Om een drum instrument naam in te voeren, gebruikt u de P01: NAME pagina van de Drum Edit mode.
(☞p.111 'P01-2: INST (Drum Instrument Name').
• Templates
Template namen worden getoond wanneer u templates laadt.
U kunt een template naam invoeren tijdens het creëren van een template op de P16: UTILITY pagina van
de mode waarin u de template creëert )☞p.107 'P16 UTILITY', p.113 'P16 UTILITY').
Hoe een naam wordt toegewezen
Hier zullen bij wijze van voorbeeld het toewijzen van een naam aan een programma gebruiken. U kunt de-
zelfde procedure gebruiken als die om andere namen dan programma namen toe te wijzen . Voordat u ver-
der gaat, gebruikt u de Program Play mode om het programma te selecteren waarvan u de naam wilt
bewerken.
De cursor knoppen en de [PROGRAM/VALUE] draaiknop gebruiken
1
Ga naar de Program Edit mode P01-1: NAME – PROG
tab pagina.
2
Gebruik de cursor knoppen om de cursor te verplaat-
sen naar het teken dat u wilt veranderen.
3
Gebruik de [PROGRAM/VALUE] draaiknop om het
gewenste teken te kiezen.
4
Herhaal stappen 2-3 om de naam van het programma
te bewerken.
U kunt een programma naam van maximaal twaalf tekens invoeren.
De [EDIT/YES] knop en de zestien knoppen gebruiken
Terwijl de P01-1: NAME – PROG tab pagina wordt weergegeven, kunt u de [EDIT/YES] knop en de zestien
knoppen op het voorpaneel gebruiken om de programma naam als volgt te bewerken.
Houd de [EDIT/YES] knop ingedrukt en draai aan de 1-12 (PORTAMENTO [TIME] – LFO2
[FREQ] knoppen om het eerste tot het twaalfde teken van de naam te veranderen.
Houd de [EDIT/YES] knop ingedrukt en draai aan knop 13 (EQ [LO]) om alfabetische tekens in
hoofdletters te kiezen voor het geselecteerde teken.
Houd de [EDIT/YES] knop ingedrukt en draai aan knop 14 (INSERT FX [EDIT1]) om alfabeti-
sche tekens in kleine letters te kiezen voor het geselecteerde teken.
Houd de [EDIT/YES] knop ingedrukt en draai aan knop 15 (INSERT FX [EDIT2]) om cijfers te
kiezen voor het geselecteerde teken.
Houd de [EDIT/YES] knop ingedrukt en draai aan knop 16 (MASTER FX [EDIT]) om symbolen
(inclusief een spatie) te kiezen voor het geselecteerde teken.
Een teken verwijderen
1
Gebruik de cursor knoppen om naar het teken dat u wilt verwijderen te gaan.
2
Houd de [EDIT/YES] knop ingedrukt en druk op de cursor [π/√] knop.
Het geselecteerde teken zal verwijderd worden.
Een teken invoegen
1
Gebruik de cursor knoppen om naar de locatie te gaan waar u een teken wilt invoegen.
2
Houd de [EDIT/YES] knop ingedrukt en druk op de cursor [†/®] knop.
Basis bewerking procedure
35