1 parallelle aansluiting
2 lampje
verbindingsintegriteit
3 aansluiting
netwerkadapter
4 netwerkactiviteitslampje
204
Snelle referentiegids
All manuals and user guides at all-guides.com
Sluit parallelle apparaten zoals een printer aan op de
parallelle aansluiting. Als u over een USB-printer
beschikt, moet u deze aansluiten op een USB-
aansluiting.
N.B.
De geïntegreerde parallelle aansluiting wordt
automatisch gedeactiveerd als de computer een
geïnstalleerde kaart detecteert die een parallelle
aansluiting bevat die op hetzelfde adres is
geconfigureerd. Zie voor meer informatie "Opties van het
systeemsetupprogramma" in de gebruikshandleiding.
• Groen — Er is een succesvolle verbinding tussen een
10 Mbps-netwerk en de computer.
• Oranje — Er is een succesvolle verbinding tussen een
100 Mbps-netwerk en de computer.
• Geel — Er is een succesvolle verbinding tussen een 1
Gbps-(of 1000 Mbps)-netwerk en de computer.
• Uit — De computer detecteert geen fysieke
verbinding met het netwerk.
Om de computer aan te sluiten op een netwerk of
breedbandapparaat moet u een uiteinde van de
netwerkkabel aansluiten op een netwerkcontact of een
netwerk- of breedbandapparaat. Sluit het andere
gedeelte van de netwerkkabel aan op de
netwerkadapteraansluiting op het achterpaneel van de
computer. Een klikgeluid geeft aan dat de
netwerkkabel goed vastzit.
N.B.
Sluit geen telefoonkabel aan op de
netwerkaansluiting.
Functies voor beheer op afstand vereisen het gebruik
van de ingebouwde NIC.
U wordt aangeraden om Category 5-bedrading en -
aansluitingen voor uw netwerk te gebruiken. Als u toch
gebruikmaakt van Category 3-bedrading, moet u de
netwerksnelheid naar 10 Mbps forceren om een
betrouwbare werking te garanderen.
Licht geel op als de computer netwerkgegevens
verzendt of ontvangt. Als gevolg van een hoog
netwerkvolume kan het lijken of dit lampje
aanhoudend brandt.