ZORG, ONDERHOUD & PROBLEEMOPLOSSINGSGIDS
WAARSCHUWING: Om elektrische schokken te voorkomen, zet de loopband uit en haal de
stekker uit het stopcontact voordat je begint met schoonmaken of routineonderhoud
uitvoert.
WAARSCHUWING: Controleer altijd de onderdelen die slijtage vertonen, zoals de
vergrendelknop en de loopband, om letsel te voorkomen.
SCHOONMAKEN
Na elke oefensessie, zorg ervoor dat het apparaat wordt afgeveegd en dat zweet van het
apparaat wordt verwijderd. De loopband kan worden schoongemaakt met een zachte doek
en milde zeepoplossing. Gebruik geen schurende materialen of oplosmiddelen. Wees
voorzichtig om te voorkomen dat er te veel vocht op het displaypaneel komt, omdat dit het
apparaat kan beschadigen en een elektrisch gevaar kan veroorzaken. Houd de loopband,
vooral het computerscherm, uit direct zonlicht om schade aan het scherm te voorkomen.
OPSLAG
Bewaar de loopband in een schone en droge binnenomgeving. Laat het apparaat nooit
buiten staan of gebruik het niet buiten. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar uitstaat en dat
de stroomkabel uit het stopcontact is gehaald.
PROBLEEMOPLOSSINGSGIDS
Probleem
De loopband
start niet.
De loopband glijdt.
De loopband
aarzelt wanneer
erop gestapt
wordt.
De loopband is niet
gecentreerd.
WARM-UP EN COOL-DOWN ROUTINE
De WARM-UP is een belangrijk onderdeel van elke training. Het doel van opwarmen is om
je lichaam voor te bereiden op de oefening en blessures te minimaliseren. Warm
gedurende twee tot vijf minuten op voor aërobe oefeningen. Het moet elke sessie
beginnen om je lichaam voor te bereiden op intensievere oefeningen door je spieren op te
warmen en te rekken, je bloedsomloop en hartslag te verhogen, en meer zuurstof naar je
spieren te brengen.
COOL DOWN aan het einde van je training, herhaal deze oefeningen om pijn in
vermoeide spieren te verminderen. Het doel van het afkoelen is om het lichaam terug te
brengen naar zijn rusttoestand aan het einde van elke oefensessie. Een goede afkoeling
verlaagt langzaam je hartslag en laat bloed terugkeren naar het hart.
Mogelijke oorzaken
De loopband is niet
aangesloten.
De veiligheidssleutel is niet
correct geïnstalleerd.
De stroomonderbreker in het
huis is geactiveerd.
De stroomonderbreker van de
loopband is geactiveerd.
De riem is niet strak genoeg.
Niet genoeg smeermiddel
aangebracht op het loopvlak.
De band is te strak.
De spanning van de loopband
is niet gelijkmatig over de
achterste roller.
Steek de stroomkabel in een
stopcontact.
Installeer de veiligheidssleutel opnieuw.
Reset de stroomonderbreker of bel een
elektricien om de stroomonderbreker
te vervangen.
Wacht 5 minuten en probeer daarna de
loopband opnieuw op te starten.
Pas de riemspanning aan.
Breng smeermiddel aan.
Stel de bandspanning af.
Centreer de loopband.
63
Oplossingen