m
Dit onderhoudsregister moet worden overhandigd aan de eigenaar van de automatisering, nadat de vereiste delen zijn in-
gevuld.
In dit register moeten alle uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden, reparaties en wijzigingen worden vermeld. Het register moet bij elke ingreep worden
bijgewerkt en zorgvuldig worden bewaard, want het moet beschikbaar zijn bij eventuele inspecties door geautoriseerde instanties.
Dit "Onderhoudsregister" heeft betrekking op de volgende automatisering:
model M-BAR en L9BAR - serienummer nr ................. - geïnstalleerd op datum ...................... - bij .................................................................
De volgende bijgaande documenten maken deel uit van dit "Onderhoudsregister":
1) - Onderhoudsplan
2) - ............................................................................................
3) - ............................................................................................
4) - ............................................................................................
5) - ............................................................................................
6) - ............................................................................................
PLAN VOOR GEPLAND ONDERHOUD
m
Let op! – Het onderhoud van het systeem moet worden
uitgevoerd door technisch, gekwalificeerd personeel, met
volledige inachtneming van de veiligheidsnormen, zoals
voorzien door de geldende wetten en de veiligheidsvoor-
schriften die beschreven zijn in hoofdstuk " ALGEMENE
AANBEVELINGEN EN VOORZORGSMAATREGELEN VOOR
DE VEILIGHEID", aan het begin van deze handleiding.
Voor het onderhoud van aanvullende inrichtingen van de wegbarrière met
slagboom, volg de aanwijzingen in de respectieve onderhoudsplannen.
Wij wijzen erop dat ook in het geval van breuk van de veer, de wegbarrière met slag-
boom conform blijft aan de vereiste vermeld in "4.3.4 van de norm EN 12604: 2000".
GEPLAND ONDERHOUD
Beschrijving
Spelingdetectie op stang
(zie paragraaf "Speling
in de stang opsporen en
afstellen")
Veerspanning (zie paragraaf
"Balancering van de
slagboom")
Veerschroeven aandraaien
(zie paragraaf "Balancering
van de slagboom")
Veer vervangen
(zie paragraaf "
Veerverplaatsing of
vervanging")
Stangkoppelingen (M7-L9)
(zie paragraaf "Installatie
van de slagboom")
Efficiëntie ontgrendelen
(zie paragraaf "
Handmatig ontgrendelen
en vergrendelen van de
reductiemotor")
Let op! Voer vóór elk gepland onderhoud de volgende controles uit:
1.
koppel alle elektrische voedingsbronnen af
2.
controleer de mate van slijtage bij alle onderdelen van de slagboom-
barrière, met bijzondere aandacht voor corrosie en oxidatie van de
structurele onderdelen. Vervang de onderdelen die onvoldoende ga-
rantie bieden
3.
controleer of de schroefverbindingen goed vastzitten (vooral die
van de balansveer en de carterbouten)
4.
controleer of er geen speling is tussen de balanceerhefboom en de
uitgangsas. Draai indien nodig de centrale schroef helemaal vast
5.
in M7BAR en L9BAR versies, controleer de perfecte vergrendeling tus-
sen de twee stangsegmenten. Pas zo nodig de expansieschroeven aan.
50 – NEDERLANDS
ONDERHOUDSPLAN (te overhandigen aan de eindgebruiker)
Duizenden cycli
50
100
150
200
250
300
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
6.
breng de slagboom in verticale positie en controleer of de spoed
van de spiralen van de balansveer constant is, zonder vervormin-
gen
7.
ontgrendel en controleer de juiste balancering van de slagboom
en eventuele belemmeringen tijdens de handbediende opening en
sluiting
8.
vergrendel hem opnieuw en voer de testprocedure uit.
9.
Controleer de beveiliging voor het optilgevaar: bij automa-
tiseringen met verticale beweging moet worden gecontroleerd of
er geen optilgevaar bestaat. Deze test kan als volgt worden uit-
gevoerd: hang halverwege de slagboom een gewicht van 20
kg op (bijvoorbeeld een zak grind), geef een instructie voor een
"openingsmanoeuvre" en controleer of tijdens deze manoeuvre de
slagboom niet hoger dan 50 cm t.o.v. zijn gesloten stand omhoog
komt. In het geval de slagboom deze hoogte overtreft, dient u de
Tabel 24
motorkracht te verminderen (zie paragraaf "Programmering van
de besturingseenheid").
10.
Als gevaarlijke situaties die worden veroorzaakt door de beweging
500
van de slagboom opgeheven zijn door middel van begrenzing van
de stootkracht, moet de kracht worden gemeten volgens de voor-
schriften van de norm EN 12445. Eventueel, als de controle van
de "motorkracht" wordt gebruikt als hulpmiddel voor het systeem
om de stootkracht te verlagen, moet de regeling uitgeprobeerd en
gevonden worden die de beste resultaten oplevert.
11.
Controle van het afkoppelingssysteem van de voeding: con-
troleer, door de afkoppelingsvoorziening van de voeding te bedie-
nen en de eventuele bufferbatterijen af te koppelen, of alle leds
op de besturingseenheid uit zijn en of de slagboom niet beweegt
wanneer er een instructie wordt verzonden. Controleer de werking
van het ontgrendelingssysteem om onopzettelijke of ongeoorloofde
aankoppeling te vermijden.
●