Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Bewerken Van Programma Parameters; Synth Parameter Bewerking; De Voice Assign Mode Veranderen; Oscillator Instellingen - Korg Radias Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Bewerken van programma parameters

Synth parameter bewerking

In deze sectie wordt uitgelegd hoe de synthese parameters, waaruit een individueel timbre is opgebouwd,
bewerkt kunnen worden.
In de volgende sectie gaan we ervan uit dat u de voorpaneel TIMBRE SELECT [1] knop al heeft ingedrukt
om timbre 1 als het bewerkingsobject te selecteren, en dat u zich in de Program Edit mode bevindt.
U moet op de [WRITE] knop drukken om het programma op te slaan als u het resultaat van uw
bewerking wilt opslaan. Als u niet opslaat (Write), gaan de bewerkingen verloren.

De voice assign mode veranderen

Hier kunt u instellen of het timbre in een mono of polyfone stijl gespeeld wordt. Wanneer mono wordt ge-
selecteerd, zullen andere 'aan mono gerelateerde' parameters verschijnen.
1
Ga naar de P04-1: VOICE – VOICE tab pagina.
2
Bij 'Assign' geeft u aan hoe het timbre zal klinken.
Kies Poly als u akkoorden wilt kunnen spelen of Mono
als u losse noten wilt spelen.
3
Als 'Assign' op 'Mono' is ingesteld, kunt u tevens
'Priority' en 'Trigger' specificeren.
'Priority' specificeert de toets die voorrang krijgt wan-
neer u meerdere toetsen tegelijkertijd ingedrukt houdt.
'Trigger' specificeert de manier waarop opeenvolgende noten getriggerd zullen worden als u de
volgende noot speelt voordat de daarvoor gespeelde toets is losgelaten.
Als u een voller geluid wenst, gebruikt u de [UNISON] knop op het voorpaneel om de Unison func-
tie aan te zetten. Deze functie stapelt meerdere noten samen op. Op de P04-2: VOICE – UNISON
tab pagina kunt u het aantal noten dat gestapeld wordt aangeven (☞p.80 'P04-2: UNISON').

Oscillator instellingen

Zo worden oscillator parameters, die de basis van het timbre vormen, ingesteld.
Oscillator 1 instellingen
1
Gebruik de OSCILLATOR 1 WAVE knoppen om de golfvorm voor
oscillator 1 te selecteren.
Gebruik deze knoppen om door de verschillende golfvormen te
lopen. De LED van de geselecteerde golfvorm zal oplichten. U kunt
uit negen verschillende golfvormen kiezen, inclusief externe geluids-
invoer (AUDIO IN).
2
Gebruik de OSCILLATOR 1 (OSC MOD) knop om het soort modu-
latie dat op oscillator 1 zal worden toegepast te selecteren.
Het type verandert iedere keer dat u de knop indrukt, en de LED van
het geselecteerde modulatietype zal oplichten. U kunt één van de vier
modulatie types kiezen.
Als u FORMANT, NOISE, SYNTH PCM, DRUM PCM of AUDIO IN
als golfvorm heeft gekozen, is WAVEFORM het enige beschikbare mo-
dulatietype.
3
Gebruik de [CONTROL 1] en [CONTROL 2] knoppen om de golf-
vorm parameters te specificeren.
De parameters die door de [CONTROL 1] en [CONTROL 2] knoppen
worden bestuurd, zijn afhankelijk van de golfvorm en het modulatietype dat u heeft geselecteerd.
Meer details over oscillator parameters vindt u op p.81 'P06-1: OSC 1'.
Bewerken van programma parameters
37
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave