Bewerking
De 16KEYS [1]-16] toetsen gebruiken om de noten te bewerken (Drum Pattern Editing/
Drumpatroon bewerking)
De 16KEYS [1]-16] toetsen gebruiken om bewerkingen uit te voeren is de geschikte manier wanneer u een
drum kit heeft toegewezen en u het ritmepatroon van ieder drum instrument wilt bewerken. In dit geval is
de noot (toonhoogte) die door de 16KEYS [1]-16] toetsen voor elke stap wordt getoond, de noot die door de
'NoteSel' parameter op de Program Edit mode P15-2: STEP SEQ – TRIG tab pagina is gespecificeerd.
1
2
3
De data van elke stap bewerken (STEP SEQ – STEP)
U kunt de tijdsduur, velocity en het nootnummer van elke stap bewerken.
1
2
3
54
Gebruik 'NoteSEl' om een drum instrument nummer
te specificeren.
Als het gespecificeerde drum instrument op een stap
zal spelen, wordt een O symbool voor de betreffende
stap in het scherm getoond.
Gebruik de 16KEYS [SELECT] knop om 'TRIGGER'
te selecteren.
De 16KEYS [1]-16] toetsen, die corresponderen met
stappen waarop het aangegeven drum instrument zal klinken, zullen oplichten.
Als u wilt dat de 16KEYS [1]-16] toetsen stap 17 en hoger aangeven, gebruikt u de 16KEYS PRO-
GRAM BANK/TRIGGER [UP] knop om LENGTH LED op te laten lichten. Om terug te gaan naar
het bewerken van stappen 1-16, gebruikt u de [DOWN] knop om LENGTH LED 1 op te laten lich-
ten.
Druk op de 16KEYS [1]-16] toetsen om de trigger status van elke stap aan of uit te zetten.
Als u een stap aanzet die eerst was uitgezet, kan één van deze drie dingen gebeuren. Indien de stap
oorspronkelijk aan stond en toen werd uitgezet, zal deze zijn oorspronkelijke waarde behouden
wanneer weer aangezet. Als de stap niet eerder aan is gezet en er nooit iets aan toegewezen is, zal,
wanneer het op dat moment gespeelde timbre aan een drum kit is toegewezen, Drum Kit 01 wor-
den toegewezen. Als het timbre niet aan een drumkit is toegewezen, zal C4 als de nootwaarde wor-
den gebruikt.
U kunt maximaal acht nootnummers voor iedere stap specificeren.
Ga naar de P15-3: STEP SEQ1 – STEP tab pagina.
Gebruik 'Step' om de stap die u wilt bewerken te spe-
cificeren.
De gate tijd, velocity en het nootnummer van de aange-
geven stap zullen verschijnen.
U kunt ook de 16KEYS [SELECT] knop gebruiken om
'TRIGGER' te selecteren en met de 16KEYS [1]-16] toet-
sen een stap nummer te specificeren. Als er 17 of meer
stappen zijn, gebruikt u de 16KEYS PROGRAM BANK/
TRIGGER [UP] of [DWON] knoppen om tussen de ver-
schillende reeksen stappen af te wisselen.
Bewerk de 'Gate Time' en 'Velocity' waardes.
Als u een andere stap wilt bewerken, gebruikt u 'Step' om de gewenste stap te selecteren.
Gate Time en Velocity waardes zijn voor elke stap hetzelfde. U kunt deze waardes niet voor elke
toonhoogte binnen een stap onafhankelijk specificeren.
Om de velocitywaarde in te voeren kunt u ook de cursor ook naar 'Velocity' verplaatsen en een
noot spelen terwijl u de [EDIT/YES] knop ingedrukt houdt.