveelheid koudemiddel,
een overmatige afname in druk door de fi lterdroger of een overdrukklep die wordt geblokkeerd op de maximale
openingspositie.
16. Controleer naast het kijkglas ook de werkingsparameters van het circuit die het volgende regelen:
a. Oververhitting compressoraanzuiging
b. Oververhitting compressorontlading
c. Onderkoeling van de vloeistof die uit de condensorbatterijen komt
d. Verdampingsdruk
e. Condensatiedruk
64
CG-SVX042C-NL
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Cmac he series

Inhoudsopgave