7.2
SPECIALE FUNCTIES
7.2.1 FUNCTIE "BEWEEG IN IEDER GEVAL"
Door deze functie is het mogelijk de automatisering ook te laten werken
wanneer een van de veiligheidsinrichtingen niet goed functioneert of buiten
bedrijf is. De automatisering kan als volgt worden bediend in de modus
"persoon aanwezig":
1.
verzend een instructie om de slagboom aan te drijven met een zen-
der of een sleutelschakelaar. Als alles correct werkt, zal de slag-
boom zich regelmatig verplaatsen, in het andere geval dient u ver-
der te gaan met punt 2
2.
geef binnen 3 seconden de instructie opnieuw en houd de betref-
fende toets ingedrukt
3.
na ongeveer 2 seconden zal de slagboom de gewenste manoeu-
vre uitvoeren in de modus "Persoon aanwezig"; dat wil zeggen
dat de slagboombarrière blijft bewegen zolang de instructie geac-
tiveerd blijft.
l
Wanneer de veiligheidsinrichtingen niet functioneren
geeft het knipperlicht enkele signalen om het type pro-
bleem aan te duiden. Zie het hoofdstuk "Signaleringen
met het knipperlicht" (pag. 34) om na te gaan welk type
storing er is opgetreden.
7.2.2 FUNCTIE "WAARSCHUWING ONDERHOUD"
Deze functie waarschuwt de gebruiker wanneer een onderhoudscontrole
van de automatisering moet worden uitgevoerd.
De parameter "Waarschuwing onderhoud" kan worden geregeld m.b.v. de
programmeereenheid Oview.
De onderhoudswaarschuwing wordt aangegeven door het knipperlicht
Flash of door het Onderhoudslampje, afhankelijk van de ingestelde pro-
grammering.
l
Op basis van het aantal uitgevoerde manoeuvres ten op-
zicht van de geprogrammeerde limiet geven het knipper-
licht Flash en het controlelampje voor onderhoud de sig-
naleringen die vermeld staan in "Tabel 8").
ONDERHOUDSWAARSCHUWING MET FLASH EN ONDERHOUDSLAMPJE
Aantal manoeuvres
Signalering op Flash
Minder dan 80% van
Normaal (0,5 sec aan -
de limiet
0,5 sec uit)
Blijft aan het begin
Tussen 81% en
van de manoeuvre
100% van de limiet
gedurende 2 seconden
branden
Blijft aan het begin en
einde van de manoeuvre
Meer dan 100% van
gedurende 2 seconden
de limiet
branden en gaat
vervolgens gewoon
verder
30 – NEDERLANDS
7.2.3 CONTROLE VAN HET AANTAL UITGEVOERDE
U kunt het aantal uitgevoerde manoeuvres controleren via de besturing-
seenheid (zie "Tabel 6") of via de programmeereenheid Oview, bij het item
"Onderhoud".
7.2.4 RESET MANOEUVRETELLER
Na onderhoud op de installatie moet de manoeuvreteller worden terug-
gezet op nul.
Het op nul stellen kan alleen gebeuren via de programmeereenheid Oview.
8
8.1
In de volgende tabel worden nuttige tips gegeven voor gevallen van storing
die tijdens de installatie of bij defecten kunnen optreden.
Tabel 8
Signalering
onderhoudslampje
Blijft gedurende 2 sec
aan het begin van de
opening branden
Knippert tijdens de hele
duur van het manoeuvre
Knippert altijd
MANOEUVRES
WAT TE DOEN ALS... (handleiding voor het
8
oplossen van problemen)
WAT TE DOEN ALS... (handleiding voor het oplossen van problemen)
PROBLEMEN OPLOSSEN
50