5.6 Koudemiddel laden
WAARSCHUWING!
De units zijn ontworpen om te werken met koudemiddel R410A. GEBRUIK DAAROM GEEN andere koudemiddelen
dan 'R410A'.
WAARSCHUWING!
De toevoeging of verwijdering van koudemiddelgas moet worden verricht in overeenstemming met de van kracht
zijnde wet- en regelgeving.
WAARSCHUWING!
Zorg tijdens het toevoegen of verwijderen van koudemiddel van het systeem voor een goede waterstroom door
de verdamper, gedurende het geheel vul-/leegproces. Als u de stroom van het water tijdens deze procedure
onderbreekt, leidt dit tot bevriezing van de verdamper en vervolgens tot scheuren in de interne leidingen.
Bij schade als gevolg van bevriezing komt de garantie te vervallen.
WAARSCHUWING!
Het verwijderen van koudemiddel en opladen van de batterij dient te worden verricht door gekwalifi ceerde technici
met ervaring met de voor de unit gebruikte materialen. Onjuist onderhoud kan leiden tot ongecontroleerd druk- en
vloeistofverlies. Zorg er daarnaast voor dat koudemiddel en smeerolie niet in het milieu terechtkomen. Zorg dat u
altijd beschermende kleding draagt.
Units worden geleverd met een totale koudemiddelvulling, maar er kunnen gevallen zijn waarbij het nodig is de unit
op locatie bij te vullen.
WAARSCHUWING!
Controleer altijd de mogelijke oorzaken die hebben geleid tot het verlies aan koudemiddel. Repareer het systeem
indien nodig eerst, alvorens verder te gaan met het bijvullen.
Het bijvullen van de unit kan worden verricht onder iedere stabiele belasting (bij voorkeur tussen 70 en 100%) en bij
iedere temperatuur (bij voorkeur boven 20 °C). De unit moet ten minste 5 minuten aanstaan zodat de ventilatoren
stabiliseren en de condensatiedruk op pijl komt.
De units hebben ongeveer 15% van de condensorbatterijen voor het onderkoelde vloeibare koelmiddel. de waarde
van onderkoeling is gelijk aan ongeveer 5-6 °C (10-15 °C voor besparingsunits).
Zodra de sectie onderkoeling volledig is gevuld. een extra hoeveelheid koelmiddel verhoogt de effi ciëntie van het
systeem niet. Een kleine hoeveelheid extra koudemiddel (1 ÷ 2 kg) zorgt er echter wel voor dat het systeem minder
gevoelig is.
Let op: Doordat de belasting en het aantal actieve ventilatoren wisselt, varieert de onderkoeling en duurt het soms
even voordat deze stabiliseert. Deze mag echter onder geen enkele omstandigheid onder 3 °C zakken. Daarnaast kan
de onderkoelingswaarde licht fl uctueren als gevolg van veranderingen in watertemperatuur en oververhitting door
aanzuiging.
Een van de volgende twee situaties kan zich voordoen als de unit te weinig koudemiddel heeft:
1. Als de unit een klein tekort aan koudemiddel heeft, zijn er bellen te zien door het kijkglas. Vul het circuit bij zoals
beschreven in het vulproces.
2. Als de hoeveelheid koudemiddel in de unit afneemt, kan er een lagedrukalarm worden weergegeven in het
overeenkomende circuit. Bereid het circuit voor zoals beschreven in het bijbehorende vulproces.
Voordat u de installatie start is het belangrijk dat u alle handelingen zoals deze worden beschreven in 'Voorbereiding
op starten' op de juiste wijze uitvoert.
Controleer daarnaast of alle mechanische en elektrische apparatuur goed vast zit. WAARSCHUWING! Bijzondere
aandacht moet worden besteed aan de fundamentele onderdelen (compressor, warmtewisselaars, ventilatoren,
elektromotoren, pompen, aansluitingsblokken). Als er losse schroeven worden aangetroffen, dienen deze eerst te
worden vastgezet alvorens er voor de eerste keer wordt opgestart.
De olieverwarming moet ten minste 8 uur vóór opstarten worden ingeschakeld. Zorg ervoor dat de carter van de
compressor warm is. Controleer of alle kleppen op het koudemiddelcircuit open staan. Controleer alle apparatuur
die op de unit is aangesloten.
CG-SVX042C-NL
Controles voorafgaande aan inbedrijfstelling
63