Westinghouse iGen11000DFc - Handleiding omvormergenerator

Inhoud

INTRODUCTIE


Het bedienen, onderhouden en repareren van deze apparatuur kan u blootstellen aan chemicaliën, waaronder uitlaatgassen van de motor, koolmonoxide, ftalaten en lood, waarvan de staat Californië weet dat ze kanker en geboorteafwijkingen of andere reproductieve schade veroorzaken. Om de blootstelling te minimaliseren, vermijd het inademen van uitlaatgassen en draag handschoenen of was uw handen regelmatig bij het onderhouden van deze apparatuur. Ga voor meer informatie naar www.P65warnings.ca.gov.

PRODUCTREGISTRATIE

Voor probleemloze garantie is het belangrijk om uw Westinghouse-product te registreren.
U kunt zich registreren door:

  • De volgende productinformatie verzenden naar:
    Westinghouse Outdoor Power
    Garantie registratie
    777 Manor Park Drive
    Columbus, OH 43228


Bewaar uw aankoopbewijs voor een probleemloze garantiedekking.

SPECIFICATIES

AC-spanning 120V/240V
Vermogen (continu) Benzine 9.000W
Propaan 8.100W
Vermogen (piek) Benzine 11.000W
Propaan 10.000W
AC-stroom Benzine 37,5A
Propaan 33,8A
Frequentie 60 Hz
Fase Enkel
RPM 3.600
Vermogensfactor 1.0
Isolatieklasse F
Maximale omgevingstemperatuur 104°F (40°C)

LET OP
Dit product is ontworpen en beoordeeld voor continu gebruik bij omgevingstemperaturen tussen 23°F (– 5°C) en 104°F (40°C). Indien nodig kan dit product korte tijd worden gebruikt bij extreem warme of extreem koude temperaturen. Als het product tijdens de opslag wordt blootgesteld aan extreme temperaturen, moet het vóór gebruik weer binnen het optimale temperatuurbereik worden gebracht. Dit product moet altijd buitenshuis worden gebruikt in een goed geventileerde ruimte en ver verwijderd van deuren, ramen en andere openingen. Het maximale wattage en de maximale stroom zijn onderhevig aan en worden beperkt door factoren zoals de BTU-inhoud van de brandstof, de omgevingstemperatuur, de hoogte, de motorconditie, enz. Het maximale vermogen neemt af met ongeveer 3,5% per 1.000 voet boven zeeniveau en neemt ook af met ongeveer 1% per 10°F (6°C) boven een omgevingstemperatuur van 60°F (16°C).

LET OP
Het effect van hoogte op het vermogen zal groter zijn als er geen carburateurmodificatie wordt uitgevoerd. Een afname van het motorvermogen zal de vermogensafgifte van de generator verminderen. Neem contact op met ons serviceteam om hoogtekits te bestellen.

LET OP
Bedankt dat u voor Westinghouse hebt gekozen! LEES DIT AUB VOOR U DIT PRODUCT OM WELKE REDEN DAN OOK RETOURNEERT.
Als u een vraag hebt of een probleem ondervindt met uw Westinghouse-aankoop, bel ons dan op 1-855-944-3571 om met een medewerker te spreken.

BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR TOEKUNSTIGE REFERENTIE.

VRAGEN?
E-mail ons op service@wpowereq.com of bel 1-855-944-3571

VEILIGHEID

VEILIGHEIDSDEFINITIES

De woorden GEVAAR, WAARSCHUWING, VOORZICHTIG en LET OP worden in deze handleiding gebruikt om belangrijke informatie te benadrukken. Zorg ervoor dat de betekenis van deze veiligheidsinformatie bekend is bij iedereen die de generator bedient, onderhoud pleegt of in de buurt van de generator is.

waarschuwing Dit veiligheidswaarschuwingssymbool verschijnt bij de meeste veiligheidsverklaringen. Het betekent aandacht, wees alert, uw veiligheid is in het geding! Lees en volg de boodschap die volgt op het veiligheidswaarschuwingssymbool.

gevaar
Duidt op een gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, de dood of ernstig letsel tot gevolg zal hebben.

waarschuwing
Duidt op een gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, de dood of ernstig letsel tot gevolg kan hebben.

voorzichtig
Duidt op een gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, licht of matig letsel tot gevolg kan hebben.

LET OP
Duidt op een situatie die schade kan veroorzaken aan de generator, persoonlijke eigendommen en/of het milieu, of die ervoor kan zorgen dat de apparatuur niet goed werkt.

OPMERKING: Duidt op een procedure, werkwijze of voorwaarde die moet worden gevolgd om de generator te laten functioneren zoals bedoeld.

VEILIGHEIDSSYMBOLEN

Volg alle veiligheidsinformatie in deze gebruikershandleiding, evenals de informatie op de productetikettering.

Symbool Omschrijving
waarschuwing Veiligheidswaarschuwingssymbool
brandgevaar Brandgevaar
risico op elektrische schok Risico op elektrische schok
brandgevaar Brandgevaar. Raak geen hete oppervlakken aan.
verstikkingsgevaar Verstikkingsgevaar
niet gebruiken in natte omstandigheden Niet gebruiken in natte omstandigheden
veilige afstand bewaren Veilige afstand bewaren
aarde Aarde. Raadpleeg een elektricien om de aardingsvereisten te bepalen vóór gebruik.
koolmonoxide Koolmonoxide

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

gevaar
De uitlaat van de generator bevat hoge concentraties koolmonoxide (CO), een onzichtbaar, reukloos en uiterst giftig gas. Als u uitlaatgassen ruikt, ademt u koolmonoxide in. Maar zelfs als u geen uitlaatgassen ruikt, kunt u CO inademen.

Gebruik generatoren UITSLUITEND buiten, in een goed geventileerde ruimte. Gebruik generatoren NOOIT binnenshuis, dit KAN BINNEN ENKELE MINUTEN DODELIJK ZIJN.

  • Correct gebruik – Gebruik generatoren uitsluitend buiten en benedenwinds, ver verwijderd van ramen, deuren en ventilatieopeningen. Leid de uitlaatgassen altijd weg van bewoonde ruimtes. Installeer altijd koolmonoxidemelders op batterijen of koolmonoxidemelders met stekker en batterijback-up in woonruimtes. Zie Afbeelding 1.
    VEILIGHEID - Voorbeeld van correct gebruik
    1. Uitlaat (CO)
    2. Uitsluitend BUITEN gebruiken en VER WIJDERD van ramen, deuren en ventilatieopeningen
    3. CO-melders in woonruimtes
  • Incorrect gebruik – Gebruik een generator NOOIT in uw huis, garage, kelder, zolder, kruipruimte of een andere volledig of gedeeltelijk afgesloten ruimte. In dergelijke ruimtes kunnen gevaarlijke concentraties koolmonoxide ontstaan. Een open deur of een draaiende ventilator ZORGT NIET voor voldoende ventilatie. Zie Afbeelding 2.
    VEILIGHEID - Voorbeeld van incorrect gebruik
    1. Uitlaat (CO)
    2. Woonruimte
    3. Kelder kruipruimte
    4. Entree/Veranda/Bijkeuken
    5. Garage

Als u zich duizelig, zwak of ziek begint te voelen tijdens het gebruik van de generator, ga dan onmiddellijk naar de frisse lucht. Neem contact op met een arts. U kunt een koolmonoxidevergiftiging hebben.

brandgevaargevaarbrandgevaar
Brand- en elektrocutiegevaar. Sluit niet aan op het elektrische systeem van een gebouw, tenzij de generator en een transferschakelaar correct zijn geïnstalleerd en de elektrische output is geverifieerd door een gekwalificeerde elektricien. De aansluiting moet de generatorstroom isoleren van de netstroom en moet voldoen aan alle toepasselijke wetten en elektrische codes. Het niet correct isoleren van de generatorstroom kan schade aan eigendommen veroorzaken en een gevaarlijke terugvoeding van elektriciteit creëren, die dodelijk of ernstig letsel kan veroorzaken bij netwerkmedewerkers.

gevaar
Elektrocutiegevaar. Gebruik de generator NOOIT op een natte of vochtige plaats. Stel de generator NOOIT bloot aan regen, sneeuw, waterspray of stilstaand water tijdens gebruik. Bescherm de generator tegen alle gevaarlijke weersomstandigheden. Vocht of ijs kan een kortsluiting of andere storing in het elektrische circuit veroorzaken.

brandgevaarwaarschuwingbrandgevaar
Maak uzelf vertrouwd met alle instructies, veiligheidswaarschuwingen, illustraties en specificaties die bij dit product worden geleverd. Het niet opvolgen van de instructies van de fabrikant kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of koolmonoxidevergiftiging die tot de dood of ernstig letsel kan leiden.

LET OP
Installeer koolmonoxidemelders op batterijen of koolmonoxidemelders met stekker en batterijback-up in woonruimtes.

  • Dit product mag UITSLUITEND buitenshuis worden gebruikt.
  • Gebruik een generator NOOIT in uw huis, garage, kelder, zolder, kruipruimte of een andere volledig of gedeeltelijk afgesloten ruimte. In dergelijke ruimtes kunnen gevaarlijke concentraties koolmonoxide ontstaan. Koolmonoxide (CO), een onzichtbaar, reukloos en uiterst giftig gas KAN BINNEN ENKELE MINUTEN DODELIJK ZIJN.
  • Gebruik de generator uitsluitend BUITEN en ver verwijderd van ramen, deuren en ventilatieopeningen, zoals aanbevolen door de Amerikaanse centra voor ziektebestrijding en -preventie van het ministerie van Volksgezondheid en Sociale Zaken. Uw specifieke huis- en/of windomstandigheden vereisen mogelijk een grotere afstand.
  • De National Electrical Code vereist het gebruik van een transferschakelaar of andere geschikte overdrachtsapparatuur wanneer een draagbare generator is aangesloten op het elektrische systeem van een gebouw. Transferschakelaars isoleren de generatorstroom van de netstroom en voorkomen terugvoeding van elektrische stroom naar het netwerksysteem.
    OPMERKING: Een transferschakelaar moet worden geïnstalleerd door een gekwalificeerde elektricien in overeenstemming met de toepasselijke elektrische codes. Sommige rechtsgebieden kunnen vereisen dat de installatie wordt geïnspecteerd door lokale autoriteiten. Bewaar alle relevante installatie-, inspectie- en onderhoudsinformatie.
  • Gebruik de generator nooit om medische ondersteuningsapparatuur van stroom te voorzien.
  • Stel de generator nooit bloot aan regen, sneeuw, waterspray of stilstaand water tijdens gebruik. Bewaar en gebruik het apparaat op een droge of afgedekte (maar niet afgesloten) locatie.
  • Laat kinderen of ongetrainde personen de generator niet bedienen.
  • Houd kinderen, omstanders en huisdieren op een minimumafstand van 3 meter van een draaiende generator.
  • brandgevaar
    Houd een veilige afstand aan. Houd tijdens het gebruik en de opslag aan alle kanten van de generator een vrije ruimte van ten minste 1,5 meter aan, inclusief boven het hoofd. Schakel het apparaat uit en laat het minimaal 30 minuten afkoelen voordat u het opbergt. De hitte die wordt gegenereerd door de uitlaatdemper en uitlaatgassen kan heet genoeg zijn om ernstige brandwonden te veroorzaken en/of ontvlambare objecten te ontsteken.
  • Gebruik het apparaat niet in gebieden waar brandbare of gevaarlijke materialen worden opgeslagen, waaronder benzinestations en aardgasvulstations.
  • Gebruik de generator niet op blote voeten, met natte handen of voeten, terwijl u in het water staat of in natte omstandigheden.
  • Gebruik dit apparaat niet als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen.
  • brandgevaar
    Brandgevaar. Raak geen hete oppervlakken aan.
  • brandgevaar
    Raak de uitlaatdemper of motor niet aan. Ze zijn erg HEET en veroorzaken ernstige brandwonden. Plaats geen lichaamsdelen of brandbare of ontvlambare materialen in het directe pad van de uitlaat.
  • Houd handen, vingers, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van alle bewegende delen van de generator.
  • Sluit geen versleten of beschadigde elektriciteitskabels aan op de generator. Raak NOOIT gerafelde of blootliggende draden aan.
  • Gebruik de generator niet op een helling. Het apparaat moet altijd op een vlakke, stabiele ondergrond worden geplaatst.
  • Controleer de fysieke staat van het product vóór elk gebruik. Zoek naar losse bouten, vloeistoflekken en andere tekenen van slijtage. Vervang alle beschadigde items. Neem voor vervangende onderdelen of hulp contact op met onze klantenservice.
  • Voor optimale prestaties gebruikt u de generator bij temperaturen tussen -5 °C en 40 °C met een maximale relatieve luchtvochtigheid van 90%.
  • Controleer alle vloeistoffen (olie en benzine) voordat u de generator start.
  • Verwijder de oliepeilstok of brandstofdop niet wanneer de generator draait.
  • Draai de oliepeilstok na het bijvullen van olie en de brandstofdop na het bijvullen van benzine goed vast.
  • Vermijd huidcontact met motorolie of benzine. Draag beschermende kleding en uitrusting. Was alle blootgestelde huid met water en zeep. Langdurig huidcontact met benzine of motorolie kan ernstige huidirritatie en andere nadelige reacties veroorzaken.
  • De generator trilt en stuitert tijdens normaal gebruik. Controleer de generator en alle kabels die erop zijn aangesloten op eventuele schade die door de trillingen is veroorzaakt. Vervang of repareer beschadigde items indien nodig. Gebruik de generator of items die tekenen van schade vertonen niet.
  • Alle elektrische gereedschappen en apparaten die door deze generator worden aangedreven, moeten correct worden geaard door middel van een derde draad of dubbel geïsoleerd zijn.
  • Voordat u de generator transporteert, koppelt u de bougiestekker los, laat u de brandstoftank leeglopen en zet u het apparaat op de juiste manier vast.
  • Er kan brandstof of olie uit de generator lekken tijdens het transport. Plaats een handdoek, plastic zeil of absorberend kussen onder het apparaat om uw voertuig te beschermen.
  • Volg de instructies in het hoofdstuk Onderhoud van deze handleiding om de levensduur van dit product te verlengen.
  • Vervang beschadigde of versleten onderdelen door aanbevolen of gelijkwaardige vervangende onderdelen. Het gebruik van een onjuist of incompatibel onderdeel kan een gevaar opleveren dat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
  • Verwijder altijd alle gereedschappen of andere serviceapparatuur die tijdens het onderhoud zijn gebruikt uit de buurt van de generator voordat u deze bedient.

AARDING

waarschuwing
Risico op schokken. Het niet correct aarden van de generator kan leiden tot elektrische schokken.

LET OP
Gebruik uitsluitend geaarde verlengsnoeren, gereedschappen en apparaten met 3 pinnen, of dubbel geïsoleerde gereedschappen en apparaten.

risico op elektrische schok Het generatorneutraal is verbonden met het frame. Er is een permanente geleider tussen de generator (statordraad) en het frame. Als deze generator alleen wordt gebruikt met snoer- en stekkerapparatuur die is aangesloten op de stopcontacten die op de generator zijn gemonteerd, vereist de National Electric Code niet dat het apparaat wordt geaard. Andere manieren om de generator te gebruiken, vereisen echter mogelijk aarding om het risico op schokken of elektrocutie te verminderen.
Raadpleeg voordat u de aardklem gebruikt een gekwalificeerde elektricien, elektrische inspecteur of lokaal bureau met jurisdictie voor lokale codes of verordeningen die van toepassing zijn op het beoogde gebruik van de generator. Zie Afbeelding 3.
VEILIGHEID - AARDING

  1. Aardklem

VEILIGHEIDSMAATREGELEN VOOR BENZINE EN BENZINEDAMP

verbrandingsgevaarverbrandingsgevaar
Brand- en explosiegevaar. Benzine is zeer explosief en brandbaar en kan ernstige brandwonden of de dood veroorzaken.


Brand- en verbrandingsgevaar. Maak de brandstofdop NOOIT los of verwijder deze NIET terwijl de generator draait. Schakel het apparaat uit en laat het minstens vijf minuten afkoelen voordat u benzine toevoegt. Draai de brandstofdop langzaam los.

verbrandingsgevaarverbrandingsgevaar
Probeer in geval van een benzinebrand de vlam niet te doven, tenzij de motor-/brandstofschakelaar in de OFF -stand staat. Het toevoegen van een blusmiddel aan een generator met een open brandstofschakelaar kan een explosiegevaar veroorzaken.

  • verbrandingsgevaar Brandgevaar. Benzine is zeer brandbaar. Behandel het met zorg.
  • Gebruik benzine nooit als schoonmaakmiddel.
  • Benzine is een huidirritant en moet onmiddellijk worden opgeruimd als het in contact komt met de huid.
  • Bewaar benzine niet in de buurt van ovens, waterverwarmers of andere apparaten die warmte produceren of automatische ontstekingen hebben.
  • Houd benzine uit de buurt van vonken, open vuur, waakvlammen, hitte en andere ontstekingsbronnen.
  • Bewaar alle containers met benzine in een goed geventileerde ruimte, uit de buurt van brandbare materialen of ontstekingsbronnen.
  • Bewaar benzine ALTIJD in een container die is goedgekeurd voor benzine. Niet-goedgekeurde containers kunnen breken of verslechteren, waardoor benzine of benzinedampen kunnen ontsnappen, wat een ernstig gevaar kan opleveren.
  • Benzine heeft een kenmerkende geur, dit zal helpen om potentiële lekken snel op te sporen.
  • verbrandingsgevaar Gasdampen kunnen een brand veroorzaken als ze worden ontstoken.
  • Niet roken bij het hanteren van brandstof, het toevoegen van brandstof aan de generator of het legen van de gastank.
  • Draag een veiligheidsbril tijdens het tanken.
  • Voordat u brandstof aan de generator toevoegt, schakelt u het apparaat uit en laat u het minimaal vijf minuten afkoelen. Verplaats het apparaat indien nodig naar een vlakke ondergrond.
  • Verwijder de brandstoftankdop niet wanneer de generator draait.
  • Draai de brandstofdop langzaam los om de druk veilig te ontlasten, te voorkomen dat benzine rond de dop ontsnapt en om te voorkomen dat de hitte van de uitlaat brandstofdampen ontsteekt.
  • Vul de benzinetank van de generator NOOIT verder dan de maximale vulring op het brandstoffilter. Door het benzinepeil op of onder de vulring te houden, kan de benzine uitzetten. Overvulling van de brandstoftank kan leiden tot een plotselinge overloop van benzine en ertoe leiden dat gemorste benzine in contact komt met HETE oppervlakken.
  • Gemorste brandstof kan ontbranden. Veeg gemorste vloeistof onmiddellijk op en laat het gebied drogen voordat u de generator gebruikt. Probeer gemorste brandstof NOOIT te verbranden.
  • Draai de brandstofdop stevig vast na het toevoegen van benzine.
  • Dek de brandstofdop niet af terwijl de generator in werking is. Het afdekken van de dop kan ervoor zorgen dat de motor uitvalt of het product beschadigd raakt.
  • Tap de brandstof af voordat u het apparaat opbergt. Bewaar het apparaat en de brandstof afzonderlijk in goed geventileerde ruimtes, uit de buurt van vonken, open vuur, waakvlammen, hitte en andere ontstekingsbronnen.
  • Schakel het apparaat uit en laat het minimaal 30 minuten afkoelen voordat u de brandstof aftapt.

VLOEIBAAR PETROLEUMGAS

verbrandingsgevaarverbrandingsgevaar
Brand- en explosiegevaar. Gebruik nooit een gascontainer, LPG/propaanslang, propaanfles of een ander brandstofartikel dat beschadigd lijkt te zijn. Als er een sterke propaangeur hangt tijdens het gebruik van de generator, sluit dan onmiddellijk de propaanfles volledig af. Zodra de propaan is uitgeschakeld, gebruikt u een sopje om te controleren op lekken op de slang en de aansluitingen op de tankklep en de generator. Rook niet en steek geen sigaret aan en controleer niet op lekken met behulp van een open vlambron, zoals een lucifer of aansteker. Als er een lek wordt gevonden, neem dan contact op met een gekwalificeerde technicus om het LPG/propaansysteem te laten inspecteren en repareren voordat u de generator gebruikt.


Brand- en explosiegevaar. Gebruik alleen goedgekeurde propaanflessen met een OPD-klep (Overfilling Prevention Device). Houd de tank altijd in een verticale positie met de klep aan de bovenkant en op grondniveau op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de tanks niet in de buurt van een warmtebron staan. Schakel bij transport en opslag de propaanflesklep naar de volledig gesloten positie en koppel de tank los. Zorg ervoor dat u de generatorinlaat en de tankuitlaat altijd afdekt met beschermende plastic doppen.

  • LPG/propaan is zeer brandbaar en explosief.
  • Probeer in geval van een LPG/propaanbrand de vlam NIET te doven als de brandstofklep in de gasstand staat. Het toevoegen van een blusmiddel aan een generator met een open brandstofklep kan een explosiegevaar veroorzaken.
  • LPG/propaan kan zich op lage plaatsen ophopen omdat het zwaarder is dan lucht.
  • LPG/propaan heeft een kenmerkende geur die is toegevoegd om potentiële lekken te helpen opsporen. Als er een geur is, gebruik de motor NIET.
  • Houd een propaanfles altijd in een rechtopstaande positie.
  • Zorg er bij het verwisselen van propaanflessen voor dat de tankklep van hetzelfde type is.

  • LPG/propaan verbrandt de huid. Voorkom te allen tijde huidcontact.
  • Houd de propaanfles uit de buurt van de generatoruitlaat.
  • Voor grote (500 – 1.000 gallon) propaanflessen is een gecertificeerde loodgieter nodig om de brandstofleiding naar de generator te installeren en de losse regelaar wordt niet gebruikt (de regelaar die aan de brandstoftank is bevestigd). De druk, gemeten aan de regelaar die op de generator is gemonteerd, moet 7 inch tot 14 inch waterkolom zijn. Een gecertificeerde loodgieter moet ervoor zorgen dat de druk correct is of een step-down regelaar installeren indien nodig.
  • Zorg ervoor dat de generator en de propaanfles op een vlakke ondergrond staan voordat u de generator gebruikt.
  • Als er een propaangeur is, start het apparaat dan niet, omdat er mogelijk een lek is. Plaats nooit een propaanfles in de buurt van de motoruitlaat.
  • Zorg er bij transport voor dat de propaanfles en de LPG/propaanslang niet aan de generator zijn bevestigd.
  • Bewaar de propaanfles uit de buurt van vonken, open vuur, waakvlammen, hitte en andere ontstekingsbronnen.
  • Bewaar de propaanfles niet in de buurt van ovens, waterverwarmers of andere apparaten die warmte produceren of automatische ontstekingen hebben.

LEKTESTEN

OPMERKING
Aansluitingen op de slang en de propaaninlaat zijn in de fabriek getest om er zeker van te zijn dat er geen gaslekken zijn. Transport en behandeling kunnen de aansluitingen echter los hebben gemaakt. We raden u aan altijd op lekken te testen voordat u de generator gebruikt.

Om te testen op LPG/propaanlekken:

  • Sluit de LPG/propaanslang aan op de propaaninlaat van de generator en op de flesklep.
  • Open de flesklep. Als u een ruisend geluid hoort, sluit u de flesklep onmiddellijk. Dit geluid duidt op een aanzienlijk lek bij de aansluiting. Vervang de fles of laat deze repareren.
  • Borstel de inlaat, slangaansluitingen en LP-gasfles met een zeepoplossing gemaakt van een 20/80 mengsel van milde zeep en water. Zie Afbeelding 4.
    VEILIGHEID - LEKTESTEN
    1. Lektesten met zeepsop (propaan)
  • Als er bubbels beginnen te groeien, is er een lek.
    • Als het lek zich bij de inlaat bevindt, neem dan contact op met de klantenservice. GEBRUIK DE GENERATOR NIET.
    • Als het lek zich bij de slangaansluitingen bevindt, installeer de slang dan veilig opnieuw en voer de controle opnieuw uit. Als de lekken aanhouden, GEBRUIK DE GENERATOR NIET.
    • Als het lek zich bij de fles bevindt, gebruik of verplaats de fles niet. Neem contact op met de brandweer of de gasleverancier.

BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE CO-SENSOR

De CO-sensor bewaakt de ophoping van giftig koolmonoxidegas rond de generator wanneer de motor draait. Als toenemende CO-gasniveaus worden gedetecteerd, schakelt de CO-sensor de motor automatisch uit.

De CO-sensor detecteert ook de ophoping van koolmonoxide van andere brandstofverbruikende bronnen die worden gebruikt in het bedieningsgebied. Als bijvoorbeeld de uitlaat van brandstofverbruikende gereedschappen op een generator met een CO-sensor is gericht, kan een uitschakeling worden gestart als gevolg van stijgende CO-niveaus. Dit is geen fout. Er is gevaarlijk koolmonoxide gedetecteerd. Verplaats en herleid alle extra brandstofverbruikende bronnen om koolmonoxide weg te voeren van personeel en bewoonde gebouwen.

OPMERKING: Generatoren die zijn uitgerust met een afstandsbediening, moeten opnieuw worden gestart met de START/STOP (START/STOP) -knop op het bedieningspaneel nadat een automatische uitschakeling heeft plaatsgevonden.

Generatoren zijn bedoeld om buiten te worden gebruikt, ver van bewoonde gebouwen en de uitlaat gericht van personeel en gebouwen. Bij misbruik en gebruik op een locatie die resulteert in de ophoping van CO, zoals in een gedeeltelijk afgesloten ruimte, schakelt de CO-sensor de motor uit en knippert het RODE indicatielampje om de gebruiker te waarschuwen dat er onveilige niveaus van koolmonoxide zijn.

Als de generator wordt uitgeschakeld en het RODE indicatielampje knippert, verlaat dan onmiddellijk het gebied. Wacht tot het koolmonoxide is verdwenen en het RODE indicatielampje is uitgeschakeld voordat u terugkeert naar het getroffen gebied. Lees, zodra het veilig is om terug te keren, het actielabel voor verdere stappen die u moet nemen. De CO-sensor VERVANGT GEEN koolmonoxidemelders. Installeer koolmonoxidemelders op batterijen in uw huis.


Automatische uitschakeling, vergezeld van een knipperend ROOD lampje in het CO-sensor gedeelte van het bedieningspaneel, is een indicatie dat de generator onjuist was geplaatst, waardoor koolmonoxide zich tot onveilige niveaus kon ophopen. Als u zich ziek, duizelig, zwak begint te voelen of koolmonoxidemelders in uw huis een alarm aangeven, ga dan onmiddellijk naar de frisse lucht. Bel de hulpdiensten. U heeft mogelijk een koolmonoxidevergiftiging.

DE INDICATIELAMPJES VAN DE CO-SENSOR BEGRIJPEN

DE INDICATIELAMPJES VAN DE CO-SENSOR BEGRIJPEN
Zie Afbeelding 5.

  1. Service generator LED
  2. Automatische uitschakel-LED
KLEUR BESCHRIJVING

Onveilige niveaus van koolmonoxide hebben zich rond de generator opgehoopt. Na het uitschakelen knippert het RODE indicatielampje in het CO-sensor gedeelte van het bedieningspaneel om aan te geven dat de generator is uitgeschakeld omdat de koolmonoxideniveaus boven een veilige drempel zijn gestegen. Het RODE lampje knippert minimaal vijf minuten na een CO-uitschakeling.

Wanneer het veilig is om dit te doen, verplaatst u de generator naar een open ruimte buiten, ver weg van bewoonde ruimtes met de uitlaat gericht. Zodra de generator naar een veilige ruimte is verplaatst en het rode lampje is uitgeschakeld, kan de generator opnieuw worden gestart. Breng verse lucht aan en ventileer de ruimte waar de generator was uitgeschakeld.

Er is een fout opgetreden in het CO-sensorsysteem. Wanneer er een systeemfout optreedt, wordt de generator automatisch uitgeschakeld en knippert het GELE indicatielampje in het CO-automatische uitschakelgebied van het bedieningspaneel om aan te geven dat er een fout is opgetreden. Het GELE lampje knippert minimaal vijf minuten na een fout. De generator kan opnieuw worden gestart, maar kan blijven uitschakelen. Een CO-sensorfout kan alleen worden gediagnosticeerd en gerepareerd door een geautoriseerd Westinghouse-servicecentrum.

VEILIGHEIDSLABELS EN STICKERS

VEILIGHEID - VEILIGHEIDSLABELS EN STICKERS

De volgende informatie staat op de labels en stickers van uw generator.

  1. Actielabel
    Als er zich onveilige hoeveelheden koolmonoxide ophopen rond de generator, vindt er een automatische uitschakeling plaats. Als het apparaat wordt uitgeschakeld, verlaat dan onmiddellijk het gebied. Wanneer het veilig is om terug te keren, doet u het volgende:
    • Verplaats de generator naar een open ruimte buiten.
    • Richt de uitlaat weg.
    • Laat de generator niet in afgesloten ruimtes draaien (bijv. niet in huis of garage).
    • Ga naar de frisse lucht.
    • Zoek medische hulp als u ziek, duizelig of zwak bent.

    • Knoeien met de koolmonoxidesensor kan leiden tot een gevaarlijke situatie.
  2. Uitlaatrichting
    Richt de uitlaat weg van lichaamsdelen en ontvlambare of brandbare materialen.
  3. Veiligheidssymbolen
    (Zie Veiligheidssymbolen)
  4. Specificaties
    (Zie Specificaties)
  5. California Proposition 65
    Kanker en reproductieve schade - www.P65Warnings.ca.gov/product
  6. Koolmonoxide
    • Het gebruik van een generator binnenshuis KAN U BINNEN ENKELE MINUTEN DODEN. De uitlaat van de generator bevat koolmonoxide. Dit is een vergif dat u niet kunt zien of ruiken.
    • NOOIT gebruiken in een huis of garage, ZELFS NIET ALS deuren en ramen open staan.
  7. Heet oppervlak
    Niet aanraken.

ELEKTRISCH

UNIT CAPACITEIT

LET OP
Overbelast de capaciteit van de generator niet. Het overschrijden van de wattage-/ampèragecapaciteit van de generator kan de generator en/of de erop aangesloten elektrische apparaten beschadigen.

Bekijk de Specificaties voor deze generator en noteer de nominale (continue) en piek (start) wattages. Over het algemeen geldt: hoe hoger het wattage, hoe meer apparaten tegelijkertijd kunnen worden gevoed. Er moet rekening worden gehouden met de totale stroombehoefte van alle aangesloten apparaten. De stroombehoefte staat vaak vermeld op het gegevenslabel of het typeplaatje van een apparaat.

De stroombehoefte bepalen:

  • Kies de apparaten die u tegelijkertijd wilt gebruiken.
  • Noteer en tel het nominale (continue) wattage van elk apparaat op. De generator moet continu dit aantal watt produceren om de apparaten draaiende te houden.
  • Noteer het piek (start) wattage voor elk apparaat. Dit is de tijdelijke stroomstoot die nodig is om elektromotoren in sommige gereedschappen en apparaten te starten.
  • Selecteer het apparaat met het hoogste piek (start) wattage. Tel het piek (start) wattage voor dat apparaat op bij het totale nominale (continue) wattage voor alle aangesloten apparaten om de totale piek wattagebehoefte voor de generator te bepalen.
    OPMERKING: De totale piek wattagebehoefte gaat uit van het intermitterend starten van apparaten. Pas de schatting aan als apparaten tegelijkertijd het piek wattage bereiken.

UNITVERMOGEN BEHEREN

Om de levensduur van de generator te verlengen, moet u voorzichtig zijn bij het toevoegen van elektrische belastingen. Koppel alle belastingen los voordat u de generator start. De veiligste manier om het generatorvermogen te beheren, is door belastingen stapsgewijs toe te voegen door het volgende te doen:

  • Verwijder alle belastingen en start de generator zoals later in deze handleiding wordt beschreven.
  • Sluit het grootste apparaat aan en start het. De stroombehoefte staat vaak vermeld op het gegevenslabel of het typeplaatje van een apparaat.
  • Laat het uitgangsvermogen van de generator stabiliseren. Zodra het vermogen stabiel is, moet de motor soepel draaien en het apparaat naar behoren functioneren.
  • Sluit het op één na grootste apparaat aan en start het.
  • Laat het uitgangsvermogen van de generator stabiliseren.
  • Herhaal dit proces voor elke extra belasting.

VERLENGKABELS


Verstikkingsgevaar. Verlengkabels die rechtstreeks de woning in lopen, verhogen het risico op koolmonoxidevergiftiging via openingen. Als een verlengkabel die rechtstreeks uw woning in loopt, wordt gebruikt om items binnenshuis van stroom te voorzien, bestaat er een risico op koolmonoxidevergiftiging voor mensen in de woning. Gebruik altijd op batterijen werkende koolmonoxidemelders die voldoen aan de huidige UL 2034 veiligheidsnormen bij het gebruik van de generator. Controleer regelmatig de batterij van de melder(s).


Verstikkingsgevaar. Wanneer u de generator met verlengkabels gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de generator zich in een open buitenruimte bevindt, ver verwijderd van bewoonde ruimtes en met de uitlaat weggericht.

verbrandingsgevaarverbrandingsgevaar
Brand- en elektrocutiegevaar. Gebruik nooit versleten of beschadigde verlengkabels. Beschadigde of overbelaste verlengkabels kunnen oververhit raken, vonken en brand veroorzaken, wat kan leiden tot de dood of ernstig letsel.

Voordat u een wisselstroomapparaat of stroomkabel op de generator aansluit:

  • Gebruik geaarde verlengkabels met 3 pinnen, gereedschappen en apparaten, of dubbel geïsoleerde gereedschappen en apparaten.
  • schokgevaar Zorg ervoor dat het gereedschap of apparaat in goede staat verkeert. Defecte apparaten of stroomkabels kunnen een risico op elektrische schokken veroorzaken.
  • Zorg ervoor dat het elektrisch vermogen van het gereedschap of apparaat het nominale vermogen van de generator of het gebruikte stopcontact niet overschrijdt.

LET OP
Overschrijd de capaciteit van de unit niet. Het overbelasten van het wattage en/of de ampèragecapaciteit van de generator kan aangesloten apparaten en kritieke generatoronderdelen beschadigen.

FORMAAT VERLENGKABEL

Zorg ervoor dat uw verlengkabel de vereiste belasting kan dragen. Kabels die te klein zijn, kunnen een spanningsval veroorzaken waardoor de kabel oververhit kan raken of materiële schade kan ontstaan. Raadpleeg de richtlijnen van de kabel fabrikant voor het juiste formaat en de juiste lengte.

ONDERDELEN

ONDERDELEN - Deel 1

  1. Brandstofkeuzeschakelaar
  2. Starthendel
  3. Ontluchte brandstofdop
  4. Bedieningspaneel
  5. Handgreep
  6. Serviceklep motor
  7. Vergrendelingsknop
  8. Geluiddemper/vonkenvanger

ONDERDELEN - Deel 2

  1. 120 Volt AC 20 ampère stopcontacten
  2. 120/240 Volt AC 30 ampère stopcontact
  3. 120/240 Volt 50 ampère stopcontact
  4. ECO-modusschakelaar
  5. Resetknop
  6. 30 A stroomonderbreker
  7. Aansluitingen voor parallelle werking
  8. Brandstofkeuzeschakelaar
  9. 50 A stroomonderbreker
  10. Aardklem
  11. LED laag oliepeil
  12. LED overbelasting
  13. LED klaar voor uitvoer
  14. 20 A stroomonderbreker
  15. Servicegenerator LED
  16. Automatische uitschakel-LED
  17. Aansluiting propaanslang
  18. Batterijschakelaar
  19. START/STOP-knop
  20. Smart-schakelaarconnector (niet inbegrepen)

UW GENERATOR BEGRIJPEN
Zie afbeeldingen 6 - 7.
Om het risico op letsel en defecten aan het product te verminderen, dient u de informatie in deze gebruikershandleiding en de informatie op de productetikettering te lezen en te begrijpen.

120 VOLT AC-STOPCONTACTEN
Deze unit heeft een 120V, 30 ampère RV-stopcontact en dubbele 120V, 20A-stopcontacten die geschikt zijn voor het aandrijven van een verscheidenheid aan apparaten, gereedschappen en uitrusting.

STROOMONDERBREKERS
De stroomonderbrekers beschermen apparaten en uitrusting die op de stopcontacten zijn aangesloten tegen elektrische overbelasting.

CO-SENSOR INDICATIE LAMPJES
De CO-sensor bewaakt de ophoping van giftig koolmonoxidegas. Als toenemende hoeveelheden CO-gas worden gedetecteerd, schakelt de CO-sensor de motor automatisch uit.

ECO-MODUSSCHAKELAAR
De Eco-modus minimaliseert het brandstofverbruik en het geluid door het motortoerental aan te passen aan het minimum dat vereist is voor de huidige belasting.

MOTOR-/BRANDSTOFREGELSCHAKELAAR
Draai de motor-/brandstofregelschakelaar om de choke in te stellen en de brandstoftoevoer te starten of te stoppen.

MOTORSERVICEPANEEL
Draai aan de vergrendelingsknop om de klep te ontgrendelen en te verwijderen om de olie, de bougie en het luchtfilter te onderhouden.

AARDKLEM BRANDSTOFTANK
De generator heeft een brandstoftank met een inhoud van 4,1 liter.
De aardklem wordt gebruikt om de generator extern te aarden.

LED-DATACENTER
Geeft de resterende looptijd (F), het vermogen in kW (P), het brandstofniveau in liters (L), het uitgangsvermogen in volt (V) en de totale gebruiksduur in uren weer.

LED LAAG OLIEPEIL
Geeft een laag oliepeil aan. Wanneer het oliepeil in het carter onder de veilige bedrijfslimiet komt, gaat de indicator voor een laag oliepeil branden en schakelt de generator de motor automatisch uit.

GELUIDSDEMPER EN VONKENVANGER
De vonkenvanger voorkomt dat vonken uit de geluiddemper komen. Deze moet worden verwijderd voor onderhoud.


LET OP
De vonkenvanger is een veiligheidsvoorziening die voorkomt dat vonken uit de geluiddemper komen en brandgevaar veroorzaken. Op bepaalde locaties kan een vonkenvanger wettelijk verplicht zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om alle lokale wet- en regelgeving met betrekking tot brandpreventievereisten te kennen en na te leven.

OLIEPEILSTOK
Draai de oliepeilstok los om het oliepeil te controleren en olie toe te voegen wanneer dat nodig is.

LED KLAAR VOOR UITVOER
Licht op wanneer de generator normaal werkt. Geeft aan dat de generator elektrische stroom produceert bij de stopcontacten.

LED OVERBELASTING
Geeft aan dat de generator overbelast is.

RESET OVERBELASTING
De generator schakelt automatisch alle AC-uitgangen uit om de generator te beschermen in geval van overbelasting of kortsluiting in een aangesloten apparaat.

AANSLUITINGEN VOOR PARALLELLE WERKING
Een parallelle kabel (niet meegeleverd) kan worden gebruikt om een compatibele Westinghouse inverter generator aan te sluiten voor extra vermogen.

STARTHENDEL
Gebruik de starthendel (en de motor-/brandstofregelschakelaar) om de generator te starten.

ONTLUCHTE BRANDSTOFDOP
De brandstofdop heeft een ontluchting die kan worden geopend en gesloten. De ontluchting moet open zijn wanneer de motor draait en gesloten wanneer de motor is uitgeschakeld.

MONTAGE


Gewichtgevaar. Laat u altijd helpen bij het tillen van de generator. Probeer nooit de unit aan de handgreep op te tillen. Houd de unit vast aan het frame en gebruik de juiste tiltechnieken om het risico op rugletsel te verminderen.

INHOUD VERPAKKING VERWIJDEREN


Dit product vereist montage. Probeer dit product niet te gebruiken als items in de MEEGELEVERDE LIJST al zijn gemonteerd wanneer u de inhoud van de doos verwijdert. Deze items worden niet door de fabrikant gemonteerd en vereisen montage door de klant. Het gebruik van een onjuist gemonteerd product kan gevaarlijk zijn en kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

  • Snijd voorzichtig de zijkanten van de verpakking open en verwijder de inhoud van de doos.
  • Inspecteer de inhoud van de doos. Controleer of alle items in de MEEGELEVERDE LIJST aanwezig en onbeschadigd zijn.
  • Recycle of verwijder de verpakkingsmaterialen op de juiste manier.

MEEGELEVERDE LIJST

Generator, wielen, assen, voetjes, bouten, handgreepmontage, motorolie (SAE 10W 30), trechter, bougiesleutel, gebruikershandleiding en snelstartgids.
Als er onderdelen ontbreken, neem dan contact op met ons serviceteam via service@wpowereq.com of bel 1-855-944-3571.

DE VOETJES INSTALLEREN

MONTAGE - DE VOETJES INSTALLEREN

  1. Voet
  2. Bout

Zie afbeelding 8.
OPMERKING: Deze unit wordt zonder olie geleverd. De voetjes en wielen moeten worden geïnstalleerd voordat er olie aan de motor wordt toegevoegd. Plaats de generator niet op zijn kant als er olie in de motor zit.

  • Plaats de generator op zijn kant op een handdoek of deken om beschadiging van de behuizing te voorkomen.
  • Zoek de voetjes en bouten.
  • Steek de bout door het gat in de voet en draai hem in het gat aan de onderkant van de generator.
  • Draai de bouten stevig vast.
  • Herhaal deze stappen om het tweede voetje te installeren.

DE WIELEN INSTALLEREN

MONTAGE - DE WIELEN INSTALLEREN

  1. As
  2. Wiel
  3. Handgreepmontage
  4. Handgreepbout

Zie afbeelding 9.

  • Plaats de generator op zijn kant op een handdoek of deken om beschadiging van de behuizing te voorkomen.
  • Zoek de assen en wielen.
  • Steek een as door het midden van het wiel zoals afgebeeld.
  • Draai de as in het gat aan de zijkant van de generator en draai hem stevig vast.
  • Herhaal deze stappen om het tweede wiel te installeren.

DE HANDGREEP INSTALLEREN

Zie afbeelding 9.

  • Plaats de generator op een vlakke, egale ondergrond.
  • Zoek de handgreepmontage en bouten.
  • Lijn de handgreepmontage uit met de generator zoals afgebeeld.
  • Steek de handgreepbout door het gat op de handgreepmontage. Draai stevig vast.
  • Herhaal deze stappen om de andere kant te bevestigen.

WERKING

Gevaar
De uitlaatgassen van de generator bevatten hoge concentraties koolmonoxide (CO), een onzichtbaar, reukloos en zeer giftig gas. Als u uitlaatgassen ruikt, ademt u koolmonoxide in. Maar zelfs als u geen uitlaatgassen ruikt, kunt u CO inademen.

Gebruik generatoren ALLEEN buiten, in een goed geventileerde ruimte. Gebruik generatoren NOOIT binnenshuis, dit KAN BINNEN ENKELE MINUTEN DODELIJK ZIJN.

  • Correct gebruik – Gebruik generatoren ALLEEN buiten en uit de wind, ver van ramen, deuren en ventilatieopeningen. Leid de uitlaatgassen ALTIJD weg van bewoonde ruimtes. Installeer ALTIJD op batterijen werkende koolmonoxidemelders of stekkerklare koolmonoxidemelders met batterijback-up in woonruimtes. Zie afbeelding 1.
  • Onjuist gebruik – Gebruik een generator NOOIT in uw huis, garage, kelder, zolder, kruipruimte of een andere volledig of gedeeltelijk afgesloten ruimte. In dergelijke ruimtes kunnen gevaarlijke concentraties koolmonoxide zich ophopen. Een open deur of een draaiende ventilator ZORGT NIET voor voldoende ventilatie. Zie afbeelding 2.

Als u zich duizelig, zwak of ziek begint te voelen tijdens het gebruik van de generator, ga dan ONMIDDELLIJK naar de frisse lucht. Neem contact op met een arts. Mogelijk heeft u een koolmonoxidevergiftiging.

Waarschuwing
Wijzig of modificeer dit product niet, tenzij dit in deze handleiding of door de fabrikant wordt aangegeven. Gebruik geen hulpstukken of accessoires die niet worden aanbevolen voor gebruik met dit product. Het aanbrengen van ongeautoriseerde wijzigingen en het gebruik van incompatibele accessoires kan het apparaat beschadigen en uw garantie ongeldig maken.

LET OP
Onder bepaalde omstandigheden kan de National Electric Code vereisen dat de generator wordt geaard op een goedgekeurde aarde. Raadpleeg een gekwalificeerde elektricien om de aardingsvereisten te bepalen vóór gebruik.

Waarschuwing
Vermijd huidcontact met motorolie of benzine. Draag beschermende kleding en uitrusting. Was alle blootgestelde huid met water en zeep. Langdurig huidcontact met benzine of motorolie kan ernstige huidirritatie en andere nadelige reacties veroorzaken.

LET OP
Controleer de fysieke toestand van het product vóór elk gebruik. Zoek naar losse bouten, vloeistoflekken en andere tekenen van slijtage. Vervang alle beschadigde onderdelen.

WEET HOE U UW APPARAAT VEILIG KUNT PLAATSEN EN BEDIENEN

Gevaar
Verstikkingsgevaar. Plaats de generator in een goed geventileerde ruimte. Plaats de generator NIET in de buurt van ventilatieopeningen of inlaten waar uitlaatgassen in bewoonde of afgesloten ruimtes kunnen worden gezogen. Houd rekening met wind- en luchtstromen bij het positioneren van de generator.

Waarschuwing
Gevaar voor elektrische schokken. Gebruik de generator nooit op een natte of vochtige plaats. Stel de generator tijdens gebruik nooit bloot aan regen, sneeuw, waterspray of stilstaand water. Bescherm de generator tegen alle gevaarlijke weersomstandigheden. Vocht of ijs kan een kortsluiting of andere storing in het elektrische circuit veroorzaken. Het gebruik van een generator of elektrisch apparaat in natte omstandigheden, zoals regen of sneeuw, of in de buurt van een zwembad of sproeisysteem, of wanneer uw handen nat zijn, kan leiden tot een elektrische schok.

brandgevaarWaarschuwingbrandgevaar
Brandgevaar. Gebruik de generator alleen op een stevige, vlakke ondergrond. Het gebruik van de generator op een oppervlak met los materiaal zoals zand of grasresten kan ertoe leiden dat er vuil door de generator wordt opgenomen dat koelopeningen of het luchtinlaatsysteem kan blokkeren. Laat de generator 30 minuten afkoelen voordat u deze vervoert of opslaat.

  • Lees en begrijp alle veiligheidsinformatie voordat u de generator start (zie het gedeelte Veiligheid).
  • Gebruik een generator NOOIT in uw huis, garage, kelder, zolder, kruipruimte of een andere volledig of gedeeltelijk afgesloten ruimte. In dergelijke ruimtes kunnen gevaarlijke concentraties koolmonoxide zich ophopen. Koolmonoxide (CO), een onzichtbaar, reukloos en zeer giftig gas KAN BINNEN ENKELE MINUTEN DODELIJK ZIJN.
  • Gebruik de generator NIET achter in een SUV, camper, aanhangwagen, laadbak (normaal, plat of anderszins), onder trappen, naast muren of gebouwen, of op een andere plaats die onvoldoende koeling van de generator en/of de uitlaatdemper mogelijk maakt. Het gebruik van de generator in afgesloten of gedeeltelijk afgesloten ruimtes zorgt ervoor dat gevaarlijke concentraties CO zich ophopen.
  • Sluit generatoren tijdens gebruik NIET op.
  • Gebruik alleen BUITEN en ver van ramen, deuren en ventilatieopeningen, zoals aanbevolen door de US Department of Health and Human Services Centers for Disease Control and Prevention. Uw specifieke huis- en/of windomstandigheden kunnen een grotere afstand vereisen.
  • Gebruik de generator niet op een helling. Het apparaat moet altijd op een vlakke, stabiele ondergrond worden geplaatst.
  • De generator moet te allen tijde op een vlakke, horizontale ondergrond staan (ook wanneer deze niet in gebruik is).
  • De generator moet minimaal 1,5 m (5 ft.) afstand hebben van alle brandbare materialen.

KEN DE REGELGEVING VOOR HET GEBRUIK VAN DIT PRODUCT

Overweeg waar en hoe u uw generator wilt gebruiken en maak uzelf vertrouwd met alle lokale, provinciale of federale verordeningen met betrekking tot uw beoogde gebruik. Mogelijk is het noodzakelijk om contact op te nemen met een gekwalificeerde elektricien of een lokale overheidsinstantie voor een volledige lijst met vereisten.

OLIE BIJVULLEN/OLIEPEIL CONTROLEREN

Zie afbeeldingen 10 - 11.
Als uw product een afzonderlijke motorhandleiding heeft, negeer dan de informatie in dit gedeelte en volg de instructies in de motorhandleiding.
WERKING - DE MOTORSERVICEKAP VERWIJDEREN

  1. Motor service kap
  2. Vergrendelde positie
  3. Ontgrendelde positie

WERKING - OLIE BIJVULLEN/OLIEPEIL CONTROLEREN

  1. Oliepeilstok
  2. Veilig werkbereik

LET OP
DEZE GENERATOR IS ZONDER OLIE VERZONDEN. Probeer de motor niet te starten of aan te zwengelen voordat deze op de juiste manier is gevuld met de aanbevolen olie. Als u geen motorolie toevoegt voordat u start, kan dit leiden tot ernstige motorschade die niet onder de garantie valt.

LET OP
Het gebruik van 2-takt/cyclus olie of andere niet-goedgekeurde olietypes kan ernstige motorschade veroorzaken die niet onder de garantie valt.

Het meegeleverde, aanbevolen olietype voor normaal gebruik is 10W30 motorolie. Raadpleeg de volgende tabel als u de generator bij extreme temperaturen gebruikt.
WERKING - Het aanbevolen type motorolie kiezen

OPMERKING: Controleer het motoroliepeil voor elk gebruik of om de 8 bedrijfsuren.

  • Zet de generator uit en laat de motor minimaal vijf minuten afkoelen.
  • Plaats de generator op een vlakke ondergrond in een goed geventileerde ruimte.
  • Draai de vergrendelknop naar de ontgrendelde positie.
  • Verwijder de motor service kap.
  • Maak het gebied rond de oliepeilstok schoon.

Voor de eerste olievulling:

  • Schroef de oliepeilstok langzaam los en verwijder deze.
  • Giet met behulp van de trechter de meegeleverde motorolie langzaam in het olievulgat. Stop regelmatig om er zeker van te zijn dat u niet te veel vult.
    OPMERKING: Uw generator is functioneel getest in de fabriek en kan minimale restolie bevatten. Er is extra olie nodig om het apparaat te laten werken. Vul niet te veel.
  • Plaats de oliepeilstok terug en draai deze vast.
  • Installeer de motor service kap en draai de vergrendelknop naar de vergrendelde positie om deze vast te zetten.

Om het oliepeil te controleren:

  • Schroef de oliepeilstok langzaam los en verwijder deze.
  • Maak de peilstok schoon en plaats deze terug in het olievulgat. Draai de peilstok niet vast.
  • Verwijder de peilstok en controleer of het oliepeil zich binnen het veilige werkbereik bevindt.
  • Als het oliepeil laag is, voeg dan geleidelijk de aanbevolen motorolie toe en controleer opnieuw totdat het peil zich binnen het veilige werkbereik bevindt.
  • Plaats de oliepeilstok terug en draai deze handvast.
  • Installeer de motor service kap en draai de vergrendelknop naar de vergrendelde positie om deze vast te zetten.

SLUIT DE ACCU AAN

LET OP
DEZE GENERATOR IS ZONDER OLIE VERZONDEN. Probeer de motor niet te starten of aan te zwengelen voordat deze op de juiste manier is gevuld met de aanbevolen olie. Als u geen motorolie toevoegt voordat u start, kan dit leiden tot ernstige motorschade die niet onder de garantie valt.

Zie afbeelding 12.
Er is een snelkoppelingsstekker voor de accu op de accu geïnstalleerd. Verwijder de kabelbinder waarmee de stekkers zijn vastgezet en duw vervolgens stevig om ze aan te sluiten.
OPMERKING: De generator is uitgerust met een functie voor het opladen van de accu. Zodra de motor draait, wordt de accu langzaam opgeladen.
WERKING - DE ACCU AANSLUITEN

  1. Snelkoppelingsstekker

BENZINEVEREISTEN

LET OP
Gebruik geen E15- of E85-brandstof in dit product. Motor- of apparatuurschade veroorzaakt door oude brandstof of het gebruik van niet-goedgekeurde brandstoffen (zoals E15- of E85-ethanolmengsels) valt niet onder de garantie. Gebruik alleen loodvrije benzine met maximaal 10% ethanol.

  • Gebruik ALTIJD SCHONE, VERSE, loodvrije benzine (87–93 octaan) in dit apparaat. Gebruik NOOIT OUDE, VEROUDERDE of VERONREINIGDE benzine.
  • Maximaal 10% ethanol (gasohol) is acceptabel (waar beschikbaar; brandstof zonder ethanol wordt aanbevolen).
  • Gebruik GEEN E85 of E15.
  • Gebruik GEEN gasoliemengsel.
  • Wijzig de motor NIET om op alternatieve brandstoffen te draaien.

BRANDSTOFSTABILISATOR GEBRUIKEN

Het toevoegen van een brandstofstabilisator (niet inbegrepen) verlengt de bruikbare levensduur van brandstof en helpt voorkomen dat er afzettingen ontstaan die het brandstofsysteem kunnen verstoppen. Volg de instructies van de fabrikant voor gebruik.
Meng altijd de juiste hoeveelheid brandstofstabilisator met benzine in een goedgekeurde benzinecontainer voordat u de generator bijvult.
Laat de generator vijf minuten draaien zodat de stabilisator het hele brandstofsysteem kan behandelen.

BENZINE TOEVOEGEN

brandgevaarbrandgevaar
Brand- en explosiegevaar. Verwijder nooit de brandstofdop en tank de generator nooit bij terwijl de motor draait. Rook niet en veroorzaak geen vonken tijdens het tanken. Zet altijd de motor uit en laat de generator minstens vijf minuten afkoelen voordat u gaat tanken.

brandgevaarbrandgevaar
Brand- en explosiegevaar. Vul de brandstoftank niet te vol. Vul alleen tot de rode maximale vullijn op het brandstoffilter. Overvulling kan ertoe leiden dat er brandstof op de motor terechtkomt, wat brand of explosie kan veroorzaken.


Gebruik nooit een benzinecontainer, benzinetank of ander brandstofitem dat kapot, gesneden, gescheurd of beschadigd is.

BENZINE TOEVOEGEN - Brandstofdop verwijderen

  1. Brandstofdop

BENZINE TOEVOEGEN - De brandstof toevoegen

  1. Brandstofdop
  2. Maximale vullijn
  3. Schermfilter

Zie figuren 13 - 14.

LET OP
Vul de tank alleen vanuit een goedgekeurde benzinecontainer. Zorg ervoor dat de benzinecontainer van binnen schoon en in goede staat is om verontreiniging van het brandstofsysteem te voorkomen.

  • Zet de generator uit en laat de motor minstens vijf minuten afkoelen.
  • Plaats de generator op een vlakke ondergrond in een goed geventileerde ruimte. Tank NIET binnenshuis.
  • Maak het gebied rond de brandstofdop schoon en verwijder de dop langzaam.
  • Voeg langzaam de aanbevolen brandstof toe. Niet te vol vullen.
    OPMERKING: Het benzineniveau mag NIET hoger zijn dan de rode maximale vullijn op het brandstoffilter.
  • Installeer de brandstofdop. Goed vastdraaien.
  • Ruim eventueel gemorste brandstof op.
  • Verplaats u minstens 10 meter van het tankgebied voordat u de motor opnieuw start.

LET OP
Brandstof kan verf en plastic beschadigen. Wees voorzichtig bij het vullen van de brandstoftank. Schade veroorzaakt door gemorste brandstof valt niet onder de garantie.

LET OP
Reinig het brandstoffilterscherm van vuil voor en na elke tankbeurt. Verwijder het brandstoffilterscherm door het iets samen te drukken terwijl u het uit de brandstoftank verwijdert.

EISEN AAN LPG-GASFLESSEN

LET OP
Propaanflessen die een vloeistofafnamesysteem gebruiken, kunnen niet op deze modellen worden gebruikt.

LPG-gas is extreem ontvlambaar en kan spontaan ontbranden wanneer het met lucht wordt vermengd. De LPG-gasfles die bij deze generator wordt gebruikt, moet aan de volgende eisen voldoen:

  • De fles moet zijn vervaardigd en gelabeld in overeenstemming met de Specificaties voor LPG-gasflessen van het Amerikaanse ministerie van Transport (D.O.T.) of de nationale norm van Canada, CAN/CSA-B339, Cilinders, sferen en buizen voor het transport van gevaarlijke goederen; en Commissie.
  • De fles moet een veiligheidsdrukklep hebben.
  • De fles moet een UL-goedgekeurd Overfill Protection Device (OPD) bevatten. Cilinders met deze veiligheidsvoorziening hebben een uniek driehoekig handwiel. Gebruik alleen LPG-gasflessen met dit type handwiel.
  • De fles moet periodiek worden gecertificeerd voor gebruik door de autoriteit met lokale jurisdictie (AHJ). Controleer voor gebruik of de certificeringsdatum op de fles niet is verlopen.
  • Alle nieuwe flessen moeten worden ontdaan van lucht en vocht voordat ze worden gevuld. Gebruikte flessen die niet zijn afgesloten of gesloten zijn gehouden, moeten ook worden ontdaan van lucht. Het ontluchtingsproces moet worden uitgevoerd door een propaanleverancier (flessen van een ruilleverancier moeten correct zijn ontlucht en gevuld).

EEN LPG-GASFLES AANSLUITEN OP HET APPARAAT

brandgevaarbrandgevaar
Brand- en explosiegevaar. Sluit de LPG-/propaanslang nooit aan of los terwijl de motor draait. Rook niet en veroorzaak geen vonken tijdens het hanteren van LPG/propaan. Zet altijd de motor uit en laat de generator minstens vijf minuten afkoelen voordat u de propaanfles aansluit.


Gebruik nooit een gascontainer, LPG-/propaanslang, propaanfles of ander brandstofitem dat beschadigd lijkt te zijn.


Om het risico op letsel te verminderen, voert u een lektest uit telkens wanneer de LPG-gasfles wordt losgekoppeld en opnieuw aangesloten.

WERKING - LPG-GASFLES AANSLUITEN OP HET APPARAAT

  1. Handwiel
  2. Cilinderklep
  3. LPG-/propaanslang
  4. Nippel

Zie figuren 15 - 16.

  • Zet de generator uit en laat de motor minstens vijf minuten afkoelen.
  • Plaats de generator op een vlakke ondergrond in een goed geventileerde ruimte. Sluit de LPG-gasfles NIET binnenshuis aan of los.
  • Plaats de LPG-gasfles in de buurt van de generator, maar plaats deze niet in het pad van de uitlaat van de uitlaatdemper.
    OPMERKING: De propaanfles kan elke capaciteit hebben, maar moet voldoen aan de Eisen aan LPG-gasflessen die eerder in dit gedeelte worden vermeld.
  • Controleer of het handwiel volledig in de uit-stand staat.
  • Houd de LPG-/propaanslang stevig vast en duw de nippel in de cilinderklep.
  • Gebruik uw hand om de LPG-/propaanslang op de cilinderklep te schroeven. Niet kruislings aandraaien. Gebruik geen gereedschap of afdichtmiddelen.
    OPMERKING: U voelt enige weerstand wanneer de slang in de cilinderklep afdicht. Om de aansluiting te voltooien, draait u de connector nog een halve tot driekwart slag. Als u de aansluiting niet kunt voltooien, koppelt u de slang los en probeert u het opnieuw. Als u de aansluiting nog steeds niet kunt voltooien, gebruik deze slang dan NIET!
  • Schroef de propaanslang op de propaaninlaat. Trek voorzichtig aan de slang om te zien of deze goed vastzit.

DATACENTER

WERKING - HET DATACENTER GEBRUIKEN
Druk op de mode button (modusschakelaar) om door de gegevensweergavemodi te bladeren. Zie figuur 17.

  1. Voltage
  2. Stroomafgifte
  3. Levensduururen
  4. Brandstofniveau
  5. Looptijd/onderhoudsherinnering
  6. Mode button (modusschakelaar)

Voltage: Geeft de huidige spanning af.
Frequency (Hz): Geeft de frequentie van de stroomafgifte in Hertz weer.
Lifetime Hours: Geeft de totale looptijduren weer.
Fuel Level: Geeft aan hoeveel benzine er nog in de brandstoftank zit.
Run Time/Maintenance: Geeft de huidige looptijd weer. Wordt teruggezet op nul wanneer de stroom wordt uitgeschakeld. Onderhoudsherinnering wordt weergegeven wanneer dit vereist is.

Onderhoudscodes:
P25 – Motorolie vervangen
P50 – Luchtfilter reinigen, motorolie vervangen
P100 – Motorolie vervangen, luchtfilter reinigen, brandstoffilter vervangen

DE BRANDSTOFBRON SELECTEREN

brandgevaarbrandgevaar
Brand- en explosiegevaar. Voeg GEEN benzine toe aan de brandstoftank en sluit de LPG-/propaanslang NIET aan op de generator terwijl de generator in bedrijf is.

LET OP
Overbelast de generator niet. De belastingscapaciteit verschilt afhankelijk van de brandstofbron. Voordat u van brandstofbron wisselt, moet u ervoor zorgen dat de generator voldoende lopende (continue) en piek- (start)watt levert voor de aangesloten items.

Zie figuur 18.
De brandstofbron kan worden gewijzigd terwijl de motor is uitgeschakeld of terwijl deze draait als een propaantank op de generator is aangesloten VÓÓR gebruik. Als u tijdens het draaien van de motor van benzine naar een andere brandstofbron overschakelt, kan de motor enkele seconden onregelmatig lopen, omdat de benzine uit de carburateur wordt verwijderd.
WERKING - DE BRANDSTOFBRON SELECTEREN

  1. Propaan
  2. Benzine
  3. Brandstofkeuzeschakelaar

Om over te schakelen op benzine:

  • Draai de brandstofklep naar de open stand om de benzinetoevoer te starten.
  • Draai de brandstofkeuzeschakelaar volledig met de klok mee voor BENZINE.
  • Schakel de toevoer van propaangas uit.

Om over te schakelen op propaan:

  • Open de cilinderklep op de LPG-gasfles om de toevoer van propaan te starten.
  • Draai de brandstofkeuzeschakelaar volledig tegen de klok in voor PROPAAN.
  • Schakel de benzinetoevoer uit.

WERKING OP GROTE HOOGTE

Het motorvermogen wordt verminderd naarmate u hoger boven zeeniveau werkt. De output wordt met ongeveer 3,5% verminderd voor elke 300 meter toename van de hoogte ten opzichte van zeeniveau. Aanpassing voor grote hoogte is vereist voor gebruik op hoogten boven 1500 m. Gebruik zonder deze aanpassing zal leiden tot verminderde prestaties, verhoogd brandstofverbruik en verhoogde uitstoot.

LET OP
Gebruik de generator NIET op hoogten onder 600 m met de kit voor grote hoogte geïnstalleerd. Er kan motorschade optreden.

Carburateurkit voor grote hoogte Onderdeelnummer 518532

INLOOPERIODE

Voor een goede inloop mag u de eerste vijf uur van de werking niet meer dan 50% van het nominale lopende vermogen overschrijden.
Gebruik de meegeleverde olie tot de eerste aanbevolen olieverversing. Gebruik geen volledig synthetische olie tijdens de inloopperiode. Volledig synthetische olie kan een goede inloop en zitting van de zuigerveren voorkomen.
Varieer af en toe de belasting om de statorwikkelingen te laten opwarmen en afkoelen en om de zuigerveren te helpen plaatsen.

VOORDAT U HET APPARAAT START

Controleer of:

  • De generator op een veilige, geschikte locatie staat.
  • De generator op een droge, vlakke en waterpas ondergrond staat.
  • De olie- en brandstofniveaus zich binnen een veilig werkbereik bevinden.
  • Alle belastingen zijn losgekoppeld van de stopcontacten op het bedieningspaneel.
  • De ECO-modusschakelaar in de OFF-stand staat.

BrandgevaarBrandgevaar
Brand- en explosiegevaar. Verplaats of kantel de generator NIET tijdens bedrijf.

STARTEN OP AFSTAND

Zie afbeelding 19.
De sleutelhanger voor starten op afstand die bij de generator wordt geleverd, moet aan de terugslaghendel of het bedieningspaneel worden bevestigd. Als uw apparaat zonder sleutelhanger is geleverd, neem dan contact op met de klantenservice van Westinghouse.
De generator kan op afstand worden gestart vanaf een afstand van maximaal 30 meter met behulp van de sleutelhanger voor starten op afstand.
OPMERKING: Naarmate de batterijen in de sleutelhanger voor starten op afstand leeg raken, zal de operationele afstand afnemen.
WERKING - DE SLEUTELHANGER VOOR STARTEN OP AFSTAND GEBRUIKEN

  1. Activeringslampje
  2. Startknop
  3. Stopknop
  4. Start/Stop-knop (voor koppelingsproces)

De afstandsbediening koppelen:
Als de sleutelhanger voor starten op afstand is vervangen of aan de generator moet worden gekoppeld, volgt u deze procedure:

  • Zet de accuschakelaar van de generator in de ON-stand. Het stroomindicatielampje gaat branden.
  • Houd de START/STOP-knop op het bedieningspaneel ongeveer 10 seconden ingedrukt totdat deze snel knippert.
  • Houd de START-knop op de sleutelhanger ingedrukt totdat de START/STOP niet meer brandt. Laat de knop los. De START/STOP-knop gaat branden nadat de knop is losgelaten.
  • Druk op de START-knop op de sleutelhanger en als het koppelen is gelukt, stopt de START/STOP-knop met knipperen en gaat ongeveer twee seconden branden. Wanneer de verlichting stopt, is het koppelen geslaagd.
  • Zet de accuschakelaar van de generator in de OFF-stand. De afstandsbediening is nu gekoppeld.

Vervangende batterijen voor afstandsbediening: (2) CR2016

DE MOTOR STARTEN

BENZINE

BrandgevaarBrandgevaar
Brand- en explosiegevaar. Verplaats of kantel de generator NIET tijdens bedrijf.


Controleer of de omgeving rond de generator vrij is voordat u de generator op afstand start.

WERKING - BEDIENINGSELEMENTEN VOOR HET STARTEN VAN DE MOTOR

  1. 120 volt AC 20 A-stopcontacten
  2. 120/240 volt AC 30 A-stopcontact
  3. 120/240 volt AC 50 A-stopcontact
  4. Aansluitingen voor parallelbedrijf
  5. ECO-modusschakelaar
  6. Resetknop
  7. 20 A-stroomonderbreker
  8. Smart switch connector (niet meegeleverd)
  9. 30 A-stroomonderbreker
  10. Aardingsklem
  11. Laag oliepeil-led
  12. Overbelastings-led
  13. Led gereed voor uitgang
  14. Digitaal display
  15. Service generator led
  16. Automatische uitschakel-led
  17. Propaanslangaansluiting
  18. Accuschakelaar
  19. Brandstofkeuzeschakelaar
  20. START/STOP-knop
  21. 50 ampère-stroomonderbreker

Zie afbeeldingen 18 - 20.

  • Controleer of er brandstof in de benzinetank zit.
  • Zet de brandstofkeuzeschakelaar op het bedieningspaneel op benzinebedrijf.(Zie afbeelding 18).
  • Zorg ervoor dat de ECO-modusschakelaar in de OFF-stand staat.
  • Zet de accuschakelaar in de ON-stand.
  • Kies de startmethode:
    • Starten op afstand: Houd de START-knop op de sleutelhanger voor starten op afstand één seconde ingedrukt.
    • Starten met drukknop: Houd de START/STOP-knop van de motor twee seconden ingedrukt.
    • Starten met terugslag: Pak de terugslaghendel stevig vast en trek er langzaam aan totdat u een verhoogde weerstand voelt, trek vervolgens snel.

OPMERKING: Sluit bij extreme kou de choke handmatig door deze naar rechts te bewegen in de richting van de voorste handgreep van de generator.

PROPANE

BrandgevaarBrandgevaar
Brand- en explosiegevaar. Draai de propaantankklep altijd volledig dicht als u de generator niet op propaan gebruikt.

  • Zorg ervoor dat de LPG/propaanslang correct is aangesloten op de generator en de propaantank.
  • Zet de brandstofkeuzeschakelaar op propaanbedrijf.(Zie afbeelding 18.)
  • Open de klep op de propaantank volledig.
  • Zorg ervoor dat de ECO-modusschakelaar in de OFF-stand staat.
  • Zet de accuschakelaar in de ON-stand.
  • Kies de startmethode:
    • Starten op afstand: Houd de ON-knop op de sleutelhanger voor starten op afstand één seconde ingedrukt.
    • Starten met drukknop: Houd de START/STOP-knop van de motor twee seconden ingedrukt.
    • Starten met terugslag: Pak de terugslaghendel stevig vast en trek er langzaam aan totdat u een verhoogde weerstand voelt, trek vervolgens snel.

OPMERKING: Sluit bij extreme kou de choke handmatig door deze naar rechts te bewegen in de richting van de voorste handgreep van de generator.

OPMERKING: Tijdens het starten met drukknop of op afstand stelt de motor automatisch de choke in en begint de startsequentie.

Als de motor niet start, zal de generator nog twee keer proberen de motor te starten.

HET APPARAAT STOPPEN

Zie afbeelding 20.

  • Verwijder alle aangesloten belastingen van de stopcontacten op het bedieningspaneel.
  • Laat de generator op "nullast" draaien om de motor- en alternatortemperaturen te verlagen en te stabiliseren.
  • Stop de brandstoftoevoer.
    • Sluit voor benzine de brandstofklep.
    • Sluit voor propaan de cilinderklep op de LP-gasfles.
  • Gebruik een van de volgende opties om de generator uit te schakelen:
    • Druk op de OFF-knop op de afstandsbediening.
    • Druk op de START/STOP-knop op het bedieningspaneel.
  • Zet de accuschakelaar op het bedieningspaneel in de OFF (O)-stand.
  • Koppel de propaanslang los van de LP-gasfles en de generator.

Om het apparaat snel te stoppen in een noodgeval:

  • Zet de accuschakelaar in de OFF (O)-stand.

PARALLELLE WERKING

Zie afbeelding 20.

BrandgevaarBrandgevaar
Brand- en elektrocutiegevaar. Sluit de parallelle kabels nooit aan of los ze nooit los wanneer een generator draait. Het niet opvolgen van deze regel kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood.


Een correcte aansluiting van de parallelle kabels is erg belangrijk, vooral wanneer de generatoren worden gebruikt met een omschakelaar om een gebouw van stroom te voorzien. Om ernstig persoonlijk letsel of schade aan elektrische apparaten, waaronder de generatoren, te voorkomen, mag u niet proberen een elektrisch systeem in een gebouw van stroom te voorzien zonder een goedgekeurde omschakelaar te gebruiken.

LET OP
Aansluiting op een generator die niet compatibel is, kan een lage spanning veroorzaken die de gereedschappen en apparaten die door de generator worden gevoed, kan beschadigen.

Parallelle werking geeft u de mogelijkheid om twee compatibele Westinghouse-invertergeneratoren te koppelen voor een gecombineerd loop- en piekvermogen.

Voor parallelle werking is een parallel snoer of een op een stopcontact gemonteerde parallelkabel nodig. Compatibele kabels worden apart verkocht. Bel 1-855-944-3571 om onderdeel #507096 te bestellen.
Raadpleeg de gebruikershandleiding die bij uw parallelle snoer of op een stopcontact gemonteerde parallelkabel is geleverd voor installatie- en bedieningsinstructies.

LAGE OLIEPEILINDICATOR

Zie afbeelding 20.
De LOW OIL LED (lage oliepeil-led) op het bedieningspaneel gaat branden wanneer het oliepeil van het apparaat laag of leeg is. De generator start niet wanneer de indicator brandt. Om de normale werking te hervatten, vult u motorolie bij zoals eerder in dit hoofdstuk is beschreven. Probeer de motor niet te starten voordat deze correct is onderhouden met de aanbevolen olie.

ECO-MODUS

LET OP
Start de generator altijd met de ECO-modusschakelaar in de OFF-stand. Laat het motortoerental stabiliseren en de OUTPUT READY LED (led gereed voor uitgang) oplichten voordat u de ECO-modusschakelaar in de ON-stand zet.

LET OP
Gebruik de ECO-modus niet bij parallelle werking met een andere Westinghouse-invertergenerator.

Zie afbeelding 20.
De ECO-modus minimaliseert het brandstofverbruik en het geluid door het motortoerental aan te passen aan het minimum dat nodig is voor de huidige belasting.
Schakel de ECO-modus in wanneer u kleine apparaten met continue belastingen van stroom voorziet, zoals een computer of een elektrische lamp.
Schakel de ECO-modus uit wanneer u grote stootbelastingen van stroom voorziet, zoals een airconditioner of een elektrische pomp.
Om de ECO-modus in te schakelen, controleert u of de OUTPUT READY LED (led gereed voor uitgang) brandt en drukt u vervolgens de schakelaar in de ON-stand. Als er geen belasting aanwezig is, daalt het toerental van de generator tot stationair toerental. De generator detecteert belastingen zodra ze worden toegepast en verhoogt het motortoerental.
Om de generator op maximaal vermogen en toerental te laten draaien, drukt u de ECO-modusschakelaar in de OFF-stand.

OVERLOAD RESET

Zie figuur 20.
Overbelast de generator niet. Als de generator een overbelasting nadert of heeft bereikt, zal de OVERLOAD LED op het bedieningspaneel oplichten.
Als de generator bijna overbelast is, zal de OVERLOAD LED knipperen. Schakel een of meer aangesloten apparaten uit en verwijder ze om de belasting te verminderen en de normale werking te hervatten. Als de belasting niet wordt verminderd, bereikt de eenheid een overbelasting. Om de levensduur van de generator te verlengen, moet u voorkomen dat u de eenheid bijna op capaciteit laat draaien.
Als de generator overbelast is of als er een kortsluiting is in een aangesloten apparaat, zal de OVERLOAD LED continu branden en zal de eenheid automatisch worden losgekoppeld van de belasting. De motor blijft draaien, maar er is geen elektrische output.

Om de elektrische output te herstellen na een overbelasting:

  • Verwijder alle aangesloten belastingen van de stopcontacten op het bedieningspaneel.
  • Druk op de RESET button (resetknop) op het bedieningspaneel totdat de OVERLOAD LED uitgaat en de OUTPUT READY LED oplicht.
  • Reset de stroomonderbreker(s) indien geactiveerd.
  • Controleer of de beoogde loop- en piekbelastingen de capaciteit van de generator niet overschrijden.
  • Sluit de elektrische belastingen achtereenvolgens opnieuw aan, zodat de generator kan stabiliseren nadat elke belasting is aangesloten.

STROOMONDERBREKERS

Zie figuur 20.
De 20 ampère stroomonderbreker beschermt apparaten en apparatuur die zijn aangesloten op de 120V, 20 ampère stopcontacten tegen elektrische overbelasting. De 30 ampère stroomonderbreker beschermt apparaten en apparatuur die zijn aangesloten op de 120V, 30 ampère stopcontacten. Als een stroomonderbreker wordt geactiveerd, schakel dan het aangesloten apparaat uit, verwijder het uit de poort of het stopcontact en druk op de stroomonderbreker om te resetten.

TRANSPORT

  • Schakel de generator uit.
  • Laat de generator minimaal 30 minuten afkoelen voordat u hem vervoert.
  • Plaats alle beschermende afdekkingen terug op het bedieningspaneel van de generator.
  • Gebruik alleen het vaste handvat van de generator om de eenheid op te tillen of om lastbeperkingen zoals touwen of vastbindbanden te bevestigen. Probeer de generator NIET op te tillen of vast te zetten door hem vast te houden aan een van de andere onderdelen.
  • Houd de eenheid tijdens het transport waterpas om de kans op brandstoflekkage te minimaliseren, of tap indien mogelijk de brandstof af of laat de motor draaien totdat de brandstoftank leeg is voordat u hem vervoert.

Brandgevaar
Brandgevaar. Kantel de generator NIET of leg hem op zijn kant. Brandstof of olie kan lekken en schade aan de generator kan optreden.

ONDERHOUD


Onbedoeld starten. Koppel de bougiedop (zie afbeelding 21) los van de bougie wanneer u onderhoud aan de generator uitvoert.


Vervang beschadigde of versleten onderdelen door aanbevolen of gelijkwaardige vervangingsonderdelen. Het gebruik van een onjuist of incompatibel onderdeel kan een gevaar opleveren dat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.


Laat hete onderdelen 30 minuten afkoelen voordat u onderhoud uitvoert.


Vermijd huidcontact met motorolie of benzine. Draag beschermende kleding en uitrusting. Was alle blootgestelde huid met water en zeep. Langdurig huidcontact met benzine of motorolie kan ernstige huidirritatie en andere nadelige reacties veroorzaken.

LET OP
Controleer de fysieke staat van het product voor elk gebruik. Let op losse bouten, vloeistoflekken en andere tekenen van slijtage. Vervang alle beschadigde onderdelen. Neem contact op met onze klantenservice voor vervangingsonderdelen of hulp.

Volg de onderhoudsinstructies in dit hoofdstuk om de levensduur van dit product te verlengen. Neem contact op met de klantenservice voordat u onderhoud uitvoert aan terugroep- of garantieonderdelen.

HET PRODUCT REINIGEN

Bewaar of gebruik uw generator niet in vuile, stoffige of corrosieve omgevingen. Zorg ervoor dat vreemde materialen en vuil de ventilatieopeningen op het apparaat niet verstoppen.
Reinig de generator NOOIT met een tuinslang. Water kan het brandstofsysteem en de elektrische componenten van de generator beschadigen. Als het apparaat moet worden schoongemaakt, gebruik dan een zachte borstel en een vochtige doek om de buitenkant schoon te maken en gebruik lucht onder lage druk (niet meer dan 25 psi) om de ventilatieopeningen schoon te maken.
Gebruik nooit benzine als schoonmaakmiddel.

HET LUCHTFILTER REINIGEN/VERVANGEN

ONDERHOUD - HET LUCHTFILTER REINIGEN/VERVANGEN

  1. Luchtfilterdeksel
  2. Luchtfilter
  3. Tabblad
  4. Luchtfilterkast

Zie afbeelding 21.
Houd het luchtfilter schoon. Een vuil luchtfilter kan slechte prestaties veroorzaken en de levensduur van het product verkorten. Gebruik de generator NOOIT zonder luchtfilter.

  • Zet de generator uit en laat de motor 30 minuten afkoelen.
  • Draai de vergrendelknop naar de ontgrendelde positie en verwijder de onderhoudskap van de motor.
  • Maak de lipjes los en verwijder het luchtfilterdeksel.
  • Verwijder het luchtfilter uit de luchtreinigerbehuizing en plaats het in een geschikte reinigingscontainer.Vervang het luchtfilter als het beschadigd is.
    OPMERKING: Het luchtfilter kan bedekt zijn met olie. Gebruik een geschikte container.
  • Was het luchtfilter door het filter onder te dompelen in een oplossing van huishoudelijk schoonmaakmiddel en warm water. Knijp langzaam in het filter om het grondig schoon te maken.

LET OP
Draai of scheur het luchtfilter NIET tijdens het reinigen of drogen. Pas alleen een langzame maar stevige knijpbeweging toe.

  • Spoel het luchtfilter af door het onder te dompelen in vers water en langzaam in te knijpen. Laat het filter volledig drogen.

LET OP
Vervuil niet. Volg de richtlijnen van de EPA of andere overheidsinstanties voor een correcte verwijdering van gevaarlijke stoffen. Raadpleeg de plaatselijke autoriteiten of een recyclingbedrijf.

  • Dompel het luchtfilter in schone motorolie en knijp vervolgens alle overtollige olie eruit. De motor zal roken bij het starten als er te veel olie in het filter achterblijft.
  • Plaats het luchtfilter in de luchtreinigerbehuizing en plaats het luchtfilterdeksel terug.
  • Plaats de onderhoudskap van de motor terug en draai de vergrendelknop naar de vergrendelde positie om hem vast te zetten.

DE MOTOROLIE VERVERSEN

ONDERHOUD - DE MOTOROLIE VERVERSEN

  1. Oliepeilstok
  2. Aftappen
  3. Olie vullen

Zie afbeelding 22.
Voor optimale prestaties dient u de motorolie te verversen volgens de cijfers die zijn vermeld in het onderhoudsschema of de motorhandleiding (indien van toepassing). Wanneer u de generator gebruikt onder extreme, vuile, stoffige omstandigheden of bij extreem warm weer, dient u de olie vaker te verversen.


OPMERKING: Ververs de olie terwijl de motor warm, maar niet heet is. Warme motorolie loopt sneller en grondiger weg dan koel smeermiddel. Contact met heet smeermiddel veroorzaakt ernstige brandwonden.

  • Zet de generator uit en laat de motor 30 minuten afkoelen.
  • Plaats de generator op een vlakke ondergrond in een goed geventileerde ruimte.
  • Draai de vergrendelknop naar de ontgrendelde positie en verwijder de onderhoudskap van de motor.
  • Maak het gebied rond de oliepeilstok en de aftapbout schoon.
  • Draai de oliepeilstok langzaam los en verwijder deze.
  • Plaats een olieopvangbak (of een geschikte container) onder de generator.
  • Verwijder de aftapbout.
  • Nadat de olie volledig is afgetapt, plaatst u de aftapbout terug.
  • Vul de olie bij zoals beschreven in het hoofdstuk Bediening.
  • Maak de oliepeilstok schoon.
  • Plaats de oliepeilstok terug en draai hem met de hand vast.
  • Maak eventueel gemorste olie schoon.
  • Plaats de onderhoudskap van de motor terug en draai de vergrendelknop naar de vergrendelde positie om hem vast te zetten.

DE BOUGIE REINIGEN/VERVANGEN

Zie afbeelding 23.
ONDERHOUD - DE BOUGIE REINIGEN/VERVANGEN

  1. Bougie
  2. Bougiedop
  3. Isolator
  4. Elektrode

LET OP
Gebruik ALTIJD de Westinghouse OEM of een compatibele bougie zonder weerstand. Het gebruik van een bougie met weerstand kan leiden tot een onregelmatige stationaire loop, storingen of kan voorkomen dat de motor start.

Zorg ervoor dat de bougie schoon is en de juiste opening heeft. Om uw bougie te reinigen of te vervangen:

  • Zet de generator uit en laat de motor 30 minuten afkoelen.
  • Plaats de generator op een vlakke ondergrond in een goed geventileerde ruimte.
  • Til de bougie-serviceluik op om toegang te krijgen tot het bougiegebied.
  • Verwijder de bougiedop door de bougiedop stevig recht van de motor af te trekken.
  • Maak het gebied rond de bougie schoon.
  • Verwijder de bougie met de meegeleverde bougiedopsleutel.

LET OP
Oefen nooit een zijwaartse belasting uit of beweeg de bougie zijwaarts bij het verwijderen van de bougie.

  • Inspecteer de bougie. Vervang deze als de elektroden putjes vertonen, verbrand zijn of de isolator is gebarsten. Gebruik alleen een aanbevolen vervangingsbougie.
  • Meet de bougie-elektrodeafstand met een draadvoelermaat. Corrigeer indien nodig de afstand door de zij-elektrode voorzichtig te buigen.
    Bougieafstand: 0,024–0,032 inch (0,60–0,80 mm)
  • Plaats de bougie voorzichtig met de hand vast en draai hem vervolgens nog 3/8 tot 1/2 slag vast met de bougiesleutel.
  • Plaats de bougiedop terug en sluit de bougie-serviceluik.

DE VONKENVANGER REINIGEN

ONDERHOUD - DE VONKENVANGER REINIGEN

  1. Vonkenvanger
  2. Scherm
  3. Schroeven
  4. Beugel

Zie afbeelding 24.
Controleer en reinig de vonkenvanger volgens de cijfers die zijn vermeld in het onderhoudsschema of de motorhandleiding (indien van toepassing). Het niet reinigen van de vonkenvanger zal leiden tot verminderde motorprestaties.

  • Zet de generator uit en laat de motor 30 minuten afkoelen.
  • Plaats de generator op een vlakke ondergrond in een goed geventileerde ruimte.
  • Verwijder de twee schroeven waarmee de vonkenvangerbeugel is vastgezet.
  • Verwijder de beugel, het scherm en de vonkenvanger van de generator.
  • Reinig het scherm en de vonkenvanger voorzichtig met een staalborstel.
  • Plaats de vonkenvanger, het scherm en de beugel terug. Draai de schroeven stevig vast.

HET LEEGMAKEN VAN DE BRANDSTOFTANK EN DE VLOTTERBAK VAN DE CARBURATEUR


Bewaar benzine ALTIJD in een container die is goedgekeurd voor benzine. Niet-goedgekeurde containers kunnen breken of verslechteren, waardoor benzine of benzinedampen kunnen ontsnappen, wat een ernstig gevaar kan opleveren.

ONDERHOUD - HET SLUITEN VAN DE BRANDSTOFREGELAARSCHAKELAAR

  1. Benzine UIT

ONDERHOUD - HET LEEGMAKEN VAN DE BRANDSTOFTANK

  1. Aftapschroef
  2. Aftapslang

HET LEEGMAKEN VAN DE BRANDSTOFTANK/CARBURATEUR IN EEN CONTAINER

Zie afbeeldingen 25 - 27.
Zelfs correct gestabiliseerde brandstof kan resten achterlaten en corrosie veroorzaken als deze langdurig wordt bewaard. Als u de generator twee tot zes maanden opslaat, laat dan de vlotterbak leeglopen om gom- en vernisvorming in de carburateur te voorkomen. Als u de generator langer dan zes maanden opslaat, laat dan de brandstoftank leeglopen om brandstofscheiding, verslechtering en afzettingen in het brandstofsysteem te voorkomen.

  • Zet de generator uit en laat de motor 30 minuten afkoelen.
  • Plaats de generator op een vlakke ondergrond in een goed geventileerde ruimte.

Om de vlotterbak leeg te laten lopen:

  • Zet de motor-/brandstofregelschakelaar in de GASOLINE OFF -stand (Benzine uit).
  • Verwijder de onderhoudsafdekking van de motor.
  • Zoek de aftapslang die uit de onderkant van de vlotterbak van de carburateur komt.
  • Plaats het onderste uiteinde van de slang buiten de generator in een goedgekeurde benzinecontainer om de afgetapte brandstof op te vangen.
  • Draai de aftapschroef van de vlotterbak los en laat de brandstof weglopen. Draai de aftapschroef van de vlotterbak vast.
  • Leid de aftapslang tussen het luchtfilterhuis en de onderhoudsafdekking van de motor door. Plaats de onderhoudsafdekking van de motor.

Om de vlotterbak droog te laten lopen:

  • Start de generator zoals eerder beschreven.
  • Nadat de motor is gestart, zet u de motor-/brandstofregelschakelaar in de GASOLINE OFF -stand (Benzine uit).
  • Laat de generator draaien totdat de brandstof in de carburateur op is en de motor stopt.
  • Zet de motor-/brandstofregelschakelaar in de OFF -stand (Uit)

Om de brandstoftank leeg te laten lopen:
LET OP
Om schade aan het apparaat te voorkomen, moet u de motorolie aftappen voordat u de brandstoftank leegmaakt. Zie De motorolie verversen voor meer informatie.

  • Zet de motor-/brandstofregelschakelaar in de OFF -stand (Uit)
  • Maak het gebied rond de brandstofdop schoon en verwijder de dop langzaam.
  • Verwijder het brandstoffilterscherm door het iets samen te drukken terwijl u het uit de tank verwijdert.
  • Gebruik een commercieel verkrijgbare handpomp voor benzine (niet meegeleverd) om de benzine uit de brandstoftank in een goedgekeurde benzinecontainer te hevelen. Gebruik GEEN elektrische pomp.

OPMERKING: De brandstoftank kan ook worden leeggemaakt met behulp van de aftapschroef en de aftapslang van de carburateur, zoals eerder beschreven. Houd de motor-/brandstofregelschakelaar in de OFF-stand (Uit) om brandstof uit de tank door de carburateur te laten stromen.

DE BRANDSTOFFILTER VERVANGEN

ONDERHOUD - DE BRANDSTOFFILTER VERVANGEN

  1. Brandstofleiding
  2. Brandstoffilter

Zie afbeelding 28.
Na verloop van tijd kan de brandstoffilter vuil of verstopt raken. Om het risico op motorstoringen te verminderen, vervangt u de brandstoffilter volgens de cijfers die zijn vermeld in het onderhoudsschema of de motorhandleiding (indien van toepassing).

  • Zet de generator uit en laat de motor 30 minuten afkoelen.
  • Laat de brandstoftank leeglopen zoals eerder beschreven.
  • Verwijder de schroeven waarmee het bedieningspaneel is bevestigd.
  • Verwijder het bedieningspaneel.
  • Zoek de brandstoffilter en noteer de stand van de filter.
  • Knijp met een tang in de brandstofleidingklemmen en schuif de brandstofleidingen weg van de filter.
  • Installeer de brandstofleidingen op de nieuwe filter. Zorg ervoor dat de brandstoffilter correct is geplaatst.
  • Plaats de bediening terug en draai de schroeven goed vast.

DE KLEPSPELING CONTROLEREN/AFSTELLEN

DE ARMBEDEKKING VERWIJDEREN OM DE KLEPSPELING AF TE STELLEN

  1. Tuimelaararmdeksel
  2. Bout
  3. Pakking

ONDERHOUD - DE KLEPSPELING AFSTELLEN

  1. Stelschroef
  2. Borgmoer
  3. Voelermaat
  4. Tuimelaararm
  5. Klepsteel
  6. Duwstang

LET OP
Het controleren en afstellen van de klepspeling moet worden gedaan wanneer de motor koud is.

Zie afbeeldingen 29 - 30.

  • Zet de generator uit en laat de motor 30 minuten afkoelen.
  • Plaats de generator op een vlakke ondergrond in een goed geventileerde ruimte.
  • Verwijder het tuimelaararmdeksel en verwijder voorzichtig de pakking. Als de pakking gescheurd of beschadigd is, moet deze worden vervangen.
  • Verwijder de bougie zodat de motor gemakkelijker kan worden gedraaid.
  • Trek aan de terugslaghandgreep om de motor naar het bovenste dode punt (BDP) te draaien. Kijk door het bougiegat; de zuiger moet zich bovenaan bevinden (beide kleppen zijn gesloten).
  • Beide tuimelaararmen moeten los zitten op het BDP tijdens de compressieslag. Zo niet, draai de motor dan 360°.
  • Steek een voelermaat tussen de tuimelaararm en de klepsteel om de klepspeling te meten.
Inlaatklep Uitlaatklep
Klepspeling 0,004 inch (0,1 mm) 0,006 inch (0,15 mm)
Koppel 8 – 12 Nm 8 – 12 Nm
  • Als een aanpassing nodig is, draai dan de borgmoer los.
  • Schuif de juiste voelermaat tussen de tuimelaararm en de klepsteel.
  • Draai de stelschroef op de duwstang vast om de gespecificeerde speling te verkrijgen.
    OPMERKING: U zou moeten kunnen voelen dat de tuimelaararm de voelermaat raakt.
  • Houd de stelschroef op zijn plaats en draai de moer vast.
    Koppel: 106 inch-pond (12 Nm)
  • Controleer de klepspeling opnieuw.
  • Als er geen verdere aanpassingen nodig zijn, voert u deze procedure uit op de andere klep.
  • Als u klaar bent, installeert u de pakking, het tuimelaararmdeksel en de bougie.

ACCU-ONDERHOUD

De accu die bij de generator is geleverd, is volledig opgeladen. Een accu kan wat lading verliezen als deze gedurende langere tijd niet wordt gebruikt.
OPMERKING: Eenmaal gestart, laadt de generator de accu op na 30 – 60 minuten gebruik.

De meegeleverde druppellader kan aangesloten blijven en de accu voor onbepaalde tijd onderhouden. Een rood lampje op de lader geeft aan dat het opladen bezig is. Een groen lampje geeft aan dat het opladen voltooid is. Laad op een droge plaats op.

  • Sluit de lader aan op de acculaadpoort op het bedieningspaneel.
  • Steek het stopcontacteinde van de acculader in een 120 volt AC-stopcontact.

ACCU VERVANGEN


Brandgevaar. De accu bevat zwavelzuur (elektrolyt), dat zeer corrosief en giftig is. Draag beschermende kleding en oogbescherming wanneer u in de buurt van de accu werkt. Houd kinderen uit de buurt van de accu.


Accupolen en -aansluitingen bevatten lood en loodverbindingen. Was uw handen na het hanteren.

  • Draai de bout op de accuklemplaat los en verwijder deze en zwenk de plaat naar buiten.
  • Koppel de snelkoppelingskabel los van de accu en verwijder de accu uit het apparaat.
  • Sluit op de vervangende accu de witte (–) snelkoppelingskabel aan op de negatieve accupool. Schuif de rubberen kap over de aansluitingshardware.
  • Sluit de rode (+) snelkoppelingskabel aan op de positieve accupool. Schuif de rubberen kap over de aansluitingshardware.
  • Installeer de accu in de generator. Installeer de accuklemplaat opnieuw en draai de bout vast.
  • Sluit de snelkoppelingsstekker aan.

LET OP
Gooi de gebruikte accu op de juiste manier weg volgens de richtlijnen van uw lokale of nationale overheid.

OPSLAG

Zet het apparaat uit en laat het minimaal 30 minuten afkoelen voordat u het opbergt. Houd het apparaat rechtop. Bewaar de generator niet op zijn kant. Laat de brandstof leeglopen voordat u het apparaat opbergt. Bewaar het apparaat en de brandstof afzonderlijk in goed geventileerde ruimtes, uit de buurt van vonken, open vuur, controlelampjes, hitte en andere ontstekingsbronnen.

LET OP
Benzine die slechts 30 dagen wordt bewaard, kan verslechteren, waardoor gom, vernis en corrosieve ophoping in brandstofleidingen, brandstofkanalen en de motor ontstaat. Deze corrosieve ophoping beperkt de brandstoftoevoer, waardoor de motor mogelijk niet meer start na een langere opslagperiode. Het gebruik van brandstofstabilisator verlengt de opslagduur van benzine aanzienlijk. Het wordt aanbevolen om de brandstofstabilisator fulltime te gebruiken. Volg de instructies van de fabrikant voor gebruik.

OPSLAGTIJD AANBEVOLEN PROCEDURE
Minder dan 1 maand Plaats alle beschermende afdekkingen terug op het bedieningspaneel van de generator.
Reinig de buitenkant van de generator en verwijder eventueel vuil uit de koelopeningen van de uitlaatdemper.
2 tot 6 maanden Plaats alle beschermende afdekkingen terug op het bedieningspaneel van de generator.
Reinig de buitenkant van de generator en verwijder eventueel vuil uit de koelopeningen van de uitlaatdemper.
Laat de vlotterbak van de carburateur leeglopen. (Bewaar benzine in een goedgekeurde benzinecontainer of gooi het weg volgens de plaatselijke en nationale voorschriften.)
6 maanden of langer Plaats alle beschermende afdekkingen terug op het bedieningspaneel van de generator.
Reinig de buitenkant van de generator en verwijder eventueel vuil uit de koelopeningen van de uitlaatdemper.
Laat de vlotterbak van de carburateur en de brandstoftank leeglopen. (Bewaar benzine in een goedgekeurde benzinecontainer of gooi het weg volgens de plaatselijke en nationale voorschriften.)
Doe een eetlepel motorolie in de bougiecilinder. Trek voorzichtig aan de terugslaghandgreep om de motor langzaam te draaien en het smeermiddel te verdelen. Installeer de bougie opnieuw
Ververs de motorolie.

ONDERHOUDSSCHEMA

Regelmatig onderhoud verbetert de prestaties en verlengt de levensduur van de generator. Volg de intervallen per uur of kalender, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet. Vaker onderhoud is vereist bij gebruik onder ongunstige omstandigheden, zoals hieronder vermeld.

OPMERKING: Als uw product een afzonderlijke motorhandleiding heeft, negeer dan de informatie in deze tabel en volg de instructies in de motorhandleiding.

Voor elk gebruik Na de eerste 25 uur of de eerste maand Na 50 uur of elke zes maanden Na 100 uur of elke zes maanden Na 300 uur of elk jaar
Controleer de motorolie X
Motorolie verversen1 X X
Luchtfilter reinigen2 X
Vonkenvanger controleren/reinigen X
Bougie controleren/reinigen X
Klepspeling controleren/afstellen3 X
Bougie vervangen X
Luchtfilter vervangen X
Brandstoffilter vervangen X
1 Ververs de olie elke maand bij gebruik onder zware belasting of bij hoge temperaturen.
2 Vaker reinigen in vuile of stoffige omstandigheden. Vervang het luchtfilter als het niet voldoende kan worden gereinigd.
3 Beveel aan dat de service wordt uitgevoerd door een erkende Westinghouse-servicevertegenwoordiger.

PROBLEEMOPLOSSING

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK CORRECTIE

Motor start en valt vervolgens uit

Brandstofniveau is laag of leeg. Tank bij.
Incorrect motoroliepeil. Controleer het motoroliepeil.
Vuil luchtfilter. Reinig het luchtfilter.
Vervuilde benzine. Tap de brandstoftank af. Tank bij met verse benzine.
Defecte schakelaar voor laag oliepeil. Neem gratis contact op met de klantenservice van Westinghouse via 1 (855) 944-3571.

Motor heeft te weinig vermogen

Luchtfilter verstopt. Reinig of vervang het luchtfilter.
Oude benzine, generator opgeslagen zonder behandeling of aftappen van de benzine, of bijgetankt met slechte benzine. Tap de brandstoftank af. Tank bij met verse benzine.
Storing in het brandstofsysteem, storing in de ontsteking, kleppen vastgelopen, enz. Neem gratis contact op met de klantenservice van Westinghouse via 1 (855) 944-3571.

Motor start niet

Geen brandstof. Tank bij.
Oude benzine, generator opgeslagen zonder behandeling of aftappen van de benzine, of bijgetankt met slechte benzine. Tap de benzinetank af. Tank bij met verse benzine.
Vuil luchtfilter. Reinig het luchtfilter.
Laag motoroliepeil heeft de generator gestopt. Als de LOW OIL LED (led Laag oliepeil) brandt, zet dan de motor-/brandstofregelschakelaar in de OFF (UIT) stand. Voeg motorolie toe.
Bougie nat met brandstof (overstroomde motor). Wacht vijf minuten. Zet de motor-/brandstofregelschakelaar in de OFF (UIT) stand. Trek meerdere keren snel aan het terugslaghandvat. Als de generator niet start, verwijder dan de bougie en droog deze.
Bougie defect, vervuild of onjuist afgesteld. Stel de bougie af of vervang deze. Installeer opnieuw.
Storing in het brandstofsysteem, storing in de ontsteking, kleppen vastgelopen, enz. Neem gratis contact op met de klantenservice van Westinghouse via 1 (855) 944-3571.
CO-sensor verwijderd of aangepast. Terugzetten naar de oorspronkelijke configuratie.
CO-sensor geactiveerd of systeemfout opgetreden. Verplaats de generator /
Neem gratis contact op met de klantenservice van Westinghouse via 1 (855) 944-3571.

Motor loopt onregelmatig of valt weg wanneer er een belasting wordt toegepast

Vuil luchtfilter. Reinig het luchtfilter.
Generator overbelast. Koppel sommige apparaten los.
Defect elektrisch gereedschap of apparaat. Vervang of repareer het gereedschap of apparaat. Stop en start de motor opnieuw.
Storing in het brandstofsysteem, storing in de ontsteking, kleppen vastgelopen, enz. Neem gratis contact op met de klantenservice van Westinghouse via 1 (855) 944-3571.

Geen stroom bij AC-stopcontacten

OUTPUT READY LED (LED Gereed voor uitvoer) is UIT en OVERLOAD LED (LED Overbelasting) is AAN. Controleer de AC-belasting. Stop en start de motor opnieuw.
Controleer de luchtinlaat. Stop en start de motor opnieuw.
AC-stroomonderbreker(s) geactiveerd. Controleer de AC-belastingen en reset de stroomonderbreker(s).
Defect elektrisch gereedschap of apparaat. Vervang of repareer het gereedschap of apparaat. Stop en start de motor opnieuw.
Defecte generator. Neem gratis contact op met de klantenservice van Westinghouse via 1 (855) 944-3571.

SCHEMA

SCHEMATISCH DIAGRAM

www.WestinghouseOutdoorPower.com
Service Hotline (855) 944-3571
777 Manor Park Drive, Columbus, OH 43228

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Westinghouse iGen11000DFc - Handleiding omvormergenerator

Beschikbare talen

Inhoudsopgave