Dit product is niet geschikt voor zogeheten Corner-
Earthed stelsels (IT-stelsel met aarding op de B-fase).
Maximale opstellingshoogte 3500 m.
•
TN-S aardingssysteem
•
TN-C aardingssysteem
•
TN-CS aardingssysteem
•
TT-aardingssysteem
7.3.2 Bescherming tegen elektrische schok,
indirect contact
WAARSCHUWING
Elektrische schok
Dood of ernstig persoonlijk letsel
‐
Verbind het product met een
aardleiding en bescherm deze tegen
indirect contact in overeenstemming
met de lokale regelgeving.
Aarddraden dienen altijd een geel en groene (PE) of
geel, groen en blauwe (PEN) kleur te hebben.
7.3.3 Beschermingskap voor voedingskabels
Sommige producten zijn uitgerust met een
beschermkap voor de voedingskabel.
Deze kap wordt met twee schroeven (2) op de
isolatiekap bevestigd en beschikt over 3 openingen
(1) om de spanning te meten van de drie fasen (L1,
L2, L3).
2
1
L1
L2
L3
PE
U dient de beschermingskap voor
voedingskabels te installeren voordat u het
product inschakelt.
7.3.4 Overspanningsbeveiliging
Het product is beveiligd tegen netspanningspieken in
overeenstemming met EN 61800-3.
7.3.5 Motorbeveiliging
Het product beschikt over thermische beveiliging
tegen langzame overbelasting en blokkering. Er is
geen externe motorbeveiliging nodig.
Model J: In het product is een belastings- en
toerengevoelige overbelastingsbeveiliging voor de
motor ingebouwd.
20
Model K: In het product is een belastings- en
toerengevoelige overbelastingsbeveiliging voor de
motor ingebouwd met thermische geheugenopslag.
7.3.6 Een externe schakelaar aansluiten
Wij adviseren u het product aan te sluiten op een
externe schakelaar.
1. Sluit de schakelaar aan via klemmen 2 (DI1) en 6
( GND ).
Er wordt standaard een draadbrug meegeleverd.
2. Schakel de functie Externe stop in.
Standaard fabrieksinstelling.
7.3.7 Kabelvereisten
7.3.7.1 Kabelafmeting
WAARSCHUWING
Elektrische schok
Dood of ernstig persoonlijk letsel
‐
Schakel de voedingsspanning voor het
product uit, met inbegrip van de
voedingsspanning voor de
signaalrelais. Wacht minimaal 5
minuten voordat u aansluitingen
uitvoert in de klemmenkast.
‐
Houd u aan de aansluitschema's en
lokale voorschriften.
‐
Maak gebruik van een
groepschakelaar.
‐
Houd u aan de lokale voorschriften met
betrekking tot de dwarsdoorsneden
van kabels.
‐
Gebruik de aanbevolen
zekeringswaarde.
‐
Zorg er bij het aansluiten van de
kabels op de klemmen voor dat u deze
voldoende vastdraait.
WAARSCHUWING
Brandgevaar
Dood of ernstig persoonlijk letsel
‐
Houd u aan de lokale voorschriften met
betrekking tot de dwarsdoorsneden
van kabels.
‐
Gebruik de aanbevolen
zekeringswaarde.
‐
Zorg er bij het aansluiten van de
kabels op de klemmen voor dat u deze
voldoende vastdraait.
Zet de kabels van met kabelwartels die
trekontlasting bieden.