Specificeert de hoeveelheid ontstemming (toonhoogte
spreiding) die tussen elke gestapelde stem zal worden toe-
gepast wanneer de Unison functie wordt gebruikt.
Deze parameter is beschikbaar als de Unison 'Sw' functie
op 'On' staat.
De 'Detune' instelling heeft geen effect op OSC1 (os-
cillator 1) als de P06-1: OSC1 'Wave (OSC1 Wave)' op
DrumPCM is ingesteld.
4: Spread
Specificeert hoe ver de panning van de stemmen uit elkaar
ligt wanneer de Unsion functie wordt gebruikt. De panning
van elke gestapelde stem wordt gespreid volgens de hoe-
veelheid die u hier aangeeft.
Deze parameter is beschikbaar als de Unison 'Sw' functie
op 'On' staat.
P05 PITCH
Dit zijn parameters die betrekking hebben op de toonhoog-
te.
Deze parameter instelling heeft geen effect op OSC1
(oscillator 1) als de P06-1: OSC1 'Wave (OSC1 Wave)'
op DrumPCM is ingesteld.
P05–1: PITCH
1: Transpose
Verschuift de door de oscillators geproduceerde toonhoog-
te in stappen van een halve toon (100 cent).
U kunt dit binnen een reeks van vier octaven hoger of lager
bijstellen.
De voorpaneel [OCTAVE] knoppen verschuiven de
toonhoogte reeks die aan het toetsenbord is toegewe-
zen en de 16KEYS [1]-16] toetsen met stappen van
een octaaf. Zij veranderen de toonhoogte van het ge-
luid dat u hoort niet, noch wordt deze instelling op-
geslagen als u Write uitvoert. Gebruik deze
Transpose instelling als u de toonhoogte van de oscil-
lators zelf wilt veranderen.
2: Tune
Stelt de door de oscillators geproduceerde toonhoogte met
stappen van een cent bij.
U kunt dit aanpassen binnen een reeks van –50 - +50 cent.
3: Analg Tun (Analog Tune)
Door een lichte willekeurigheid aan de toonhoogte van ie-
dere noot toe te voegen wanneer deze wordt gespeeld,
kunt u de instabiliteit van de toonhoogte en de oscillator
'verplaatsing', kenmerkend voor analoge synthesizers, si-
muleren. Met hogere instellingen worden grotere verschil-
len in toonhoogte geproduceerd.
4: VibraInt (Vibrato Intensity) [[-2400...+2400cent]
Specificeert de diepte van het vibrato dat optreedt wanneer
het modulatiewiel op de maximale positie wordt ingesteld.
LFO2 past vibrato op de toonhoogte van de oscillators toe.
[[000...127]
5: Bend Range
Specificeert de hoeveelheid verandering in toonhoogte (in
eenheden van halve tonen) die door de pitch bender gepro-
duceerd kan worden. Deze waarde specificeert de hoeveel-
heid verandering in toonhoogte die optreedt wanneer de
pitch bender geheel in de positieve (+) richting wordt be-
wogen.
6: Portamnto (Portamento) <TIME>
Specificeert de portamento tijd.
Portamento is een functie waarmee een vloeiende over-
gang in toonhoogte tussen de ene en de volgende noot
wordt geproduceerd.
Ingesteld op 000 is er geen portamento. Met hogere instel-
lingen zal het langer duren voordat de toonhoogte van de
volgende gespeelde noot wordt bereikt.
7: PrtmCurve (Portamento Curve)
Specificeert de curve die door het portamento effect wordt
gebruikt.
[[-48...+48]
P06 OSC/MIXER
Dit zijn de parameters die het algoritme, de golfvorm en
uitvoer van elke oscillator specificeren. De RADIAS biedt
twee oscillators voor ieder timbre. U kunt deze twee oscil-
[[-50...+50 cent]
lators gebruiken voor het creëren van een verscheidenheid
aan geavanceerde golfvormen.
[[000...127]
Eerste note-on
1: Expo
2: Linear
3: LogSoft
4: LogMid
5: LogHard
Tijd (= "portamento tijd")
3. Synth Parameters
[[-12...+12]
[[000...127]
[[LogHard...Expo]
Tweede note-on
Toonhoogte
5
4
3
2
1
81