NL
3.1.2
Montage op de montagerail 35 mm (DIN-rail
46277 of EN 60 715-TH 35-7,5)
Afb. 10
3.1.3
Demontage van de montagerail
2.
7 746 800 090-12.1O
Afb. 11
3.2
Elektrische aansluiting
B Gebruik met inachtneming van de geldende voor-
schriften voor de aansluiting minstens een elektrische
kabel van type H05VV-... (NYM-...).
B Geleid de leidingen in verband met de bescherming
tegen waterdruppels in elk geval door de voorgemon-
teerde tules en monteer de bijgeleverde trekontlastin-
gen.
B Bekabeling bij voorkeur met 1-aderige draad. Als een
gevlochten draad (flexibele draad) wordt gebruikt,
deze draden van adereindhulzen voorzien.
B Voor het aansluiten van de kabel aan de schroefklem-
men kunnen deze worden losgetrokken van de con-
tactstrip. Door de verschillende kleuren en mechani-
sche codering kunnen de kabelklemmen niet worden
verwisseld.
ГК Водная техника info@water-technics.ru (495) 771 72 72 www.water-technics.ru
Интернет-магазин info@wtpump.ru (499) 937 50 61 (800) 505 78 67 www.wtpump.ru
7 746 800 090-06.1O
1.
3.
3.2.1
Aansluiten laagspanningsgedeelte met BUS-
verbindingen
VOORZICHTIG: Functiestoring!
De communicatie van de verschillende
gebruikers (ICM, regelaar, cv-toestel)
gebeurt via individuele 2-draads BUS-ver-
bindingen.
B Voer de bekabeling absoluut overeen-
komstig het aansluitschema uit
(
afbeelding 5, pagina 27).
B Verbind bussen niet met elkaar.
Minimaal toegestane doorsnede van de 2-draads BUS-
verbinding:
Lengte van de kabel
< 80 m
80 - 100 m
100 - 150 m
150 - 200 m
200 - 300 m
Tabel 6
Minimaal toegestane doorsnede van de 2-draads
BUS-verbinding
B Om inductieve beïnvloeding te voorkomen:Installeer
alle laagspanningskabels gescheiden van kabels met
een spanning van 230 V of 400 V (Minimumafstand
100 mm).
B Als er inductieve externe invloeden zijn, moeten de
kabels worden afgeschermd.
Daardoor worden de kabels beschermd tegen externe
invloeden zoals sterkstroomkabels, voeringskabels,
transformatorstations, radio- en televisietoestellen,
amateurzendstations, magnetrons en dergelijke.
B Bij verlenging van de bedrading van de voeler moeten
de volgende draaddiameters worden gebruikt:
Lengte van de kabel
< 20 m
20 - 30 m
Tabel 7
Verlenging van de voelerkabel
I.v.m. de spatwaterbescherming (IP): kabel
zo leggen, dat de kabelmantel ten minste
20 mm in de kabeldoorvoer steekt
(
afbeelding 12).
Installatie | 29
Min. doorsnede
2
0,40 mm
2
0,50 mm
2
0,75 mm
2
1,00 mm
2
1,50 mm
Min. doorsnede
2
0,75 mm
2
1,00 mm
6 720 614 078 (2012/02)