ECdrive T2 Productserie
Bovenaanzicht
5.5
Kabelgeleiding controleren/voorbereiden
De kabelgeleiding vindt plaats aan de linker zijde van de aandrijving.
Indien de kabels op de bouwplaats verkeerd gelegd zijn en bijv. in het midden of aan de rechter zijde zitten, dan
kunnen deze via de kabelgeleidingen achter aan de looprail naar links geleid worden.
Bij het verleggen van de 230V-leiding door de aandrijving moet deze dubbel geïsoleerd worden.
Kabel (1) in de looprail aanbrengen.
X
Kabelgeleiders (3) in de looprail vastklikken.
X
Kabel met kabelbinders (2) aan de kabelge-
X
leidingen bundelen.
Het benodigde aantal kabelgeleiders is afhankelijk van de openingsbreedte.
à OW < 1250 mm = 6 kabelgeleidingen (1 set)
à OW < 2350 mm = 12 kabelgeleidingen (2 sets)
à OW < 3000 mm = 18 kabelgeleidingen (3 sets)
5.6
Vloergeleiding monteren
à De keuze van de vloergeleiding hangt van de omstandigheden ter plaatse af. Een van de volgende vloergelei-
dingsopties moet gebruikt worden.
à Zie voor overige informatie de betreffende montagetekening, hoofdstuk 4.1.
5.6. 1
Haakse vloergeleiding vloermontage monteren (optie)
Haakse vloergeleiding bij rechtssluitende schuifdeur
Haakse vloergeleiding (6) met 2 geschikte verzonken schroeven (1)
X
en (2) vastschroeven.
Haakse vloergeleiding bij linkssluitende schuifdeur
Haakse vloergeleiding (6) met 2 geschikte verzonken schroeven (3)
X
en (2) vastschroeven.
1
Verzonken schroef voor rechtssluitende schuifdeur
2
Verzonken schroef
3
Verzonken schroef voor linkssluitende schuifdeur
4
Buiten
5
Binnen
6
Haakse vloergeleiding
6
1
5
2
3
1
2
3
6
5
Montage
4
11