nl
6.5.3
Netaansluiting: Pomp met con-
stant toerental
6.5.3.1 Pomp(en) aansluiten
1
3
5
13 A1
L1
L2
L3 NO
5
T1
T2
T3
2
4
6
14 A2
L1 L2 L3
M
3~
L
N
M
1~
Fig. 6: Pompaansluiting
6.5.3.2 Motorstroombewaking instellen
Current Pump 1 Current Pump 2
8
Fig. 7: Stel de nominale motorstroom in op de
potentiometer
14
•
Ader: L1, L2, L3, N, PE
•
Instelling netspanning: Brug 400/COM (fabrieksinstelling)
LET OP
Draaiveld net- en pompaansluiting
Het draaiveld van de netaansluiting wordt direct naar de pompaansluiting
geleid.
• Benodigd draaiveld van de aan te sluiten pompen (rechtsom of links-
• Neem de bedieningsvoorschriften van de pompen in acht.
3
Klemmenstrook: Aarde (PE)
5
Contactverbreker
Ter plaatse gelegde aansluitkabels door de kabelschroefverbindingen voeren en bevestigen.
3
Sluit de aders overeenkomstig het aansluitschema op de contactverbreker aan.
LET OP! Nadat alle pompen zijn aangesloten, stelt u de motorstroombewaking in!
De minimum- en maximummotorstroom van de aangesloten pompen wordt bewaakt:
•
Minimummotorstroombewaking
De waarde is vast opgeslagen in het schakeltoestel: 300 mA of 10% van de ingestelde
motorstroom.
LET OP! De bewaking kan via het menu 5.69 worden gedeactiveerd.
•
Maximummotorstroombewaking
Stel de waarde in het schakeltoestel in.
LET OP! De bewaking kan niet worden gedeactiveerd!
De maximummotorstroom wordt bewaakt met een elektronische motorstroombeveiliging.
Bij de schakeltoestellen tot 12 A en tot 23 A worden dezelfde potentiometers gebruikt:
Schaal 0 ... 12. Voor de instelling van de nominale stromen geldt het volgende:
•
Schakeltoestellen tot 12 A: De waarde komt 1:1 overeen met de schaal, bijv. 6 = 6 A.
Maximale instelbare waarde: 12 A
•
Schakeltoestellen tot 23 A: De waarde komt 1:2 overeen met de schaal, bijv. 6 = 12 A.
Maximale instelbare waarde: 24 A
Stel na het aansluiten van de pompen de nominale motorstroom van de pomp in.
8
Potentiometer voor motorstroombewaking
Stel de nominale motorstroom in op de desbetreffende potentiometer met behulp van een
schroevendraaier.
LET OP! De instelling "0" op de potentiometer heeft een storing bij het inschakelen van
de pomp tot gevolg!
Een nauwkeurige instelling van de motorstroombewaking kan tijdens de inbedrijfname ge-
beuren. Tijdens de inbedrijfname kunnen de ingestelde en de actuele nominale motorstroom
op het display worden weergegeven:
•
Actuele ingestelde waarde van de motorstroombewaking (menu 4.25 ... 4.26)
om draaiend) controleren.
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Control EC-WP • Ed.01/2024-08