Controles voorafgaande aan inbedrijfstelling
5.2 Stroomtoevoer
De invoerspanning van de unit moet gelijk zijn aan de aangegeven spanning op het gegevensplaatje ± 10% terwijl
de onbalans in spanning tussen de fasen niet meer dan ± 3% mag bedragen. Meet het spanningsverschil tussen de
drie fasen.
Als de gemeten waarden niet binnen de limitietenlimieten vallen, zorg er dan voor dat de onbalans gecorrigeerd
wordt voorafgaand aan de eerste opstart van de CMAC.
START DE CMAC NIET als de spanningsonbalans blijft!
WAARSCHUWING!
Zorg voor toereikende invoerspanning. Een te lage invoerspanning kan leiden tot slecht functioneren van
regelonderdelen, ongewenste ingrepen door de thermische bescherming en een aanzienlijk kortere levensduur
van de kortsluitschakelaars en elektromotoren.
Onbalans in de invoerspanning
In een driefasensysteem veroorzaakt een te grote onbalans tussen de fasen oververhitting van de motor.
De maximale toegestane spanningsonbalans is 3%, als volgt berekend:
Vmax-Vgemiddeld
% Fase onbalans
Vgemiddeld
Onbalans tussen fasen in de stroomtoevoer
Bedien geen elektromotoren als de onbalans tussen de fasen groter is dan 3%.
Gebruik de volgende formule ter controle:
Maximale afwijking van het gemiddelde voltage
% Fase onbalans
Gemiddeld voltage
Belangrijk
Als de netspanning een onbalans van meer dan 3% heeft, neem dan contact op met het elektriciteitsbedrijf.
Bij bediening van de unit met een spanningsverschil tussen fasen van meer dan 3% komt de garantie te vervallen.
Elektrische weerstanden voeding
Iedere compressor is uitgerust met een elektrische weerstand die zich bevindt in het onderste deel van de
compressor. Deze heeft als functie het verwarmen van de smeerolie om zo te voorkomen dat het koudemiddel
zich binnen de compressor verplaatst.
Het is daarom nodig om de weerstanden ten minste 24 uur voor de ingebruikname van de compressor in te schakelen.
Om er zeker van te zijn dat ze zijn ingeschakeld, hoeft u enkel de unit aan te laten staan door de hoofdschakelaar Q10
te sluiten.
De microprocessor heeft echter een aantal sensors die voorkomen dat de compressor wordt opgestart als de
olietemperatuur niet ten minste 5 °C hoger is dan de verzadigingstemperatuur die gelijk is aan de inlaatdruk.
Houd de schakelaars Q0, Q1, Q2 en Q12 in de Uit-positie (of 0) totdat de unit moet worden opgestart.
CG-SVX042C-NL
55