NL
2.5
Systeemintegratie van de ICM
2.5.1
Regeling bij ICM-cascadesystemen
De ICM-module stuurt de cv-toestellen aan volgens een
door een regelaar berekende warmtebehoefte. Hiervoor
is het dus noodzakelijk, dat de ICM-module altijd in com-
binatie met een regelaar (
of J) geïnstalleerd wordt. Afhankelijk van de toegepaste
regelaar zijn er vier systeemvarianten mogelijk
(
tab. 5).
Houd er rekening mee, dat voor een correcte
werking slechts één regelaar/gebouwbe-
heersysteem (GBS) aangesloten mag zijn.
Door één ICM-module kunnen maximaal vier cv-toestel-
len worden aangestuurd. Door een koppeling van maxi-
maal vier ICM-modules kunnen maximaal 16 cv-toestel-
len in één cascade worden geschakeld (
Daarbij neemt één ICM-module de besturing over van de
cascade (ICM-master).
Afhankelijk van de toegepaste regelaar kan een casca-
desysteem met maximaal 4 of maximaal 16 cv-toestellen
worden gemonteerd. Het maximale aantal aan te sluiten
cv-toestellen en het daarvoor vereiste aantal ICM-modu-
les voor de verschillende systeemvarianten staan
in tab. 5.
De verschillende systeemvarianten vereisen
de aansluiting van bepaalde toebehoren
(systeemaanvoervoelers VF en AF 2, circula-
tiepomp en regelaar) (
B Het aansluiten van dit toebehoren, even-
als de storingsmelding op afstand
gebeurt uitsluitend op de ICM-master.
De ICM-module regelt het complete warmteopwekkings-
circuit (primaire zijde inclusief open verdeler). Alle ove-
rige componenten van de cv-installatie (secundaire zijde
van de open verdeler zoals bijv. cv-groepen, ww-groe-
pen) kunnen door een weersafhankelijke regelaar met
2-draads BUS-aansluiting en andere modules
(
hoofdstuk 2.3, toebehoren) worden aangestuurd.
Neem contact op met de leverancier voor meer informa-
tie. Zie voor het adres de achterzijde van dit document.
In de cascadeschakeling kunnen cv-toestellen met een
willekeurig vermogen worden aangesloten.
ГК Водная техника info@water-technics.ru (495) 771 72 72 www.water-technics.ru
Интернет-магазин info@wtpump.ru (499) 937 50 61 (800) 505 78 67 www.wtpump.ru
afbeelding 5, klemmen H, I
afbeelding 5).
tab. 5).
Specificatie ICM-module | 23
2.5.2
Bereiding van warm water bij ICM-cascadesys-
temen
Er zijn 2 mogelijkheden om indirect verwarmde boilers
op te nemen in cascadesystemen:
• Boiler hydraulisch en elektrisch rechtstreeks op een
cv-toestel (boileruitvoering) aangesloten. De bestu-
ring voor de bereiding van warm water wordt overge-
nomen door het cv-toestel. Wanneer de bereiding van
warm water actief is, wordt dit cv-toestel niet door de
ICM-module aangestuurd. In geval van een cv-warmte-
vraag wordt eventueel een volgende cv-toestel inge-
schakeld.
– Indien in dit geval de warmwaterbereiding volgens
een klokprogramma moet verlopen, dan moet
worden gekozen voor systeemvariant 1. Sluit hier-
bij de 2-draads BUS van het cv-toestel aan op de
klemmen 17 en 18 van de ICM-module (ICM-mas-
ter).
• Boiler op de secundaire zijde van de open verdeler
aangesloten. De aansturing voor de bereiding van
warm water wordt overgenomen door de regelaar
(FW 500 of FW 200). Meer informatie is in de installa-
tie- en gebruikersinstructie van de regelaar opgeno-
men.
2.5.3
Interne vorstbeveiligingsfunctie
De ICM-module is uitgevoerd met een interne vorstbevei-
ligingsfunctie: daalt de aanvoertemperatuur tot onder
7 °C dan wordt een cv-toestel gestart en draait net zo
lang tot een aanvoertemperatuur van 15 °C is bereikt.
De eventueel op de ICM-module aangesloten cv-pomp
draait dan eveneens (
hoofdstuk 2.5.5).
B Systeemaanvoervoeler op de ICM-module (ICM-mas-
ter) aansluiten als de interne vorstbeveiligingsfunctie
moet worden toegepast.
Een uitgebreidere vorstbeveiliging van de
cv-installatie kan worden gerealiseerd door
het toepassen van een regelaar met
2-draads BUS-aansluiting. Daarvoor is de
aansluiting van een buientemperatuursen-
sor noodzakelijk.
2.5.4
Principe van de cascaderegeling
Bij een cv-warmtevraag door de regelaar (tab. 5, sys-
teemvariant 1, 2 en 3) wordt eerst één cv-toestel gestart
en indien nodig wordt de capaciteit tot het max. nomi-
nale vermogen verhoogd. Pas dan wordt een volgend
cv-toestel gestart.
Als er te veel warmte wordt geproduceerd, worden de
cv-toestellen zonder wachttijd één voor één tot het min.
nominale vermogen verlaagd of uitgeschakeld, totdat de
warmtevraag en warmteproductie overeenkomen.
6 720 614 078 (2012/02)