Wanneer de regelmodus AUTOADAPT is
ingeschakeld, schakelt de pomp in met de
fabrieksinstelling, met H
fac
daarna zijn capaciteit aan A
hierboven.
Wanneer de pomp een lagere opvoerhoogte
op de maximumcurve registreert, A
selecteert de functie AUTOADAPT automatisch een
overeenkomstig lagere regelcurve, H
kleppen in het systeem sluiten, past de pomp zijn
capaciteit aan A
aan.
3
A
:
Oorspronkelijk werkpunt.
1
Lagere geregistreerde opvoerhoogte op
A
:
2
de maximale curve.
Nieuw werkpunt na AUTOADAPT-
A
:
3
regeling.
Oorspronkelijke instelling van het
H
:
set1
setpoint.
H
:
Nieuw setpoint na AUTOADAPT-regeling.
set2
H
:
Fabrieksinstelling.
fac.
H
auto_min
Een vaste waarde van 1,5 m.
:
De regelmodus AUTOADAPT is een vorm van
proportionele drukregeling waarbij de regelcurves een
vaste oorsprong hebben, H
De regelmodus AUTOADAPT is speciaal ontworpen
voor verwarmingssystemen en wordt niet aanbevolen
voor airco- en koelsystemen.
12.6.2 FLOWADAPT
Pompuitvoering
TPE2, TPE2 D
TPE3, TPE3 D
Wanneer u FLOWADAPT selecteert, schakelt de
pomp AUTOADAPT in, waarbij ervoor wordt gezorgd
dat het debiet nooit de ingevoerde FLOWLIMIT-
waarde overschrijdt.
Het instelbereik voor FLOWLIMIT is 25 tot 90% van
het maximale debiet van de pomp.
De fabrieksinstelling van de FLOWLIMIT is het
debiet waarbij de fabrieksinstelling van AUTOADAPT
overeenkomt met de maximumcurve.
64
gelijk aan H
, en past
set1
aan. Zie de afbeelding
1
, dan
2
. Als de
set2
.
auto_min
FLOWADAPT
-
●
H
25 %
C
A
B
FLOWADAPT
Pos. Beschrijving
H
A
fac
H
B
auto_min
C
Instelbereik
Q
D
fac
90% Q
E
max
E
Q
D