Voor dit voorbeeld zet u dit op 'On'. Als dit aan staat, zal de toonhoogte van de frase of het
patroon dat door de step sequencer wordt gegenereerd, veranderen volgens de 'BaseNote' waarde
(laat u niet in de war brengen, dit is niet hetzelfde als de 'Bas noot'. De Base Note is de 'basis' van
waaruit de sequens door het toetsenbord wordt getransponeerd). Als dit uit staat zullen dezelfde
toonhoogtes worden gespeeld, ongeacht waar u op het toetsenbord speelt. Dit is geschikt voor
drum patronen.
8
Gebruik 'BaseNote' om het nootnummer aan te geven dat de basis vormt voor de toonhoogtes
die door de step sequencer worden gegenereerd.
Voor dit voorbeeld zet u dit op C4. Als "BaseNote" op C4 staat, zal de frase op de opgenomen
toonhoogtes worden afgespeeld wanneer u de C4 noot speelt. Als u de B3 noot indrukt, zal de
frase op een halve toon lager dan de opgenomen toonhoogte worden afgespeeld.
Nadat u op de step sequencer heeft opgenomen, wordt de laagste noot van de data automatisch als
de 'BaseNote' van de betreffende sequens toegewezen.
9
Gebruik 'ScanTop' en 'ScanBotom' om de reeks toetsen te specificeren die door de step sequen-
cer worden bestuurd.
De step sequencer zal starten als u een toets indrukt binnen de reeks die bij 'ScanTop' en 'ScanBo-
tom' is gespecificeerd.
Meer over instellingen voor het starten van de sequencer, en over gestapelde of gesplitste toetsen-
bord instellingen, vindt u op p.64 'Key Zone instellingen'.
10
Gebruik 'S.SeqLink' om aan te geven of de twee step sequencers al dan niet met elkaar verbon-
den worden.
Voor dit voorbeeld zetten we dit uit, en gebruiken alleen sequencer 1.
Als dit op On staat, worden de twee sequencers verbonden en zullen in de volgorde STEP SEQ 1
➝ STEP SEQ 2 worden afgespeeld. Hierdoor wordt één enkele sequencer met maximaal 64 stap-
pen gecreëerd.
Wanneer de step sequencers verbonden zijn, kunt u de afspeelvolgorde van de sequencers niet ver-
anderen. Als u de volgorde wilt uitwisselen, gebruikt u P16-5: UTILITY – ARP tab pagina 'Swap-
StepSeq' om de sequence data uit te wisselen (☞p.110 'SwapStepSeq').
Wanneer de sequencers verbonden zijn, krijgen de instellingen van STEP SEQ1 prioriteit op alle pa-
rameters die niet individueel ingesteld kunnen worden.
11
Druk op de [PROGRAM] knoip om naar de Program Play mode terug te keren.
Hiermee zijn de voorbereidingen voor opname voltooid.
De opname starten
1
Als de ARPEGGIATOR SEQUENCER [ON] knop aan is, zet deze dan uit.
2
Druk op de ARPEGGIATOR STEP SEQUENCER
[TYPE/STEP REC] knop.
De [TYPE/STEP REC] knop knippert en in het scherm
wordt gevraagd 'Sure?' (weet u het zeker?).
3
Druk op de [TYPE/STEP REC] knop of de [EDIT/YES]
knop.
U gaat naar de gereed-voor-opname stand.
'REC Step' geeft de stap die wordt opgenomen aan.
Step opname begint altijd vanaf stap 1.
'Gate Time' geeft de lengte van de noot die op deze stap
wordt gespeeld aan.
'Velocity' duidt op de velocity van de noot die op deze
stap wordt gespeeld.
Bewerken van programma parameters
51