All manuals and user guides at all-guides.com
Storingen zoeken
De LED van de elektronicamodule gaat niet branden, als de rem wordt
ingetrapt
I
INSTRUCTIE
Om veiligheidsredenen werkt de snelheidsregelaar niet, als er
problemen zijn in het originele remlichtstroomcircuit van het voertuig.
Test daarom eerst of de remlichten naar behoren functioneren.
➤ Controleer of de LED van de elektronicamodule gaat branden, als de toetsen van
het bedieningselement worden ingedrukt.
➤ Als de LED niet gaat branden, controleert u de stroomvoorziening en de
massaverbinding van de elektronicamodule.
Op de oranje leiding moet bij ingeschakeld contact een spanning van +12 V
staan.
De groene leiding moet een goede massaverbinding hebben.
➤ Controleer met een voltmeter de verbindingen van de bruine en de bruin/witte
leiding met de remlichtschakelaar.
Test de leidingen bij ingeschakeld contact, aangezien sommige
remlichtstroomcircuits via het contact worden gevoed.
De bruin/witte leiding van de elektronicamodule moet met een leiding van de
remlichtschakelaar zijn verbonden die ofwel met continue plus (klem 30) of met
het contact (klem 15) is verbonden.
De bruine leiding moet met de leiding van de remlichtschakelaar zijn verbonden
die de verbinding tussen het remlichtlampje en de remlichtschakelaar vormt.
Daardoor komt een massasignaal tot stand uit de toevoerleiding naar het
remlichtlampje, als het rempedaal niet ingetrapt wordt en een plussignaal
(+12 V), als het rempedaal wordt ingetrapt.
De LED knippert niet bij input van een motortoerentalsignaal
(gele leiding)
Controleer als volgt of de snelheidsregelaar een verkeerd toerentalmetersignaal
ontvangt:
➤ Controleer het motortoerentalsignaal met een voltmeter of oscilloscoop.
➤ Controleer of het signaal tussen 6 V en 250 V ligt en het frequentiebereik tussen
6 Hz en 488 Hz ligt.
➤ Controleer of de gele leiding onbeschadigd is en naar behoren met het
motortoerentalsignaal verbonden is.
70
MS880
NL