4. Veeg eventuele resterende brand-
stof rond het tankdeksel weg.
5. Sluit het tankdeksel (7).
In- en uitschakelen
GEVAAR! Gebruik de kettingzaag
niet in de buurt van brandbare vloei-
stoffen of gassen.
VOORZICHTIG! De zaagketting
mag bij stationair toerental niet bewe-
gen. Als de zaagketting bij stationair
toerental beweegt, is er een probleem
met de koppeling of het onbelast toe-
rental. Neem contact op met het ser-
vicecentrum.
Koude start
Start met de starterkabel (Fig. A)
Instructies
• Controleer of er voldoende ket-
tingolie in de tank zit en vul indien
nodig kettingolie bij (Kettingolie
toevoegen, Pag. 106).
1. Plaats het apparaat op een vlak-
ke, stabiele ondergrond en verwij-
der de kettingbescherming (16).
De zaagketting (9) mag noch de
bodem, noch voorwerpen raken.
2. Activeer de kettingrem door de
kettingremhendel (12) van de voor-
ste handgreep (1) af te duwen tot-
dat de kettingrem vastklikt.
3. Druk 6x op de brandstofpomp (20).
4. Trek de koudestarthendel (19)
(choke) naar stand .
5. Houd het apparaat stevig vast,
met één hand op de voorste hand-
greep (1) en de voet in de achter-
ste handgreep (4).
6. Pak met uw andere hand de star-
tergreep (2) aan de startkabel vast.
Trek er meerdere keren snel aan
totdat de motor start.
7. Bedien de gashendelvergrendeling
(3) en de gashendel (6) kort, zodat
de koudstarthendel (19) in de -
stand springt. Het apparaat loopt
in onbelaste toestand.
Laat het apparaat 45 seconden tot
1:30 minuten stationair draaien.
8. Maak de kettingrem los door de
kettingremhendel (12) naar de
voorste handgreep (1) te trekken
totdat de kettingrem vrijkomt.
VOORZICHTIG! Als de zaag-
ketting bij stationair toerental be-
weegt, is er een probleem met de
koppeling of het onbelast toeren-
tal. Stel het apparaat buiten ge-
bruik en neem contact op met het
servicecentrum.
9. Wanneer u nu de gashendelver-
grendeling3) en de gashendel (6)
bedient, start de zaagketting (9).
Startte de motor kortstondig en
stopte hij dan weer
Start met de starterkabel (Fig. A)
1. Bedien de gashendelblokkering (3)
en kort de gashendel (6). De hen-
del voor de koude start (choke)
(19) springt terug naar de warme
startpositie.
2. Pak de startergreep (2) opnieuw
aan de startkabel en trek er enke-
le malen snel aan totdat de motor
start.
Indien dit niet lukt, volgt u de
instructies in het hoofdstuk
Probleemopsporing, Pag. 119.
Als de buitentemperatuur erg hoog
is, moet de motor mogelijk ook
koud worden gestart zonder dat
de koudestarthendel (choke) (19) is
uitgetrokken.
3. Maak de kettingrem los door de
kettingremhendel (12) naar de
voorste greep (1) te trekken totdat
de kettingrem vrijkomt.
VOORZICHTIG! Als de zaag-
ketting bij stationair toerental be-
NL
BE
107