Een programma bestaat uit een groot aantal parameters: de namen en synth parameters van alle vier de tim-
bres, de algemene programma instellingen zoals programma naam, vocoder instellingen, enz. Als u vanuit
het niets een programma wilt creëren, moet u eerst begrijpen wat de verschillende parameters doen. Een ge-
makkelijkere manier om mee te beginnen is om één van de fabrieksprogramma's of timbre templates te kie-
zen, en de parameters te bewerken om te kunnen begrijpen wat deze doen.
Basis bewerking procedure
In deze sectie worden de basis handelingen voor het bewerken en instellen van parameters uitgelegd.
U kunt het geluid van een programma in de Program Play mode of de Program Edit mode bewerken. Als
een drum kit aan een programma is toegewezen, kunt u die drumgeluiden in de Drum Play mode of Drum
Edit mode bewerken.
Bewerken in de Program Play mode
In de Program Play mode kunt u programma's selecteren en spelen, en u kunt ook de knoppen op het voor-
paneel gebruiken om het geluid van het programma te bewerken terwijl u speelt, bijvoorbeeld door de filter
cutoff frequentie te verhogen of door de attack iets langzamer te maken.
Het te bewerken timbre selecteren
Als het programma uit meerdere timbres bestaat, kunt u op deze manier het timbre dat u wilt bewerken se-
lecteren.
1
Gebruik de TIMBRE SELECT [1]-[4] knoppen om het
timbre dat u wilt bewerken te selecteren.
De knop van het geselecteerde timbre gaat knipperen.
Een
symbool wordt voor de timbre naam in het
scherm getoond. De knoppen en drukknoppen op het
voorpaneel en de timbre parameters die in het scherm
worden getoond, zijn op het geselecteerde timbre van
toepassing.
Als u van programma verandert (of een Program Dump
uitvoert), wordt het actieve timbre met het laagste nummer geselecteerd.
2
Bedien de knop of drukknop van de parameter die u wilt bewerken.
Elke keer dat u de knop indrukt, zal de functie die aan die knop is toegewezen aan of uit worden
gezet of u kunt door het drukken op de knop door een lijst van beschikbare waardes voor de
betreffende parameter lopen. De knoppen of LEDs zichten op om de huidige status aan te geven.
De parameter van een knop kan net als een analoge bediening worden aangepast, zoals door de
markeringen rond de knop wordt aangegeven.
In het geval van zowel knoppen als drukknoppen, zal de ORIGINAL VALUE LED oplichten wan-
neer de huidige instelling overeenkomt met de waarde die in het programma is opgeslagen.
Bewerken in de Program Edit mode
Als u een parameter wilt bewerken die niet aan een knop of drukknop is toegewezen of als u de parameter-
waardes in het scherm wilt bekijken terwijl u deze bewerkt, moet u naar de Program Edit mode gaan.
Naar de Program Edit mode gaan
1
Vanuit de Program Play mode drukt u op de [EDIT/
YES] knop.
Hierdoor zal de Program Edit mode geopend worden.
Van boven naar beneden in het scherm worden het
pagina nummer, de pagina naam, de parameter namen
en waardes getoond.
Bewerking
29