Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Werking; Pompwisseling; Droogloopbeveiliging - Wilo Control Ec-Wp Inbouw- En Bedieningsvoorschriften

Inhoudsopgave
7.1

Werking

7.1.1
Werking "Niveauregeling"
7.1.2
Werking "Drukregeling"
7.1.3

Pompwisseling

7.1.4
Reservepomp
7.1.5

Droogloopbeveiliging

Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Control EC-WP • Ed.01/2024-08
In het automatisch bedrijf worden de pompen afhankelijk van waterstand en regelingsmo-
dus in- en uitgeschakeld. Tijdens bedrijf verschijnt een mededeling op de LC-display en de
groene led brandt. Als er twee pompen zijn aangesloten, vindt na elke uitschakeling een
pompwisseling plaats om de looptijd van de pompen te optimaliseren.
In geval van een storing wordt op het LC-display een alarmbericht weergegeven. Als er
meer dan één pomp is aangesloten, schakelt het systeem automatisch over op een functio-
nerende pomp. Via de interne zoemer kan een akoestisch alarmsignaal volgen. Verder wor-
den de uitgangen voor de verzamelstorings- (SSM) en enkelstoringsmelding (ESM) geacti-
veerd. Parallel aan de uitgang van de verzamelstoringsmelding wordt de uitgang voor de
externe alarmmelder geactiveerd. Hiermee kan bovendien een extra alarm worden aange-
stuurd.
De bewaking voor het droogloop- en hoogwaterniveau werkt als volgt:
Droogloopbeveiliging
De bewaking heeft altijd betrekking op het vulniveau bij de pomp. Als het droogloopni-
veau onderschrede wordt, vindt een geforceerde uitschakeling van de pomp(en) plaats.
Hoogwater
De bewaking heeft altijd betrekking op het vulniveau in het reservoir. Als het hoogwa-
terniveau overschreden wordt, vindt een geforceerde uitschakeling van de pomp(en).
Bovendien verschijnt er een alarmmelding op het LC-display. Via de interne zoemer kan een
akoestisch alarmsignaal volgen. Verder wordt de uitgang voor de verzamelstoringsmelding
(SSM) geactiveerd. Parallel aan de uitgang van de verzamelstoringsmelding wordt de uit-
gang voor de externe alarmmelder geactiveerd. Hiermee kan bovendien een extra alarm
worden aangestuurd.
In automatisch bedrijf houdt de installatie de aangegeven druk in stand. Zodra de druk in
het reservoir onder de gewenste druk komt, worden de pompen ingeschakeld. Zodra de
druk in het reservoir de gewenste druk weer overschrijdt, worden de pompen uitgescha-
keld. Als er twee pompen zijn aangesloten, vindt na elke uitschakeling een pompwisseling
plaats om de looptijd van de pompen te optimaliseren.
In geval van een storing wordt op het LC-display een alarmbericht weergegeven. Als er
meer dan één pomp is aangesloten, schakelt het systeem automatisch over op een functio-
nerende pomp. Via de interne zoemer kan een akoestisch alarmsignaal volgen. Verder wor-
den de uitgangen voor de verzamelstorings- (SSM) en enkelstoringsmelding (ESM) geacti-
veerd. Parallel aan de uitgang van de verzamelstoringsmelding wordt de uitgang voor de
externe alarmmelder geactiveerd. Hiermee kan bovendien een extra alarm worden aange-
stuurd.
De bewaking voor het droogloopniveau werkt als volgt:
Droogloopbeveiliging
De bewaking heeft altijd betrekking op het vulniveau bij de pomp. Als het droogloopni-
veau onderschrede wordt, vindt een geforceerde uitschakeling van de pomp(en) plaats.
Bovendien verschijnt er een alarmmelding op het LC-display. Via de interne zoemer kan een
akoestisch alarmsignaal volgen. Verder wordt de uitgang voor de verzamelstoringsmelding
(SSM) geactiveerd. Parallel aan de uitgang van de verzamelstoringsmelding wordt de uit-
gang voor de externe alarmmelder geactiveerd. Hiermee kan bovendien een extra alarm
worden aangestuurd.
Om ongelijkmatige looptijden van de afzonderlijke pompen te voorkomen wordt de basis-
lastpomp bij twee pompen regelmatig gewisseld. Wanneer alle pompen zijn uitgeschakeld,
verandert de basislastpomp bij een volgende keer opstarten.
Af fabriek is aanvullend een cyclische pompwisseling ingebouwd. Daardoor wordt de basis-
lastpomp om de 6 uur gewisseld. LET OP! Functie deactiveren: Menu 5.60!
Een pomp kan als reservepomp worden gebruikt. Deze pomp wordt in het normaal bedrijf
niet aangestuurd. De reservepomp is alleen actief als een pomp wegens storing uitvalt. De
reservepomp staat onder stilstandbewaking. Zodoende wordt de reservepomp ook bij de
pompwisseling en pomp-kick geactiveerd.
Om te voorkomen dat de pompen drooglopen, kan in de put ook een vlotterschakelaar of
een elektrode worden geïnstalleerd:
Contacttype: maakcontact
nl
41
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave