Download Print deze pagina

Nice M-Bar Aanwijzingen Voor Installatie En Aansluiten pagina 34

Elektromechanische wegbarriere met slagboom
8.4
SIGNALERINGEN MET HET KNIPPERLICHT
Als er aan de uitgang FLASH op de besturingseenheid een knipperlicht wordt aangesloten (of men gebruikt het led knipperlicht, optioneel accessoire),
knippert dit elke seconde tijdens de uitvoering van een manoeuvre. Als er zich afwijkingen voordoen, geeft het knipperlicht kortere knippersignalen weer.
Deze worden twee keer herhaald met een pauze van 1 seconde ertussen. Dezelfde signalen worden ook door het ledknipperlicht (optioneel accessoire)
uitgezonden.
SIGNALERINGEN OP HET KNIPPERLICHT FLASH
Snelle knippersignalen
Oorzaak
1 knippersignaal
pauze van 1 seconde
Fout op BlueBUS-systeem
1 knippersignaal
2 knippersignalen
pauze van 1 seconde
Activering van een fotocel
2 knippersignalen
3 knippersignalen
Inwerkingtreding van de begrenzer van
pauze van 1 seconde
de "Motorkracht"
3 knippersignalen
4 knippersignalen
pauze van 1 seconde
Activering van de ingang STOP
4 knippersignalen
5 knippersignalen
Fout in de interne parameters van de
pauze van 1 seconde
besturingseenheid
5 knippersignalen
6 knippersignalen
Dipschakelaarcombinatie ongeldig of
pauze van 1 seconde
gewijzigd na installatie
6 knippersignalen
7 knippersignalen
pauze van 1 seconde
Fout in de interne elektrische circuits
7 knippersignalen
8 knippersignalen
pauze van 1 seconde
Niet gebruikt
8 knippersignalen
9 knippersignalen
De automatisering is geblokkeerd
pauze van 1 seconde
door de instructie "Automatisering
9 knippersignalen
vergrendelen"
11 knippersignalen
De Master en Slave centrales
pauze van 1 seconde
communiceren onderling niet goed
11 knippersignalen
12 knippersignalen
De masterbesturing meldt een fout bij de
pauze van 1 seconde
slavebesturing
12 knippersignalen
13 knippersignalen
Een ingang is altijd actief en verhindert
pauze van 1 seconde
beweging
13 knippersignalen
9
VERDERE INFORMATIE (Accessoires)
9
VERDERE INFORMATIE (Accessoires)
9.1
VOLLEDIG WISSEN VAN HET GEHEUGEN VAN DE
BESTURINGSEENHEID
Het is mogelijk alle opgeslagen gegevens te wissen in de besturingseen-
heid en hem terug te brengen naar de fabriekswaarden.
Om dit te doen moet u naar de programmeringsparameter "ER5" gaan (zie
hoofdstuk "PROGRAMMERING").
l
Met deze procedure is het mogelijk eventuele fouten te
wissen die in het geheugen zijn gebleven.
m
Deze procedures wist het aantal manoeuvres die zijn uit-
gevoerd niet.
34 – NEDERLANDS
HANDELING
Bij het begin van de manoeuvre komen de op BlueBUS aangesloten inrichtingen niet
overeen met degene die tijdens de herkenningsfase in het geheugen zijn opgeslagen.
Het is mogelijk dat er defecte inrichtingen zijn: controleren en vervangen; als er
wijzigingen zijn doorgevoerd, dient u de herkenningsprocedure te herhalen.
Bij het begin van het manoeuvre geven één of meer fotocellen geen toestemming
voor de manoeuvre; controleer of er obstakels zijn. Dit is normaal tijdens de
beweging als er inderdaad een obstakel aanwezig is.
Gedurende de beweging heeft de poort meer wrijving ondervonden: controleer de
oorzaak en verhoog eventueel het krachtniveau van de motoren.
Bij het begin van of tijdens de manoeuvre is de STOP-ingang in werking getreden;
controleer de oorzaak.
Schakel de voeding uit en weer aan. Als de fout aanhoudt moet het "Volledig wissen
van het geheugen" worden uitgevoerd (zie paragraaf "Volledig wissen van het
geheugen van de besturingseenheid") en moet u de installatie opnieuw uitvoeren.
Als de status aanhoudt, kan er sprake zijn van een ernstig defect en moet de
elektronische printplaat worden vervangen.
Controleer de dipschakelaarcombinatie.
Koppel alle voedingscircuits enkele seconden van de stroomtoevoer af en probeer
daarna opnieuw een instructie te verzenden; als er geen verandering optreedt in de
status, kan er sprake zijn van een ernstig defect op de kaart of op de aansluitingen
op de motor. Controleer de circuits en vervang ze indien nodig.
Deblokkeer de automatisering door de instructie "Ontgrendel automatisering" te
versturen of bestuur de manoeuvre met "Stap-voor-stap Hoge prioriteit".
Controleer of de communicatiekabel tussen de master- en slave-ingangen is
aangesloten en dat de polariteit van de verbinding in orde is. Controleer of de Slave-
functie is geselecteerd op de unit dat Slave moet zijn en de bleubusherkenning en
waarden zoeken op de Master unit is uitgevoerd (zie paragraaf "Reductiemotor in
SLAVE-modus").
Controleer de diagnose op de slave-unit.
Controleer alle ingangen.
9.2
TOEVOEGEN OF VERWIJDEREN VAN
INRICHTINGEN
U kunt op elk gewenst moment een inrichting aan een geïnstalleerde auto-
matisering toevoegen of er een uit verwijderen. Met name op "BlueBUS"
en de ingang "STOP" kunnen verschillende soorten inrichtingen worden
aangesloten zoals in de volgende paragrafen aangegeven is.
m
Nadat er inrichtingen zijn toegevoegd of verwijderd, is
het noodzakelijk een herkenningsprocedure voor inrich-
tingen uit te voeren zoals beschreven in de paragraaf "
Herkenning van andere inrichtingen".
Tabel 15
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

L-barM3barM5barM7barL9bar