PS 4.23
8.2
AANZUIGFILTER
Een schoon aanzuigfilter garandeert continu de
i
maximale transporthoeveelheid, een constante
spuitdruk en een goede werking van het
apparaat.
1. Schroef het filter (afb. 8) van de aanzuigbuis af.
2. Reinig of vervang het filter.
Reinig het filter met een harde kwast en een geschikt
reinigingsmiddel.
REINIGING VAN HET APPARAAT (BUITEN WERKING STELLEN)
8.3
HOGEDRUKFILTER REINIGEN
Filterpatroon
i
verontreinigd of verstopt hogedrukfilter leidt
tot een slecht spuitresultaat of een verstopte
spuitkop.
1. Drukregelknop in de gele zone op minimale druk draaien.
2. Ontlastingsventiel openen, ventielstand PRIME (
circulatie).
3. Apparaat uitschakelen OFF (UIT).
4. Trekker van het spuitpistool overhalen, om de druk af te
laten.
Netstekker uit het stopcontact trekken.
5. Schroef de filterafdekking los (afb. 9, pos. 1).
6. Verwijder het filter (2) en trek de filterkern (3) uit het filter.
7. Reinig het filter (2) of vervang het indien nodig door een
nieuw filter.
8. Reinig de dichting (4) of vervang deze indien nodig.
9. Smeer de dichtingen (4).
10. Duw het filter (2) terug op de spuittipkern (3) en plaats
hem in het apparaat.
11. Draai de filterafdekking (1) weer vast.
Schroef het filterdeksel helemaal vast totdat
i
het goed vastzit (zie afbeelding).
1
4
3
2
regelmatig
reinigen.
x
Een
41