Master effect instellingen
1
Druk op de MASTER FX [ON] knop.
Als de [ON] knop verlicht is, wordt het master effect toegepast.
In de Program Play mode wordt het effect type in het onderste gedeelte van het
scherm getoond, net als bij de insertie effecten.
2
Ga naar de Program Edit mode P13-4: EQ/FX – MFX
tab pagina.
3
Verplaats de cursor naar de effect naam en selecteer
effect type.
4
Gebruik 'Edit'om de effect parameters te selecteren
die door de MASTER FX [EDIT] knop zal worden
aangepast.
De beschikbare parameters zijn afhankelijk van het
effect type.
5
Maak instellingen voor de overige effect parameters.
De effect parameters zijn afhankelijk van het effect type.
☞p.121 'Effecten gids'.
De arpeggiator bewerken
Op deze manier worden de arpeggiator parameters in de Program Edit mode bewerkt. Details over hoe de
knoppen worden gebruikt om instellingen te maken, vindt u op p.22 'De arpeggiator aan een geluid toewij-
zen'.
De arpeggiator aan een timbre toewijzen en de parameters bewerken
In dit voorbeeld wijzen we de arpeggiator aan timbre 1 toe en bewerken we de arpeggiator parameters.
De arpeggiator aan een timbre toewijzen
1
Druk op de TIMBRE SELECT [1] knop.
2
Gebruik de ARPEGGIATOR/STEP SEQUENCER [SELECT] knop om ARPEGGIATOR te
selecteren.
Om de Program Edit mode ARPEGGIATOR pagina te kunnen zien, moet de arpeggiator al aan het
geselecteerde timbre zijn toegewezen.
De parameters bewerken
3
Ga naar de Program Edit mode P14-1: ARPEGGIA-
TOR – COMN tab pagina.
4
Gebruik 'Type'om een arpeggio patroon te selecteren.
Voor dit voorbeeld kiest u Alt1.
5
Gebruik 'Range' om het bereik van het arpeggio
patroon te specificeren.
Voor dit voorbeeld selecteert u 1 octaaf.
6
Gebruik 'KeySync' om de synchronisatie met het toetsenbord te specificeren.
Voor dit voorbeeld zet u dit op 'On'. Als dit op 'On'staat, zal het arpeggio patroon vanaf het begin
van elke note-on starten.
Bewerken van programma parameters
47