4. Draai de moer (15) van de ketting-
wielafdekking13 met het combina-
tiegereedschap (17) vast.
Bij een nieuwe zaagketting moet u de
kettingspanning na maximaal 5 snij-
bewerkingen aanpassen.
Snijtanden slijpen
VOORZICHTIG! Gevaar voor ver-
wondingen! Een verkeerd geslepen
zaagketting verhoogt het risico op
terugslag! Gebruik snijbestendige
handschoenen bij het hanteren van
de ketting of het zwaard.
Een scherpe zaagketting zorgt voor
optimale zaagprestaties. Hij gaat met
gemak door het hout en laat grote,
lange krullen achter. Een zaagketting
is bot als je de zaaguitrusting door
het hout moet duwen en de houtsnip-
pers erg klein zijn. Met een zeer bot-
te zaagketting worden er geen spaan-
ders geproduceerd, alleen houtstof.
Om de zaagketting te slijpen is spe-
ciaal gereedschap nodig, waarbij er-
voor moet worden gezorgd dat de
ketting in de juiste hoek en op de juis-
te diepte wordt geslepen. Voor de on-
ervaren gebruiker van kettingzagen
raden wij aan de zaagketting door
een vakman of een gespecialiseer-
de werkplaats te laten slijpen. Als u er
zeker van bent dat u de ketting kunt
slijpen, ga dan te werk volgens de in-
structies voor uw zaagkettingslijper
(bijv. Parkside PSG 85 B2).
• De zagende delen van de zaagket-
ting zijn de snijschakels, die be-
staan uit een snijtand en een diep-
tebegrenzer. De hoogteafstand tus-
sen deze heide bepaalt de scherp-
slijpdiepte.
• De zaagketting is versleten en
moet door een nieuwe zaagket-
ting vervangen worden wanneer
nog maar ca. 4 mm van de snijtand
over is.
• Bij het slijpen van de snijtanden
moet rekening worden gehouden
met de volgende waarden (Fig. O):
• Scherpstelhoek (30°)
• Borsthoek (60°)
• Scherpsteldiepte (0,65 mm)
• Diameter ronde vijl (4,0 mm)
WAARSCHUWING! Gevaar voor
ongeval! Afwijkingen van de afmetin-
gen van de snijkantgeometrie kunnen
leiden tot een grotere neiging tot te-
rugslag van de machine.
Benodigde gereedschappen en
hulpmiddelen
• Ronde vijl
• Vlakke vijl
Procedure (Fig. O)
1. Schakel de motor uit en laat het
apparaat afkoelen.
2. Zorg ervoor dat de zaagketting
strak gespannen is om correct slij-
pen mogelijk te maken.
3. Slijp alleen van binnen naar buiten.
Leid de ronde vijl van de binnen-
kant van de snijtand naar de bui-
tenkant. Til de vijl op als u hem te-
rugtrekt.
4. Slijp eerst de tanden aan één kant
scherp. Draai dan de zaagketting
om en slijp de tanden aan de an-
dere kant.
5. Controleer de lengte van de snij-
schakels. Na het slijpen moeten al-
le snijschakels even lang en even
breed zijn.
6. Controleer na elke derde slijpbeurt
de slijpdiepte (dieptelimiet) en vijl
de hoogte bij met een platte vijl.
De dieptelimiet moet ongeveer
0,65 mm achter de snijtand staan.
7. Rond na de terugstelling van de
dieptebegrenzing langs voren een
beetje af.
NL
BE
117