ning met het terugslagbereik wanneer
takken onder spanning staan.
(Fig. H)
• Verwijder alleen steuntakken na het
op lengte knippen.
• Zaag takken onder spanning van-
af de onderkant naar boven om
te voorkomen dat de kettingzaag
vastloopt.
• Gebruik dezelfde techniek als bij
het afzagen van dikkere takken Op
lengte snijden, Pag. 111.
• Werk links van de stam en zo dicht
mogelijk bij de kettingzaag. Indien
mogelijk moet het gewicht van de
kettingzaag op de stam rusten.
• Verander van plaats om takken
voorbij de stam af te zagen.
• Snijd vertakte takken afzonder-
lijk op lengte af. Laat grotere, naar
beneden gerichte takken, die de
boom steunen, voorlopig staan.
• Scheid kleinere takken in één keer.
Op lengte snijden
Op lengte snijden is het zagen van
gevelde boomstammen in kleine stuk-
ken.
• Zorg ervoor dat u stevig staat en
dat uw lichaamsgewicht gelijkma-
tig over beide voeten is verdeeld.
• Ondersteun de stam indien moge-
lijk. De stam moet worden onder-
bouwd en ondersteund door tak-
ken, balken of wiggen.
• Zorg ervoor dat de zaagketting bij
het zagen de grond niet raakt.
• Ga op hellend terrein boven de
stam staan.
Technieken voor op lengte zagen
Stam ligt op de bodem (Fig. D)
Zaag van bovenaf helemaal door de
stam en zorg ervoor dat u de grond
niet raakt aan het einde van de zaag-
snede. Als het mogelijk is om de stam
te draaien, zaag dan 2/3 ervan door.
Draai de stam vervolgens om en zaag
de rest van de stam van bovenaf
door.
Stam wordt aan één uiteinde
ondersteund (Fig. E)
Zaag eerst 1/3 van de stamdiameter
van onder naar boven door (met de
bovenkant van het zwaard) om splin-
ters te voorkomen. Zaag vervolgens
van boven naar beneden (met de on-
derkant van het zwaard) in de richting
van de eerste zaagsnede om vastlo-
pen te voorkomen.
Stam wordt aan beide uiteinden
ondersteund (Fig. F)
Zaag eerst 1/3 van de stamdiameter
van boven naar beneden door (met
de onderkant van het zwaard). Zaag
vervolgens van onder naar boven
(met de bovenkant van het zwaard)
totdat de zaagsneden samenkomen.
Zagen op een zaagbok (Fig. G)
Houd de kettingzaag met beide han-
den stevig vast en leid de machine
tijdens het zagen voor uw lichaam.
Wanneer de boomstam doorgezaagd
is, leidt u de machine langs het li-
chaam naar de rechterkant (1). Houd
de linkerarm zo recht mogelijk (2).
Kijk uit voor de vallende boomstam.
Plaats uzelf zo dat de afgehakte stam
geen gevaar vormt. Zorg goed voor
uw voeten. De doorgezaagde stam
kan verwondingen veroorzaken als hij
valt. Bewaar uw evenwicht (3).
Reiniging, onderhoud
en opslag
WAARSCHUWING! Elektrische
schok! Gevaar voor letsel door on-
bedoeld aanlopen van het apparaat.
Voer onderhouds- en reinigingswerk-
zaamheden altijd bij uitgeschakelde
NL
BE
111