Download Print deze pagina

ABB PositionMaster EDP300 Handleiding Voor Inbedrijfstelling pagina 11

Digitale standsteller
Verberg thumbnails Zie ook voor PositionMaster EDP300:
PositionMaster EDP300 DIGITALE STANDSTELLER | CI/EDP300-NL REV. G
Speciale gebruiksvoorwaarden / lijst met beperkingen
Voor apparaten met het label 'Ex ia
1. Het enige brandbare/explosieve gas dat kan worden gebruikt als pneumatisch medium met de EDP300 PositionMaster is
aardgas.
2. Aardgas mag niet worden gebruikt met de EDP300 met het label Ex nA, Ex ec of Ex tb.
3. Het gebruik van de EDP300 PositionMaster met aardgas is alleen toegestaan in het type 'intrinsiek veilige'
explosieveiligheidsklasse en moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de speciale gebruiksvoorwaarden nr. 5 en 6 die
hieronder worden vermeld.
4. Als de EDP300 PositionMaster in temperatuurklasse T6 wordt gebruikt, moet de pneumatische eenheid ten minste 5 minuten
voordat de druktoevoer volledig wordt ingeschakeld, op een maximale druk van 1,4 bar werken, totdat er geen explosief mengsel
meer is. Tijdens dit proces moet de EDP300 PositionMaster volledig worden gevuld en ontlucht.
5. Als de EDP300 Position Master met aardgas wordt gebruikt, moet de ontluchting van de PositionMaster veilig buiten de
potentieel explosieve atmosfeer worden geleid.
6. Als de EDP300 PositionMaster wordt gebruikt met aardgas in plaats van perslucht, is de maximale omgevingstemperatuur 60 °C
(140 °F).
7. Als besteloptie F3 wordt gebruikt, wordt de onderste omgevingstemperatuur verlaagd tot −25 °C (−13 °F).
8. Als besteloptie M1 wordt gebruikt, zijn eindwaardeschakelaars niet toegestaan.
9. Voor de toepassing EPL Ga moeten de aluminium behuizingen van de EDP300 beschermd worden tegen ontstekingsgevaar
veroorzaakt door schokken of wrijving. (geldt niet voor de roestvrijstalen versie)
Voor apparaten met het label 'Ex ec' en 'Ex nA'
1. De gespecificeerde bedrijfsspanning van 30 V mag niet worden overschreden voor gebruik als categorie 3-apparatuur in de
explosieveiligheidsklasse "Verhoogde veiligheid ec" of "Niet-vonkende voorziening nA". Er moet ook overspanningsbeveiliging
aanwezig zijn. Deze moet worden ingesteld op een waarde van maximaal 140 % van de bedrijfsspanning 30 V op de
voedingsklemmen van het apparaat.
De omgevingstemperatuurbereiken zijn als volgt:
ATEX
II 1G Ex ia IIC T6 Ga
II 1D Ex ia IIIC T
70°C Da
200
II 3G Ex ec IIC T6 Gc
II 2D Ex tb IIIC T
70°C Db
200
II 1G Ex ia IIC T4 Ga
II 1D Ex ia IIIC T
115°C Da
200
II 2D Ex tb IIIC T
115°C Db
200
II 3G Ex ec IIC T4 Gc
IECEx
Ex ia IIC T6 Ga
Ex ia IIIC T
70°C Da
200
Ex ec IIC T6 Ga; Ex nA IIC T6 Gc
Ex tb IIIC T
70°C Da
200
Ex ia IIC T4 Ga
Ex ia IIIC T
115°C Da
200
Ex tb IIIC T
115°C Da
200
Ex ec IIC T4 Ga
Ex nA IIC T4 Gc
Omgevingstemperatuurbereik T
−40 °C tot 40 °C (−40 tot 104 °F)
−40 °C tot 85 °C (−40 tot 185 °F)
−40 °C tot 80 °C (−40 tot 176 °F)
11
amb
loading